John Mortimer

John Mortimer: Dunster (Dunster). Vert. Marianne Verhaart. Uitg. Bzztôh, 271 blz. Prijs ƒ 34,50.

John Mortimer is in Engeland zo'n beetje een instituut geworden, met zijn oubollige romanheld Rumpole, zijn verkreukelde uiterlijk van respectabele Brit en zijn mild-satirische stijl. Mortimer presteert het om zo ongeveer ieder jaar een boek te publiceren. Zijn meest recente, uit 1992, beschrijft de vriendschap - als hun band zo genoemd kan worden - tussen Richard Dunster en de verteller Philip Progmire. Dunster is iemand die fanatiek voor de waarheid kiest en zich nooit wil conformeren. “Ik vind succes altijd verdacht. Het gaat meestal samen met compromissen en oneerlijkheid,” zegt hij ergens. Het maakt Dunster tot een uiterst onaangenaam mens. Progmire is zijn tegenpool: een geboren tobber die eigenlijk bij het toneel had gewild maar accountant is geworden bij een televisieproduktiemaatschappij. De vriendschap tussen Dunster en Progmire eindigt wanneer Dunster er met Progmire's vrouw vandoor gaat, maar wordt weer aangehaald als Dunster het scenario voor een serie over de Tweede Wereldoorlog schrijft en daarbij een vermeende oorlogsmisdaad van Progmire's geliefde baas, Sir Cris Bellhanger, stuit. Het hoogtepunt van het boek is een rechtszaak waarin de twee vrienden tegenover elkaar staan en in feite twee begrippen belichamen: loyaliteit versus eerlijkheid. Aan het eind van het boek zijn de rollen omgekeerd: Progmire sluit zelfverzekerd een nieuw huwelijk en Dunster zit zich wanhopig af te vragen wat er nu eigenlijk gebeurd is.

Dunster laat een onbevredigd gevoel achter. Het thema is interessant, maar het boek is zo gelikt dat noch het verhaal, noch de onderliggende ideeën veel indruk maken. Het is vlot geschreven, af en toe geestig, met net zo vaak een verassende wending of opmerking dat je wel doorleest, maar zonder enige hartstocht.