Ik beloof je dat we zullen vechten; Edoeard Limonov, guerrillero in kunst en politiek

De Russische schrijver Edoeard Limonov is altijd overal radicaal tegen geweest, zowel tegen de Sovjet-Unie, die hij in 1974 moest verlaten, als tegen het Westen, dat hij karakteriseerde als een psychiatrische kliniek. Limonov voert nu in Rusland radicaal-rechtse oppositie tegen Jeltsin en vecht op de Balkan af en toe mee aan slavische zijde. Wat beweegt deze schrijver, die zich Gabriele d'Annunzio en Oscar Wilde ten voorbeeld stelt? “Ik houd er van om soldaat te zijn. Het betekent meer vrijheid en opwinding en minder verantwoordelijkheid.”

Van Edouard Limonov zijn in het Nederlands vertaald: De Russische dichter houdt van grote negers. Vert. Mieke Lindenberg. Uitg. Bert Bakker. Bij uitg. Wereldbibliotheek: Zelfportret van een bandiet. De jonge jaren van een dichter-delinquent. Vert. Jos Vonhoff en Arjen Uijterlinde. 254 blz. Een klein mispunt. Vert. Jos Vonhoff en Arjen Uijterlinde. 288 blz. De kus van kakkerlak. Vert. Koenraad Delbeke. 308 blz.

De Russische literatuur is op een dood spoor beland. Veel Russische schrijvers vervelen zich. Jarenlang zijn ze het geweten van de natie geweest. Maar nu hun dissidente ethiek het van het sovjet-denken heeft gewonnen en het openlijke geld in Rusland langzaam de functie van de heimelijke privileges is gaan overnemen, voelen ze zich verlegen met hun succes. Waar ze tegen waren, is niet zo relevant meer. En waar ze indertijd voor waren, weten ze in deze tijd van hard materialisme ineens niet meer zo zeker. Dat de vrijheid in Rusland niet heeft gebracht wat zij gehoopt hadden, is duidelijk. Een creatief leven in burgerlijke samenleving vergt nu eenmaal andere kwaliteiten dan artistieke moraliteit alleen.

Eén gevierd schrijver van weleer heeft daar echter absoluut geen last van. Het is Edoeard Limonov. Bijna niemand weet zich raad met deze gecompliceerde figuur. Hij heeft in vroeger jaren alles gerookt, gesnoven en geslikt wat los en vast zat. Tegenwoordig hult hij zich bij voorkeur in legeruniform en hoge laarzen. Een onafscheidelijk vechtpetje completeert zijn huidige imago. En ondertussen overtreft hij met oplagen van meer dan twee miljoen ook nog eens al zijn collega-schrijvers in Rusland.

Dat Limonov kan schrijven, is onloochenbaar. Maar z'n taal en thematiek zijn altijd veel te grof geweest voor de fijnbesnaarde Russische intelligentsia. Nu Limonov zich in de politiek heeft gemengd, en wel aan de zijde van de nationalisten die president Boris Jeltsin een "democratische terrorist' en "verrader' vinden, is hij ongrijpbaar geworden. Niet alleen voor de culturele elite in zijn eigen land, maar ook voor ons in het Westen. Want wat is Limonov nu eigenlijk voor een man? Iemand die "zonder zeep elke kont in kan glijden', zoals men in Rusland analoog aan Limonovs eigen taalgebruik pleegt te zeggen, kortom, zo'n naar heroëk smachtende intellectueel die door het gewone volk als held geëerd wil worden, het soort waarmee ook de Russische maatschappij tot haar schade en schande zo rijk bezaaid is geweest? Een beroepsprovocateur? Een nationalist van het "nieuw-rechtse soort'? Een onversneden fascist à la d'Annunzio? Een self-made arbeidersjongen die zich nog altijd niet geëmancipeerd voelt? Een homoseksueel van het SA-type? Een sadomasochist? Of een hyper-egocentrische kunstenaar wiens maatschappelijke opvattingen louter en alleen worden bepaald door de opvattingen die hij over zichzelf heeft?

Het antwoord op deze vraag ligt ten dele verscholen in zijn biografie en zijn oeuvre, die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Limonov laat zich in Westerse termen enigszins vergelijken met Jack Kerouac, Charles Bukowski, Jean Genet of desnoods onze eigen Jan Cremer.

Zuipen

Vijftig jaar is Limonov nu. Maar nog steeds wordt hij gedreven door zijn milieu en de wijze waarop hij daaraan ontkomen is. Limonov werd als Edoeard Savenko geboren in Dzerzjinsk en groeide op in Charkov. Zijn vader is kapitein in het leger, een rang die niets voorstelt. Er zijn honderdduizenden kapiteins in Rusland. Het gezin woont in Charkov dan ook in een arbeiderswijk aan de rand van de stad. De puber Eddy ontvlucht dat ouderlijk huis al snel. Zijn leven bestaat grotendeels uit stelen, zuipen, vechten en vrouwen. Let wel, in die onvermijdelijke volgorde. Want zonder kraak geen geld, zonder geld geen wodka of zelfgestookte samogon en zonder drank geen meiden.

Maar Eddy hoort er niettemin nooit echt bij, ook al heeft hij niet meer dan een simpele middelbare school afgemaakt. Eddy kan namelijk schrijven en dichten. Dat vinden zijn maatjes wel interessant maar het schept ook afstand. Als hij een wedstrijd voor jonge dichters wint, gaat het hen niet om de artistieke erkenning maar om de fles waarop ze hebben gehoopt. Limonov zal dit leven later beschrijven in drie romans, waarvan er een onder de titel Zelfportret van een bandiet in Nederland verscheen. Deze trilogie is een onthullend portret van een sovjet-stadje in de jaren vijftig. Terwijl veel schrijvers zich in de jaren zeventig vooral bekommeren om de grote politieke-morele kwesties, weet Limonov in zijn jeugdherinneringen een soort alledaagse permanente anarchie te schetsen waarop zelfs hét systeem geen greep heeft.

Uit hang naar echt succes besluit Eddy op zijn 23ste het provincialisme in Charkov en zijn achternaam eraan te geven. Hij verhuist naar Moskou en als Edoeard Limonov ("van de citroenen') verwerft hij zich snel een positie in de underground der bohémiens. Hij is geen dissident maar evenmin officieel. Hij is gewoon "radicaal tegen', tegen het establishment, hetgeen in die grauwe en repressieve dagen van Leonid Brezjnev een verdienste is.

Limonov is dus een held. Mede daarom moet hij in 1974 de Sovjet-Unie op last van de KGB verlaten. Limonov gaat naar New York. Hij bouwt er een carrière op als bordenwasser, portier, dienstbode, gigolo en wat niet al. Zes jaar later verhuist hij naar Parijs.

Meedogenloos

Buiten het vaderland moet Limonov weer helemaal opnieuw beginnen. Hij houdt er een meedogenloze kijk op het leven aan over. Die blik vindt zijn weerslag in boeken als Eto ja, Editsjka (Dat ben ik, kleine Eddy - in het Nederlands vertaald als "De Russische dichter houdt van grote negers'), Dagboek van een mislukkeling, het ook in het Engels verschenen His butler's story, en De beul (Ned. vert. "De kus van de kakkerlak'). Het zijn allemaal expressies van een emigrant die geen immigrant is en zich dus niet kan warmen in welke gemeenschap dan ook, of het nou het gezin is of de rodina (het moederland, al vertolkt het Duitse heimat de gevoelswaarde van dit Russische woord beter). De butler vat dat gevoel aldus samen: “Praat ik met een accent? Dat is alles wat ik heb, hè? Jullie taal heb ik niet, maar een accent, dat heb ik.”

Wraak op de correct sprekende Amerikanen en Fransen is derhalve geboden. “Ik heb jullie allemaal geneukt, genaaid in die tevenmond, zeg ik en veeg mijn tranen met een vuist weg. Misschien adresseer ik deze woorden aan de buildings om me heen. Ik weet het niet. Ik heb jullie allemaal geneukt, genaaid in die tevenmond. Lul allemaal op, fluister ik,” zoals de slotclaus luidt van Eto ja, Editsjka.

In zijn volgende boeken borduurt Limonov op dit thema voort. Seks wordt de sleutel tot wraak omdat seks voor hem de radicaalste vorm van individuele emotie en dadendrang is. In De kus van de kakkerlak uit 1987 roept Limonov een beeld op van het puissant rijke maar leeghoofdige New York der jaren tachtig, waarbij Tom Wolfe's tegelijkertijd verschenen The Bonfire of the Vanities een kindersprookje is. Limonov laat een immigrant (de Pool Oskar) wraak nemen op de elite die hem slechts als een folkloristisch curiosum ziet. Oskar heeft zichzelf het beroep "beul' aangemeten. Modieuze maar masochistische vrouwen uit het culturele establishment, kunnen zich op afroep seksueel aan hem onderwerpen. Ook Oskar bereikt natuurlijk niets. De breker breekt uiteindelijk vooral zichzelf.

Dankzij deze paradox zijn boeken van Limonov tot nu toe nimmer banaal geworden, alle in sommiger ogen wellicht pornografische details ten spijt. De wraak via seks is bij Limonov niet meer dan een verlangen naar machismo, een verlangen dat wordt gevoed door de angst weg te zakken in de trivialiteit van het culturele relativisme en cynisme dat hij in Amerika heeft aangetroffen. Eronder gaat heimwee schuil naar de warme liefde die de mens in een gemeenschap voelt. Die liefde heeft Eddy gevoeld in Charkov en is hem in New York ontstolen. Zijn heimwee kan alleen kwaadaardig een uitweg vinden. Want de vrijheid van het individu, in het Russisch onvertaalbaar uitgedrukt met volja (zoiets als "vrije wil'), dient uiteindelijk het hoogste goed te zijn.

Toen Limonov zijn woeste nostalgie nog via het middenrif tot gelding bracht, was er niets aan de hand. Integendeel, lovende recensies in de Westerse pers waren zijn deel. Juist om uit deze doodlopende straat te ontsnappen, heeft Limonov zich nu op de politiek gestort. Hij heeft de Westerse civilisatie, waarin hij twintig jaar heeft geleefd, afgedaan als een "psychiatrische kliniek' waarin de mens wordt "gedisciplineerd tot individuele produktie- en consumptiemachine'. En dat is hem een gruwel. Zo'n postmoderne samenleving kan volgens hem alleen een karikatuur van zichzelf worden, zoals hij beschreef in Het verdwijnen der barbaren en in het literaire essay "Disciplinair sanatorium', onlangs in Frankrijk verschenen als Les grandes auspices occidentales.

Rationalist

Limonov verkeert weer regelmatig in zijn Heimat. Hij schrijft er voor de radicaal-rechtse krant Den (De Dag), een blad dat Jeltsin graag als ongrondwettig zou verbieden, en geeft er op zijn manier leiding aan een clubje activisten dat zich, naar het Duitse voorbeeld van voor 1933, tooit met de naam Nationaal bolsjewistisch front. Zo nu en dan knijpt hij er tussen uit om aan slavische zijde mee te vechten in een van de oorlogen in de Balkan, de Roemeense regio en de Kaukasus.

Het politieke engagement waaraan Limonov zich heeft overgegeven, lijkt door de vorm die hij ervoor heeft gekozen wederom wraakzuchtig. Ook in Moskou, dat hem twintig jaar geleden heeft verstoten, staan immers nog wat rekeningen open. Maar als je hem suggereert dat de politicus Limonov zich niet wezenlijk onderscheidt van de puber en de beul Limonov, ontkent hij dat. Hij voelt zich eindelijk "rijp', zegt hij dan. “Ik ben geen romanticus, ik ben rationalist,” houdt hij me tijdens een paar gesprekken in Moskou voor. We zitten in het gebouw van de Literatoernaja Gazeta, lopen op straat en Limonov deelt handtekeningen aan voorbijgangers uit. Limonov spreekt zachtjes en op een niet erg mannelijke frequentiehoogte. Maar de inhoud van de conversaties laat geen ruimte voor misverstand. “De universele pretenties van de democratie zijn absoluut fout en zelfs misdadig. De hele wereld buiten Europa heeft geprobeerd een democratie te vormen. Het is onmogelijk gebleken,” aldus Limonov vanachter zijn dikke brilleglazen.

Maar dat Limonov een "radicalist' is gebleven, ontkent hij niet. Zijn middelen zijn nog altijd aggressief. Seks is alleen vervangen door een soort Russisch protofascisme. De motivatie, of het nu om seks of om oorlog gaat, is vergelijkbaar. “Ik houd er van om soldaat te zijn,” zegt de schrijver. Het betekent meer vrijheid en opwinding en minder verantwoordelijkheid.”

De fascist/krijger/journalist Gabriele d'Annunzio is dan ook een van zijn grote voorbeelden. Hij staat in Limonovs "persoonlijke pantheon van helden' samen met de romanticus Lord Byron, de anarchist Michail Bakoenin, de byzantijnse Nietzscheaanse estheet Konstantin Leontev, de antimaterialist Oscar Wilde, de futurist Filippo Marinetti, de reporter Ernest Hemingway, de libertaire socialist George Orwell, de Japanse harakirist Yukio Mishima en de Italiaanse filmer Pier Paolo Pasolini. Allemaal op hun manier modernistisch, allen mannen die de arbeidsdeling in zichzelf te boven trachtten te komen omdat ze niet alleen kunstenaar wilden zijn doch ook geschiedenis wilden maken, allen mannen die de grenzen van de hoogmoed die in een burgerlijke maatschappij gelden regelmatig hebben overschreden. “Mensen die nu zouden begrijpen dat Rusland een gekweld land is,” aldus Limonov.

Anti-ideoloog

Dit rijtje namen maakt het op het eerste gezicht onbegrijpelijk dat Limonov zich nu omringt met medestanders die hem als beroemdheid adoreren maar zijn culturele radicalisme niet begrijpen. Limonov lijkt nog altijd niet meer dan een anti-ideoloog, een kunstenaar die "tegen het establishment' is en dus nooit ergens voor kan zijn. Die houding kan hem wel eens zuur komen te staan, mochten hij en zijn veel benepener kameraden ooit aan de winnende hand geraken. Zelf ziet hij dat echter anders. Er is wel degelijk een doelgerichte lijn in zijn denken. Die is historisch én modernistisch, rauw maar esthetisch.

Volgens de historicus Limonov zal het Russische Rijk onvermijdelijk herenigd worden. “Nu leven dertig miljoen Russen in feodale staten, waar ze slachtoffer zijn van vernederingen en beledigingen. Het noorden van Kazachstan, waar sinds de zestiende eeuw een kozakken-traditie bestaat, is bijvoorbeeld onloochenbaar ons land. De Donbass, dat pas in 1922 aan de Oekrane is gegeven, is ook ons land. Baltische steden als Narva en Daoegavpils zijn eveneens van ons. We hebben geen pretenties als het gaat om Alma Ata, Kiev of Lvov. Maar de Rus heeft wel het recht om in één staat te leven.”

Wie die mythische Rus is, wordt volgens Limonov niet door afkomst maar door cultuur bepaald. “Rus is iedereen die de Russische taal als de zijne en de cultuur en geschiedenis van de staat als de zijne beschouwt, iedereen die bereid is de geschiedenis van zijn eigen kleine stam te vergeten. Want Rusland is geen koloniaal rijk, maar een imperium als het Romeinse. Rusland is een superstaat, die net als Amerika uit een smeltkroes van volkeren bestaat.” Het nieuwe nationale zelfbewustzijn van de kleinere volkeren past daar niet in. “Onderscheiden jullie je in Holland van Duitsland? Nauwelijks. Overal ter wereld wordt de lokale cultuur elke dag een beetje vermoord. Dat is een universeel proces. Alleen de grote talen en grote landen zullen overleven.”

Videoclips

Als modernist ziet Limonov geen enkel heil in de "achterlijke' begrippen waarmee een deel van zijn geestverwanten in de oppositie diezelfde doelstellingen proberen na te jagen. Want dat zijn mensen die het Brezjnev-communisme terugwillen, de videocultuur verwerpelijk vinden en terug verlangen naar Dostojevski. “Voor zolang het duurt zijn we bondgenoten. Maar tegelijkertijd bestrijd ik de orthodoxe slavofielen en klassieke rode communisten. Wij proberen juist een nieuw type Russisch nationalisme vorm te geven, open voor de jeugdcultuur, open voor de fenomenen van de moderne samenleving. De kerk is zelfs tegen rock 'n' roll. Dat is middeleeuws. Rock 'n' roll interesseert mij eerlijk gezegd geen reet. Maar het is een voorbeeld van het stompzinnige archasme van onze ouderwetse oppositie. De eerste fascistische beweging van 1918 van Mussolini was voor een groot deel door futuristen geformuleerd. Ik ben niet bang voor de term fascisme. Maar het is een archeologisch begrip. Wij hebben nu een nieuw type nationalisme nodig. Met alle aspecten van de vooruitgang, met kernkoppen én videoclips.”.

En dan is er nog de estheet Limonov die een mooie held wil zijn. Die vindt dat zulks met geweld moet kunnen. “Hier in Rusland word ik bestraffend toegesproken als ik naar Servië ga. Waarom mag ik niet naar de oorlog? Het is altijd herosch geweest om deel te nemen aan de geschiedenis. Nu kan dat notabene in Europa, niet ver weg. Ik zou me slecht voelen als ik niet zou mogen meevechten. Bovendien bereiden wij ons hier op hetzelfde voor. Iedereen in Rusland traint. De parallel met Duitsland anno 1918 is treffend. Wij zijn niet overwonnen door een oorlog, maar door ons zelf, door onze eigen geestesziekte. Dat is altijd zeer gevaarlijk voor de buitenwereld. Het zogenaamde democratische systeem zal hier nooit winnen, nooit. Waarom? Omdat we zo'n fragiele middenklasse hebben! Een democratisch Rusland zal dus vroeger of later exploderen. Het duurt alleen wat langer omdat dit een land met een enorm lichaam. Als er problemen zijn in het hoofd Moskou, dan voelt men het in de tenen van Kamtsjatka pas veel later. Hou jezelf dus niet voor de gek met die vertraging van de gebeurtenissen. Ik beloof je dat we zullen vechten. Ik zal je niet teleurstellen.”

Onderklasse

Wat zijn vroegere vrienden uit de bohème ervan vinden, is hem uiteraard om het even. Als hij om hun waardering zou hengelen, zou hij Editsjka, Oskar en al zijn andere alter ego's verraden. Nee, Limonov, voelt zich "absoluut' geen deel van de intellectuele kring. “Ik respecteer kennis. Maar mijn vader was een klein kapiteintje in het leger. Ik heb een ander bewustzijn dan de elite. Ik identificeer mezelf met de onderklasse.”

Waarmee de cirkel rond is. Zoals de emigranten Editsjka, Edward en Oskar "seks hebben gebruikt als individuele sociale prestatie', zo probeert de immigrant Limonov de politiek aan te wenden voor zijn rehabilitatie in het moederland. Nog altijd op zoek naar de "esthetiek van het geweld en het verval', met de literatuur als middel. In zekere zin is zijn werk een variant gebleven op het gedicht dat hij in 1974 schreef bij zijn vertrek uit de Sovjet-Unie, een "modernistische tekst', onder de titel "Wij, een nationale held'. Alsof hij zich met deze pluralis majestatis op één lijn wenste te plaatsen met en vooral tegen de monarch. “We zijn niet tegen dé macht, we zijn tegen hún macht, we zijn voor de macht van het tuig,” aldus kleine Eddie in Zelfportret van een bandiet. De vijftigjarige Editsjka zegt nog steeds hetzelfde: “Ik volg mijn eigen instinct. Ezra Pound zei over Hemingway: een verschrikkelijk foute man, maar de instincten van dat hoerenjong zijn juist.”

Het verschil tussen 1993 en 1974 is dat de kritiek zo'n guerrillero in de kunst alleen accepteert als hij in een stabiele maatschappelijke context functioneert, dat wil zeggen, als hij de heimelijke fantasieën van zijn lezers verwoord zonder daadwerkelijk gevaarlijk te kunnen zijn. Edoeard Limonov was toen, in ballingschap, niet meer dan de guitige maximalist. Nu is hij ineens "een held in troebele tijden'. Maar dat is vooral voor ons een onderscheid. Limonov zelf heeft zijn hele leven al een held willen zijn.