HOPELOOS VERWEND DOOR VEERTIEN ZUSJES; De sensuele stijl van Oscar Hijuelos

Oscar Hijuelos: The Fourteen Sisters of Emilio Montez O' Brien. Uitg. Hamish Hamilton, 496 blz. Prijs f 34,35.

"Van de auteur van Mambo Kings Play Songs of Love", meldt het voorplat van de derde roman van Oscar Hijuelos. Een terechte aanprijzing, want iedereen die drie jaar geleden The Mambo Kings las, zal op zijn minst benieuwd zijn naar het volgende boek van de Cubaans- Amerikaanse Newyorker. Met The Mambo Kings, dat in 1990 bekroond werd met de Pulitzer Prize, werd de onbekende Hijuelos (1951) van de ene op de andere dag een literaire sensatie. Het passievolle verhaal van twee ontheemde Cubaanse muzikanten in het New York van de jaren vijftig verbond op een aanstekelijke manier muziek, seks en melancholie, en was door de barokke stijl en de ongewone constructie niet in te delen bij toentertijd modieuze stromingen als het "dirty realism" of de "yuppieroman".

Ook het nu verschenen The Fourteen Sisters of Emilio Montez O'Brien is een onvergelijkbaar boek. Hoewel de vader en moeder van de titelheld uit respectievelijk Ierland en Cuba naar de Verenigde Staten komen, is het geen boek over ontheemding of cultuurverschillen. En hoewel de herinnering aan Cuba in het gezin O'Brien hoog wordt gehouden, is voor Latijns-Amerikaanse magie of voor de Cubaanse geschiedenis geen rol van betekenis weggelegd. The Fourteen Sisters lijkt dan ook helemaal niet op de andere Cubaans-Amerikaanse familieroman die op dit moment furore maakt: Christina Garcia's Marqueziaanse Dreaming in Cuban, waarvan onlangs door uitgeverij Arena een Nederlandse vertaling werd uitgebracht.

De titel van Hijuelos' nieuwe roman is misleidend. De lezer verwacht het verhaal van een jongen met veertien zusjes, maar voordat de titelheld daadwerkelijk geboren wordt, is het boek al bijna op de helft en lijkt de hoofdrol te zijn vergeven aan zijn oudste zuster Margarita. Zij is de spilfiguur van een hecht en gelukkig gezin in het Pennsylvania van het begin van deze eeuw. Vader Nelson O'Brien is fotograaf en filmhuisdirecteur, moeder Mariela Montez is een sensuele en altijd zwangere dichteres. De veertien dochters die ze samen opvoeden geven hun rommelige villa in het kleine plattelandsdorpje een "vrouwelijke uitstraling" die herinnert aan de antieke sirenen: passerende ruiters en automobilisten vliegen op onverklaarbare wijze uit de bocht, en op een keer maakt zelfs een begeerlijke vliegenier een noodlanding in de tuin.

In dit "vrouwelijke universum" wordt in 1925 Emilio geboren. Hopeloos verwend door zijn veertien oudere zusjes groeit hij op tot een knappe latin lover die als vrijwilliger in het Amerikaanse leger een rol speelt in de bevrijding van Zuid-Italie, en na de oorlog als briljant B-acteur een succesvolle carriere opbouwt in Hollywood. Zijn lief en leed - en dat van de romantische en zwaarbeproefde Margarita - vormt de grote lijn van een boek dat zich verder kenmerkt door gekke anekdotes, breed uitwaaierende karakterschetsen en sympathiek-tobberige monologues interieurs.

Je zou The Fourteen Sisters een familieroman kunnen noemen, ware het niet dat Hijuelos er niet in slaagt om alle Montez O'Briens recht te doen. Nelson, Mariela, Margarita en Emilio zijn de personages die de aandacht opeisen: zij komen tot leven - de andere dertien gezinsleden zijn niet meer dan sjablonen: van de engelachtige Veronica en de beeldschone Helen tot de mediamieke Patricia en de ondeugende Violeta. De terugkerende passages waarin Hijuelos kort samenvat hoe het deze bijfiguren vergaat, vormen dan ook de zwakke punten van het boek. Je wordt niet, zoals bijvoorbeeld bij Marquez of Garcia, verleid om met alle familieleden mee te leven. Integendeel: je begint je af te vragen of een half dozijn zusjes voor Emilio Montez O'Brien niet al meer dan genoeg was geweest.

Toch maakt de overvloed aan personages The Fourteen Sisters niet tot een middelmatig boek. Daarvoor is het te goed geschreven. Als weinig anderen kan Hijuelos in woorden oproepen hoe muziek klinkt op een mooie zomerdag, hoe het voelt om verliefd te zijn in Napels, of hoe het ruikt in een keuken waar Cubaanse en Ierse ingredienten elkaar in de oven ontmoeten. Zijn sensuele stijl, verpakt in lange zinnen met veel gedachtenstreepjes en puntkomma's, is indirect - met een minimum aan dialoog - maar wordt nergens afstandelijk. Een treffend voorbeeld daarvan is de manier waarop de zwartste dag uit Emilio's leven beschreven wordt: de dood van zijn vrouw en dochtertje in een hotelbrand. Na een zakelijke alinea over de knullige oorzaak van de brand volgt een zin waarin al het verdriet is samengebald - en net onder de oppervlakte blijft: "There would be articles about the fire, demanding better firecodes, and an investigation would take place, and listed among the thirteen victims of the fire would be a Jessica and a Mary Isabel O'Brien".

Voor dit soort zinnen lees je Hijuelos en neem je zijn compositorische overmoed voor lief. The Fourteen Sisters of Emilio Montez O'Brien is misschien geen meesterwerk, zoals The Mambo Kings, maar het is een boek dat je met plezier en bewondering uitleest. En dat is iets dat je niet van alle Amerikaanse romans van 500 bladzijden kunt zeggen.