Hof in Karlsruhe hoort de betrokkenen over Verdrag van Maastricht

BONN, 2 JULI. Opnieuw is het Duitse Constitutionele hof te Karlsruhe in de rol van de Grote Politieke Salomo beland. Opnieuw liggen zwaarwegende vragen op het bord van de hoogste Duitse rechter. En ook dit keer zijn het vragen die van groot belang zijn voor Duitslands rol in Europa en de wereld. En voor de Europese Gemeenschap, die "Karlsruhe' plotseling in een soort sleutelrol te zien krijgt.

Het gaat dit keer niet om de toelaatbaarheid van Duitse militaire deelneming in VN-acties buiten het NAVO-gebied. Maar om delicate vragen als: zijn de EG-verdragen van Maastricht van december 1991 over de Europese monetaire en politieke unie (EMU en EPU) wel in overeenstemming met de Duitse grondwet? Hebben de regering en daarna ook de Bondsdag en de Bondsraad de Duitse zelfstandigheid en de grondwettelijk gewaarborgde soevereiniteit van het Duitse volk weggegeven? En, zo ja, is er dan een Duits debâcle en een ongedachte Europese anticlimax op komst? Moet kanselier Helmut Kohl, die met de Franse president François Mitterrand de aanjager van het Europese integratieproces is, dan komende herfst met hangende pootjes terug naar zijn elf EG-partners en om heronderhandelingen verzoeken?

De twijfels, die natuurlijk niet alleen van juridische aard zijn maar ook veel te maken hebben met het verlies aan populariteit van "Europa' en groeiende vrees in de bevolking voor het in Maastricht afgesproken opgaan van de D-mark in één Europese munt, zijn naar voren gebracht door een nogal heterogene groep klagers. Tot deze groep behoren Duitse Europarlementariërs van de Groenen, een hoge ambtenaar van het ministerie van justitie in Bonn en Manfred Brunner, de vroegere chef van het kabinet van de Duitse Eurocommissaris Martin Bangemann. Brunners constitutionele klacht heeft extra pikante waarde, omdat hij - naar het volgens hardnekkige verhalen in Bonn heet - als Brussels topambtenaar na "Maastricht' zoveel openlijke kritiek had geuit, dat Bangemann hem vorig jaar onder druk van kanselier Kohl ontsloeg.

De klagers maken er - kortweg gezegd - bezwaar tegen dat Duitsland straks via "Maastricht' niet opgaat in een statenbond die nationale soevereiniteiten onverlet laat maar in een bovennationale Europese unie. Een Unie waarop Duitse parlementariërs te weinig invloed hebben. En dat dan ook nog zonder adequate vervangende controlemogelijkheden van het Europese Parlement. De klagers achten dat onverenigbaar met de Duitse grondwet, die in artikel 20 bepaalt: “De gehele staatsmacht gaat uit van het (Duitse) volk.”

Gisteren en vandaag wilde het Hof in openbare zittingen het verweer van de Duitse regering, en van de brede Bondsdagmeerderheid van CDU/CSU, SPD en FDP, tegen zulke bezwaren horen. En dus deden ministers als Klaus Kinkel (FDP, buitenlandse zaken) en Theo Waigel (CSU, financiën) gisteren in Karlsruhe alle mogelijke moeite om de constitutionele betekenis van de tot nu toe als Europese "doorbraak' gevierde akkoorden van Maasstricht te relativeren. Kinkel: het point of no return voor de Duitse zelfstandigheid is nog niet gepasseerd. En Waigel: volledige politieke en financiële soevereiniteit bestaat in de wereld van vandaag niet meer, en "Maastricht' betekent dat 45 jaar Duitse monetaire stabiliteitspolitiek naar Europa wordt overgedragen, Duitsland verliest niets, Europa krijgt er veel bij.

Het Constitutionele Hof gaat nu een paar maanden nadenken. De uitspraak wordt september/oktober verwacht. In veel Duitse media wordt al verwacht dat het Hof straks nadere voorwaarden zal stellen. Als dat gebeurt moet Kohl terug naar een Europees "Canossa', namelijk voor heronderhandelingen naar Brussel.