Het laatste reces

IN DE GEBRUIKELIJKE licht chaotische sfeer is de Tweede Kamer vannacht met vakantie gegaan. Voor nogal wat Kamerleden zal het tevens het laatste zomerreces zijn. Als de voortekenen niet bedriegen zullen de verkiezingen - die afhankelijk van de vraag of het kabinet voortijdig dan wel normaal de termijn afmaakt uiterlijk begin mei van het volgend jaar worden gehouden - een sterk vernieuwde Tweede Kamer te zien geven. Het eind is in zicht, zowel voor het kabinet als voor een aanzienlijk deel van de Tweede Kamer; het nu afgesloten seizoen droeg daar alle sporen van.

Het had het oogstjaar moeten zijn. En in zekere zin is het dat ook geworden. Het kabinet dat maar niet aan regeren leek toe te komen kan eindelijk terugkijken op enkele markante resultaten. De WAO-wetswijzigingen, de euthanasiewetgeving en de wet gelijke behandeling passeerden de Tweede Kamer. Dat daarmee het verhaal voor het kabinet nog niet af is, bewijst de gespannen relatie die verschillende bewindslieden momenteel met de Eerste Kamer hebben. De parlementaire leeuw zetelt nog steeds in de Eerste Kamer.

Het was ook het jaar waarin de ambities waarmee de "rooms-rode' coalitie eind 1989 begon, verder werden getemperd. De op de Derde dinsdag van september gepresenteerde begroting moest al snel worden bijgesteld wegens financiële tegenvallers. Het leidde in oktober tot zeer onvolledige en daarom ook onbevredigende algemene politieke en financiële beschouwingen. Het kabinet verkeerde in een staat van permanent begrotingsoverleg, en door de noodgedwongen gefaseerde besluitvorming over de begrotingen werd ook de Tweede Kamer in het drijfzand van de dagkoersen getrokken. De fixatie op de nieuwste cijfers blijft het politieke debat bepalen. Het Centraal Planbureau zet de toon, de politici volgen.

INTUSSEN GAAT DE rest van Nederland los van de ontwikkelingen in Den Haag zijn eigen weg. Ook in dat opzicht was er sprake van verdere ontnuchtering. Onthullend was zo nu en dan de reactie van de politieke wereld op de abrupte kennismaking met de werkelijkheid. Een neerstortende Boeing op de Bijlmermeer maakte het illegalendebat los, een beperkt fraude-onderzoek van een gemeentelijke sociale dienst leidde tot een politiek debat over de bijstand, en de verkoop van Fokker maakte hernieuwd de roep om industriebeleid los. De materie was bij velen bekend, de aanleiding om er open over te praten alleen nog niet gevonden. Naar de uitvoeringsorganisatie van de sociale zekerheid is de Tweede Kamer in het nu afgesloten seizoen zelfs een parlementaire enquête begonnen. De openbare verhoren die afgelopen maand werden afgesloten, waren vooral een teken van herkenning. In het drama dat zich ontvouwde waren de slechterikken al snel te ontdekken. Dat de conclusies van de enquêtecommissie zullen uitmonden in een kritisch oordeel over de rol van de georganiseerde werkgevers en werknemers staat vast. Het is slechts te hopen dat de parlementaire onderzoekers ook niet te zachtzinnig omgaan met de politiek zelf.

Nederland en dus ook de Tweede Kamer kon zich verder vooral met zichzelf bezighouden. Kamerbreed was weliswaar de verontwaardiging over de situatie in het voormalige Joegoslavië. Maar even Kamerbreed was het vertoon van onmacht. In elk geval hebben de ontwikkelingen in Oost-Europa wel gezorgd voor een reële kijk op de nationale defensie-inspanning. De prioriteitennota van minister Ter Beek werd aanvaard, maar met de clausule dat het in gang gezette proces van inkrimping en herstructurering op elk moment omkeerbaar zal zijn. De deur naar een vrijwilligersleger is open gezet, maar of het er ook werkelijk van zal komen zal pas over een paar jaar worden beslist.

Het was een jaar van heroriëntatie. Niet verwonderlijk nu in het licht van de verkiezingen alle politieke partijen volop bezig zijn met het opstellen van hun verkiezingsprogramma's. Het politieke midden is groter dan ooit, wat dat betreft zijn de mogelijkheden van de programmamakers beperkt. Het spiegelbeeld van deze ontwikkeling is dat vorm belangrijker wordt. Ook dat uitte zich in het gedrag van de Tweede Kamer. Als iets kenmerkend is voor het nu voorbije vergaderseizoen is het wel het aantal openlijke confrontaties tussen Tweede Kamer en kabinet. Zeker de afgelopen weken bungelden de bewindspersonen bij bosjes. Des te opmerkelijker is dat waar bewindslieden echt sneuvelden de Tweede Kamer er niet aan te pas kwam doch slechts achteraf kon napraten. Het aftreden van staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken was een interne PvdA-aangelegenheid. Staatssecretaris In 't Velds aftreden, twee weken later, werd aangekondigd in één van de bijzalen van de Tweede Kamer tijdens een commissievergadering.

HET OOGSTJAAR VAN het kabinet is grotendeels voorbij. Alle enigszins grote zaken die nog aan de orde komen zijn belast met de hypotheek dat een volgend kabinet er anders over kan denken. Is het geworden wat men er van verwachtte? Politici die niet al te gefrustreerd willen raken, doen er verstandig aan niet te kijken in het regeerakkoord dat CDA en PvdA ruim drieëneenhalf jaar geleden met elkaar sloten. De wereld buiten het Binnenhof bleek zich niet te willen houden aan de veronderstellingen waarop dat akkoord was gebaseerd. Verwachtingen sloegen daardoor om in teleurstellingen. De oplossing om dat te voorkomen is een lager ambitieniveau. Geen nieuwe, wel een nog maar weinig beproefde oplossing.