Het Hati van Aristide ligt in Brooklyn, New York

NEW YORK, 2 JULI. In restaurant Le Haitien aan Nostrand Avenue in de New-Yorkse wijk Brooklyn staat de Hatiaanse zender Radio Tropical keihard aan. De verzamelde mannen in de zaak proberen er bovenuit te komen. Ze spreken Creools, maar dat het gaat over Jean-Bertrand Aristide, de verdreven president van Hati, is duidelijk. “Ze hebben het over de onderhandelingen”, zegt Varus Leconte, een van de drie eigenaren van het restaurant.

Die onderhandelingen worden sinds een week gevoerd in New York. Onder bemiddeling van de Verenigde Naties bespreken de president-in-ballingschap en de nieuwe machthebber, legerleider Raoul Cédras, een eindeloze reeks compromis-voorstellen over de terugkeer van de democratie in Hati. Plaats van het overleg: Governor's Island bij Manhattan. Het hoofdkwartier van de VN aan de East River leek de autoriteiten op het laatste ogenblik toch ongeschikt, gezien de te verwachten animositeit die de aanwezigheid van Cédras zou losmaken bij de grote Hatiaanse gemeenschap in New York.

Inmiddels lijkt sprake van enige vooruitgang: Cédras zou gisteren hebben ingestemd met 30 oktober als de datum waarop Aristide kan terugkeren als president. Maar de randvoorwaarden - wat doet de legerleider zelf?, blijft het embargo van kracht? - blijven voorlopig in het vage.

Aan de muur hangt een verfomfaaide verkiezingsposter met "Votez Aristide'. De kok serveert Creoolse specialiteiten als Mas Mouru, Cabrit en Lambe. In Brooklyn wonen enkele tienduizenden Hatianen, die voor het grootste deel sinds de jaren zestig uit hun land zijn vertrokken. “Ik had vijftien jaar geleden nog een restaurant in Port-au-Prince maar ik ben weggepest door "Baby Doc' Duvalier”, vertelt Leconte, die eerst vijf jaar heen en weer pendelde tussen Hati en New York voor hij de definitieve stap zette. Inmiddels woont hij in New York met vrouw en zeven kinderen.

Volgens Johnny McCalle, directeur van de Coalition for Haitian Refugees, een vereniging voor Hatiaanse ballingen, zijn er 400.000 à 500.000 Hatianen in New York en omgeving. “Tot de jaren zestig was er in het algemeen weinig emigratie uit Hati”, zegt McCalle. “Inmiddels wonen er een miljoen Hatianen in het buitenland en ongeveer zes miljoen in Hati zelf.” McCalle (38) kwam vijfentwintig jaar geleden met zijn familie naar de VS.

“Het merendeel van de Hatianen is op de hoogte van de onderhandelingen”, zegt McCalle. Omdat zij een betrekkelijk jonge groep immigranten vormen, hebben de meesten nog contact met familie in Hati. De belangstelling voor Hati blijkt ook uit de kranten en tijdschriften waarvan soms dezelfde edities in Port-au-Prince, Miami, New York en Montreal worden gedrukt. Op het weekblad Haiti Progrès staat: Haiti: 5 gdes/ Diaspora: $ 1.00.

Een enkeling, zoals de vijftigjarige Richardson Leconte, geen familie van de restauranthouder, volgt de politieke ontwikkelingen niet. “Ik ben hier al 38 jaar”, zegt hij met een Amerikaans accent. “Ik heb vier kinderen, die hier zijn geboren. Met Hati heb ik niks meer te maken. Ik woon in Amerika en ik ben Amerikaan geworden.”

Pag.4: Demonstranten wantrouwen de VS

New York heeft enkele Hatiaanse gemeenschappen, maar veel Hatianen wonen verspreid door de stad. Sinds het begin van de onderhandelingen tussen Cédras en Aristide demonstreren groepen Hatianen dagelijks voor het gebouw van de Verenigde Naties, van 's middags twee tot na zonsondergang. Als besluit van de dag klinkt op de Raoul Wallenberg Walk het Hatiaanse volkslied Pour Le Drapeau.

Tussen vier demonstranten die van buiten New York zijn gekomen ontstaat een spontane discussie. Het gaat over Aristide en Cédras, over de rol van de VS en de VN en het verschil tussen Bush en Clinton. De aanwezigen zijn niet overtuigd van de goede bedoelingen van de VS. Sommigen denken dat de onderhandelingen één grote schijnvertoning zijn. Intussen zouden de VS het dictatoriale bewind blijven steunen.

“'s Nachts landen de Amerikaanse vliegtuigen met wapens op het vliegveld van Port-au-Prince”, roept een vrouw. Een ander begrijpt niet dat de VS miljarden dollars aan het GOS en aan Israël kunnen geven, terwijl “een buurland als Hati” het harder nodig heeft. “Mag ik één ding opmerken”, zegt een grijzende man met een baard op plechtige toon. “Er komt een oplossing.” Hij wacht even voor hij verder praat, zodat een ander zegt: “Een oplossing? Jaja, Hitler had ook een oplossing.”

De demonstranten bij het gebouw van de VN zijn aanzienlijk chiquer gekleed dan de bewoners van Nostrand Avenue. Dát deel van Brooklyn staat bekend als een van de minder veilige buurten. Crown Heights, dat Nostrand doorsnijdt, was twee jaar geleden het toneel van rellen tussen zwarten en chassidische joden. Een wandeling over Nostrand gaat door Carabisch en zwart-Amerikaans New York. De enige blanken in de verpauperde straat zijn politieagenten en de bemanning van een passerende brandweerauto. De dwarsstraten van Nostrand herinneren aan een Nederlands verleden door namen als Lefferts, Martense en Snyder Street.

Een paar huizenblokken ten zuiden van de Eastern Parkway is de kruidenierszaak van Antoni Régis. Hij komt uit de havenstad Cayes in het zuidwesten van Hati. Daar heeft hij zijn winkel ook naar genoemd. Régis woont al vijfentwintig jaar in New York maar als de situatie in Hati zich verbetert gaat hij morgen terug. “Het is ons land!”, zegt hij. Veel familie woont in New York maar hij heeft toch ook nog verwanten in Hati. Zijn neef Jean Charleus helpt in de zaak, die sinds 1986 bestaat. “Ik ben voor Aristide”, zegt Charleus. “Hij vertegenwoordigt ons. Wist u dat hij het eerste democratisch gekozen staatshoofd in het land is?”

Regis verkoopt de bladen Hati Observateur, Hati-lutte, Hati Progrès en Finesse. De bladen zijn politiek van aard en grotendeels in het Frans. De Observateur heeft ook stukken in het Creools en in het Engels. Hati-lutte bevat een lang artikel onder de titel "Bevrijd Québec van de racistische onderdrukking en exploitatie door de imperialistische Angelsaksen!' Over de topontmoeting in New York schrijft de Progrès deze week op de voorpagina: "Cédras zou kunnen worden gedwongen te vertrekken'.

Veel van de klanten in de winkel zijn Hatianen, maar Régis en ook restauranthouder Leconte vinden dat de Hatianen nog wel wat meer bij hun landgenoten zouden kunnen kopen. “Er is niet zo veel solidariteit, wat dat betreft”, zegt Leconte. De Hatianen houden wel de nationale feestdagen in de gaten. Welke dat zijn? De Dag van de Onafhankelijkheid en de Dag van de Ontdekking. De precieze data controleert hij eerst even bij iemand in het restaurant: respectievelijk 1 en 6 januari.

Het restaurant van Leconte is eigendom van een coöperatie van drie Hatianen. “Binnenkort verkopen we het, omdat het niet rendabel is”, zegt Leconte. “De huur is te hoog dus we verdienen er te weinig aan.” Hij weet nog niet wat hij gaat doen maar hij maakt zich weinig zorgen. “Ik vind wel een baan.”