Geleerden oneens over datering van opwindende Java-schedel

Precies op het moment dat in Leiden een groep geleerden de honderdste verjaardag herdacht van de ontdekking door de Nederlandse anatoom en paleontoloog Eugène Dubois van de beroemde Pithecantropus erectus, werd de vondst bekendgemaakt van een nieuwe spectaculaire schedel in Centraal-Java. Over de exacte ouderdom van de schedel, die vermoedelijk van een vrouw is, bestaat echter nog geen eensgezindheid.

LEIDEN, 2 JULI. “De belangrijkste ontdekking sinds Eugène Dubois' eerste vondst van Homo erectus exact honderd jaar geleden. De opzienbarendse paleoantropologische vondst in Azië van de afgelopen 50 jaar. En wereldwijd gezien een van de spectaculairste ontdekkingen van het afgelopen decennium.”

Zo kwalificeerde Phillips Tobias, hoogleraar anatomie en de menselijke biologie aan de universiteit van Witwatersrand in Zuid-Afrika en een van 's werelds bekendste paleo-antropologen, gisteren de vondst van de vrijwel complete, vermoedelijk vrouwelijke Homo erectus schedel bij Sangiran op Centraal-Java. De "grand old man' was als deelnemer aan een interdisciplinair congres ter herdenking van de ontdekking van Dubois' Pithecantropus erectus in Leiden getuige van de officiële bekendmaking door de Amerikaanse fysisch antropoloog Don Tyler en de Indonesische geoloog Sastrohamijoyo Sartono.

“Het is”, verklaart Tobias, “moeilijk om over deze schedel te spreken behalve in superlatieven. Ten eerste is het de meest complete schedel van een vroege mensachtige ooit op Java ontdekt. Ten tweede is het, als de ouderdomsschatting van 1,4 miljoen jaar van professor Sartono correct is, de oudste Homo erectus ooit in Zuidoost-Azië gevonden. Ten derde is het werkelijk een prachtige schedel om te zien. En ten vierde vertoont hij opvallende overeenkomsten met de oudste schedels van Homo erectus uit Oost-Afrika, waarmee een uiterst belangrijke verbinding is gelegd tussen Afrika en Azië.”

De ontdekking van de opzienbarende schedel komt precies een eeuw nadat de Nederlander Eugène Dubois (1858-1940) bij Trinil aan de Solo-rivier op Java zijn beroemde vondst deed van een schedelkapje, een dijbeen en een tand van wat hij "Pithecantropus erectus' noemde, de mythische "ontbrekende schakel' tussen mensapen en mensen. De vondst leidde een lange reeks ontdekkingen in van zeer oude fossiele mensachtigen, eerst op Java maar later ook in China en op het Afrikaanse continent.

De "Javamens' wordt tegenwoordig gerekend tot Homo erectus, een soort die ongeveer 1,8 miljoen jaar geleden ontstond in Oost Afrika, zich later tot ver in Azië verspreidde en daar voortleefde tot ongeveer 200.000 jaar geleden. Homo erectus (de "rechtopstaande' mens) staat qua kenmerken ongeveer in tussen de vroegere Homo habilis (de "handige' mens) en de moderne soort Homo sapiens (de "wijze' mens). Hetgeen overigens geenszins wil zeggen dat er sprake is van een directe afstammingslijn: het kan heel goed zijn dat bijvoorbeeld Homo sapiens is ontstaan uit een zijtak die geruime tijd naast Homo erectus heeft bestaan en deze later heeft verdrongen.

Homo erectus was ongeveer 1,3 tot 1,5 meter lang, had een robuust maar al onmiskenbaar "menselijk' skelet en een platte, dikke schedel met een kam en dikke wenkbrouwbogen. De soort gebruikte stenen en vermoedelijk ook houten werktuigen. Niettemin vertonen de verschillende fossielen een grote mate van variatie, wat niet verwonderlijk is gezien de levensduur van de soort en de brede geografische verspreiding.

Zo vertonen de vroege Afrikaanse en de latere Aziatische Homo erectus-schedels belangrijke verschillen: de Aziatische hebben bijvoorbeeld aanmerkelijk dikkere wanden. Tussen de vroegste Afrikaanse fossielen en de latere op Java gaapte altijd een groot tijdgat: de oudste exemplaren van Homo erectus op Java, die uit Trinil, worden geschat op ongeveer een miljoen jaar oud. Tot nu toe nam men aan dat de migratie naar het Verre Oosten ergens tussen de 1,8 en 1,0 miljoen jaar geleden moet hebben plaatsgevonden, een zeer groot tijdsinterval.

De vondst van de nieuwe schedel toont nu, aldus ontdekker prof. Don Tyler van de universiteit van Idaho, de connectie tussen de beide continenten voor het eerst direct aan. “Onze schedel”, zegt hij, “lijkt opmerkelijk veel op twee van de vroegste schedels van Homo erectus in Afrika, de exemplaren bekend als KNM-ER 3733 en KNM-ER 3883 afkomstig uit Koobi Fora ten oosten van het Turkanameer in Noord-Kenia. Volgens mij bewijst dat wat veel mensen in het vak al veel langer dachten, namelijk dat de trek van Homo erectus naar Azië veel eerder plaatshad dan 1 miljoen jaar geleden, de vermoedelijke ouderdom van de tot nu toe oudste schedels op Java.”

Deze claim hangt echter geheel op de datering van de nieuwe vondst, die door Tyler is gesteld op 1,4 miljoen jaar. De concept-publicatie van Tyler en Sartono waarin de vondst wereldkundig is gemaakt en beknopt staat beschreven, vermeldt dat de schedel afkomstig is uit een laag daterend van “ongeveer 1,2 tot 1,5 miljoen jaar geleden.” Volgens Tyler zit de werkelijke ouderdom eerder aan de hoge dan aan de lage kant van dit interval, reden waarom hij rept van "waarschijnlijk 1,4 miljoen jaar' en "in ieder geval meer dan 1,2miljoen jaar'. Daarmee zou de "Pithecantropus Centennial Women', zoals de schedel onofficieel is gedoopt, inderdaad de oudste mensenschedel zijn ooit gevonden in Azië.

Maar op deze datering valt volgens skeptici het nodige af te dingen. De geologische lagen op Java zijn berucht om hun moeilijke dateerbaarheid. De omgeving rond Sangiran is extra gecompliceerd, omdat daar een verhoging door een rivier is weggeërodeerd tot een brede kom, waardoor bloot liggende fossielen makkelijk in oudere lagen terecht konden komen. Tyler houdt echter vol dat de geologische laag waarin de schedel is gefossiliseerd niet aan twijfel onderhevig is.

Opmerkelijk is, dat zijn mede-ontdekker prof. Sartono, de onbetwiste autoriteit op het gebied van de geologie van deze regio, in de wandelgangen van het congres de geclaimde ouderdom van 1,4 miljoen jaar keihard afviel. Volgens hem duidt de relatieve ouderdomsbepaling aan de hand van omdraaiingen van het aardmagnetisch veld op een ouderdom van de laag van niet meer dan 500.000 tot 700.000 jaar, en is de laag zeker Midden- en niet Vroeg-Pleistoceen.

De zogeheten "magnetostratigrafische' dateringsmethode waarop hij zich baseert heeft weliswaar ook zijn onzekerheden, maar het verschil is opmerkelijk groot. Bovendien, opperen kritici, is Tylers schatting dat de schedel uit het oudere deel van de laag komt ten dele gebaseerd op de overeenkomst met de Afrikaanse schedels, waarmee de datering niet onafhankelijk is.

De conservator van de Dubois-collectie in Leiden, dr. John de Vos, staat vooralsnog ook wat gereserveerd tegenover de datum-claim. “Ik zou daar”, zegt hij, “ in dit stadium veel voorzichtiger mee zijn omgesprongen.” Waarom prof. Sartono op het congres zijn eigen twijfels niet nadrukkelijker naar voren heeft gebracht, is niet duidelijk.

Niettemin is iedereen het erover eens dat de vondst "zeer uniek' is. Pas na zorgvuldige restauratie in Bandoeng zullen alle details goed te bestuderen zijn. De schedel is op dit moment nog maar zeer provisorisch uitgeprepareerd. Prof Tyler heeft in zijn hotelkamer de 26 grootste stukken in drie kwartier provisorisch aan elkaar gelijmd voor de presentatie, maar de echte schoonmaak en reconstructie moeten nog beginnen. De bovenkaak moet nog helemaal worden uitgeprepareerd, terwijl ook een groot aantal kleinere losse fragmentjes nog dienen te worden ingepast.

Tyler is “meer dan 70 procent zeker” dat de schedel met zijn 856 cc herseninhoud heeft toebehoord aan een vrouw, gezien de overeenkomsten met het Oost-Afrikaanse exemplaar KNM-ER 3733. Deze heeft veel minder geprononceerde wenkbrauwbogen dan de ongeveer even oude 3883, die daarom (en op grond van een reeks andere verschillen) op een man wordt gehouden. Tyler: “In de tijd van Homo erectus was het verschil tussen mannen en vrouwen veel geprononceerder dan tegenwoordig. Dankzij het Afrikaanse vergelijkingsmateriaal kunnen we van het geslacht in dit geval vrij zeker zijn.”