ECN begint studie naar bouw veiliger type kernreactor

DEN HAAG, 2 JULI. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten begint nog dit jaar met een studie naar mogelijkheden voor de bouw van een geheel nieuw type kernreactor met “inherente veiligheidseigenschappen”. De reactor zou als prototype in Nederland gebouwd moeten worden.

Dit heeft de voorzitter van het ECN, prof. ir. H.H. van den Kroonenberg, gisteren meegedeeld. ECN zal 2 à 3 miljoen gulden per jaar voor de studie reserveren. Het gaat om een “modulaire hoge temperatuurreactor” (HTR) met toepassing van zoveel mogelijk “natuurlijke processen” waardoor geen pompen en dergelijke meer nodig zijn en de veiligheid kan verbeteren.

ECN zal de Nederlandse en mogelijk de buitenlandse industrie die ervaring heeft met kernenergie bij het werk betrekken. Uiteindelijk kan de reactor met hulp van de Nederlandse industrie in Nederland worden gebouwd.

ECN neemt volgens Van den Kroonenberg met dit initiatief een recente suggestie van Tweede-Kamerlid J.J. Feenstra (PvdA) over. Hij bepleitte de ontwikkeling in Nederland van een demonstratietype van een nieuwe kernreactor van de “derde generatie” in Nederland. Wat ECN niet van Feenstra overneemt, is zijn betoog om de twee bestaande kernreactoren, Dodewaard en Borssele, dan maar niet te moderniseren en de 500 miljoen gulden die daarvoor nodig zijn te bestemmen voor de nieuwe reactor.

Van den Kroonenberg zei dat die modernisering juist erg belangrijk is voor het instandhouden van de nucleaire kennis in Nederland. Bovendien ligt de beslissing over modernisering en de financiering daarvan nu niet bij de politiek, maar bij de elektriciteitsproduktiebedrijven.

Bij de nieuwe hoge-temperatuurreactor gaat het om een technische mogelijkheid voor de verdere toekomst. Deze staat geheel los van mogelijkheden om het kernenergievermogen op korte termijn uit te breiden, zoals minister Andriessen (economische zaken) beoogt met zijn “dossier '93” dat hij dit najaar aan de Tweede Kamer wil aanbieden. Het volgende kabinet zou over een eventuele uitbreiding van het aantal kernenergiecentrales in Nederland een beslissing moeten nemen. Bij de keuze van nieuwe reactoren die begin volgende eeuw in bedrijf kunnen komen is de techniek die ECN nu wil onderzoeken nog niet op een voldoende grote schaal beschikbaar. Als Andriessen zijn zin zou krijgen, ligt volgens ECN een keuze tussen enkele verbeterde centrales die nu in de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk en Japan worden ontwikkeld voor de hand.

Volgens Van den Kroonenberg kan het onderzoek van ECN zowel voor de korte termijn als voor de geheel nieuwe reactor op langere termijn leiden tot “een maatschappelijk aanvaarde nieuwe nucleaire optie” in Nederland, “die breed ingezet kan worden om een duurzame energievoorziening te versnellen”.

De toekomstige HTR, ontworpen door samenwerkingsverbanden tussen de Europese reactorbouwers Siemens-KWU en ABB en het Amerikaanse General Atomics, is volgens ir. A. Versteegh, hoofd nucleaire zaken van het ECN, tot nu toe de enige waarin geen kernsmelting kan optreden. Dat komt doordat zelfs bij het wegvallen van alle koeling de temperatuur altijd veel lager zal blijven dan bij bestaande reactoren het geval zou zijn en ook veel lager dan de 1800 graden celsius die nodig is om splijtstof door verhitting te beschadigen. Sinds enige jaren stelt de Partij van de Arbeid als voorwaarde voor een eventuele uitbreiding van het aantal kerncentrales dat de mogelijkheid van een ongeval door kernsmelting uitgesloten moet zijn.

Overigens is de bedrijfstemperatuur van de HTR met 700 tot 950 graden celsius veel hoger dan die van conventionale kerncentrales (tot maximaal 320 graden), waardoor er behalve elektriciteit ook waterstof en warmte voor fabrieken en stadsverwarming mee kan worden geproduceerd. Maar door de veel kleinere modules (eenheden ofwel reactoren) en dikkere reactorvaten van een HTR-centrale kan de temperatuur beter worden beheerst. Per module heeft de HTR een vermogen van 80 megawatt elektriciteit en 200 megawatt aan thermisch vermogen (warmte).

Volgens ir. Versteegh zou het Nederlandse prototype van de HTR tegen het jaar 2003 voltooid kunnen zijn. Bedrijven als De Schelde en Stork kunnen er onderdelen voor bouwen. Indien later wordt besloten tot seriebouw, zou RDM weer de produktie van reactorvaten ter hand kunnen nemen.