Drs. Van Oranje

Dank zij mijn connecties bij de Leidse universiteit heb ik een blik mogen slaan in de doctoraal scriptie van onze kroonprins Willem-Alexander. De scriptie, die onder supervisie van prof. H.L. Wesseling tot stand is gekomen, gaat over De Gaulle en diens houding ten opzichte van de NAVO.

In een aantal opzichten bevat de doctoraal scriptie belangwekkend materiaal. Zo zou De Gaulle een stuk kleiner zijn geweest dan tot dusver steeds is aangenomen. Zijn rijzige gestalte zou De Gaulle, althans volgens prins Willem-Alexander, vooral te danken hebben aan speciaal voor hem ontworpen plateauschoenen. In werkelijkheid was De Gaulle maar een klein mannetje, vermoedelijk niet langer dan 1,64 meter.

Uit de scriptie blijkt dat ook de neus van De Gaulle van groot historisch belang is geweest. In 1941 ontstond commotie aan het Britse hof, toen prinses Elizabeth - de latere koningin - een meer dan gewone belangstelling voor De Gaulle ontwikkelde, waarbij zij zich vooral aangetrokken voelde door de fiere neus van de Franse generaal. Volgens Willem-Alexander zou die omstandigheid verklaren waarom De Gaulle, ondanks bezwaren van Churchill en anderen, toch naar voren werd geschoven als de rechtmatige vertegenwoordiger van het toen nog bezette Frankrijk.

Er is nog een ander hardnekkig misverstand dat Willem-Alexander uit de weg ruimt. Tijdens de Parijse opstand van 1968 wilde de gendarmerie Sartre oppakken, maar De Gaulle zou dit voornemen hebben verhinderd met de opmerking: “On n'arrête pas un Voltaire” - men arresteert geen Voltaire. In zijn scriptie wijst onze kroonprins er echter op dat het woord voltaire ook de betekenis heeft van leunstoel, wat het vermoeden oproept dat De Gaulle iets heel anders heeft gezegd, namelijk: “On reste dans un voltaire.” Waarmee de generaal zoiets bedoelde als: “Men kan niet anders dan werkeloos in een stoel blijven zitten.”

Helaas komt het werkstuk van de prins van Oranje niet ter inzage en zal het niet in de universiteitsbibliotheek worden opgenomen. Wesseling en ik zullen dus de enigen blijven die de scriptie kunnen beoordelen en dat is, de opmerkelijke inhoud in aanmerking genomen, beslist jammer. Het bedrijven van wetenschap is principieel een openbare aangelegenheid. Wie zich niet aan dit principe wenst te onderwerpen, kan er maar beter niet aan beginnen, want zonder de mogelijkheid tot controle bestaat er helemaal geen wetenschap. Zeker, ik onderschrijf volkomen het positieve oordeel van prof. Wesseling over de koninklijke scriptie maar zelfs wij, prof. Wesseling en ik, kunnen ons wel eens vergissen. Daarom is het nodig dat ook ons oordeel gecontroleerd kan worden.

De verdenking dat de kroonprins zijn werkstuk aan het algemene oordeel onttrekt omdat het wetenschappelijk bezien nauwelijks een voldoende haalt, moet ik evenwel krachtig tegenspreken. Het is niet alleen omdat ik de wetenschappelijke openbaarheid hoog acht, dat ik mij vrij voel om nog eénmaal uit de scriptie te citeren, maar ook omdat ik besef dat een juist inzicht in de bekwaamheid van de prins slechts de liefde van ons volk voor het koningshuis kan vergroten.

In zijn scriptie gaat Willem-Alexander in op de verslechterende betrekkingen tussen Frankrijk en Nederland aan het eind van de jaren vijftig. Tot dusver wist men dat een persoonlijke animositeit tussen De Gaulle en Luns debet was aan de tegenstellingen, maar de kroonprins komt met een nadere verklaring.

Na een dag van lange onderhandelingen werden De Quay en Luns door De Gaulle uitgenodigd om een partijtje te komen bridgen. De Quay opende met één ruiten, mevrouw De Gaulle volgde met één harten, Luns met één schoppen, waarop De Gaulle één klaveren bood. Na een korte stilte paste De Quay, evenals mevrouw De Gaulle. In plaats van zelf ook te passen, was Luns zo onbeleefd om op te merken dat klaveren lager zijn dan schoppen en dat De Gaulle, zo hij het bod wilde overnemen, twéé klaveren moest bieden. Daarna is het tussen De Gaulle en Luns nooit meer goed gekomen en volgens de prins van Oranje heeft dat de relatie tussen Nederland en Frankrijk voor lange tijd verstoord.

Misschien verdient het aanbeveling ook de drs-titel voor leden van het koninklijk huis erfelijk te maken.