Dehaene: overleg met aspirant leden EG trager

BRUSSEL, 2 JULI. De onderhandelingen met Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk over toetreding tot de EG zullen vertraging oplopen.

De Belgische premier Jean-Luc Dehaene heeft gisteren gezegd dat het “een illusie” is te denken dat de gesprekken nog in het komende half jaar onder Belgisch voorzitterschap van de EG kunnen worden afgerond. Dehaene meldde dat in Brussel op de eerste dag van het Belgische voorzitterschap.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de onderhandelingen met de kandidaat-leden eind dit jaar of op zijn laatst begin volgend jaar zouden worden afgerond, waarna in 1994 de ratifcatieprocedure in de betrokken landen zou kunnen beginnen. Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk zouden dan per 1 januari 1995 officieel lid kunnen zijn van de Europese Gemeenschap.

Dehaene zei gisteren dat de politieke wil nog steeds aanwezig is, maar dat de technische problemen die nog moeten worden opgelost, worden onderschat. De onderhandelingen over de echte belangrijke onderwerpen (zoals de landbouw, de alcoholkartels en de sociale ondersteuning) moeten nog beginnen, aldus de Belgische premier. “We moeten realist blijven”, aldus Dehaene, die er op wees dat toetredingsgesprekken met Spanje en Portugal vijf à zes jaar hebben geduurd.

De Europese Commissie, die de onderhandelingen namens de Raad voert, zegt in een reactie z'n uiterste best te blijven doen “wat afgesproken is”, namelijk het afronden van de onderhandelingen per 1 januari 1994 en toetreding begin 1995. Maar officials van de Commissie wijzen erop dat al enige maanden duidelijk is dat deze afspraak "ambitieus' is. De analyse van het Belgische voorzitterschap over de nog voorliggende problemen wordt gedeeld, maar het politieke signaal is minder welkom. De Commissie hoopt dat het voorzitterschap vooral de druk op de onderhandelingen zal handhaven en zich dus niet te vaak in het openbaar pessimistisch zal uitlaten. Inhoudelijk heeft Dehaene echter gelijk, zo menen ambtenaren van de Commissie. Zij wijzen er ook op dat de termijn van een jaar voor ratificatie door de lidstaten erg optimistisch is. Echte afronding van de onderhandelingen verwacht de Commissie pas in de eerste helft van 1994, tijdens het Griekse voorzitterschap. Ratificatie door de lidstaten zou dan gemakkelijk nog anderhalf jaar op zich kunnen laten wachten, zodat toetreding pas begin 1996 zou kunnen plaatsvinden. De kandidaat-lidstaten zouden daar geen moeite mee hebben, zo heet het in Brussel. Als echte deadline geldt voor beide partijen de herzieningsconferentie voor het Verdrag van Maastricht, die in 1996 zal plaatsvinden. De kandidaat lidstaten zouden daaraan als volwaardig lid mee moeten kunnen doen.

Met zijn uitspraken neemt het Belgische voorzitterschap afstand van het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, die het afgelopen jaar zijn opgetreden als voorzitter van de EG. Groot-Brittannië en Denemarken hebben sterk aangedrongen op een snelle uitbreiding van de Gemeenschap, terwijl het federaal ingestelde België meer belang hecht aan "institutionele verdieping' van de EG zoals die nu functioneert (zonder zich overigens te verzetten tegen de komst van nieuwe leden). Groot-Brittannië en Denemarken hebben de afgelopen tijd dan ook laten weten, te willen vasthouden aan de streefdatum van 1 januari 1995, zoals die is vastgelegd op de Europese Top in Edinburg, afgelopen december.

Premier Dehaene legde gisteren sterk de nadruk op de federale opstelling van zijn land. België wil een voorzitter zijn die “het spel der instellingen respecteert”, en die op de best mogelijke manier wil samenwerken met het Europese Parlement en de Europese Commissie. De Europese Commissie is “duidelijk de motor” van de Europese samenwerking, aldus Dehaene. Dezelfde Commissie kreeg de afgelopen tijd van vooral Britse zijde veel kritiek over zich heen, onder andere dat ze te bureacratisch en te dirigistisch zou zijn. Dergelijke geluiden waren gisteren niet te horen.