De beste vijf achtervolgers en de koele Spaanse rekenaar

MIGUEL INDURAIN

In Juli wordt de Spaanse, tweevoudige Tour- en Girowinnaar 29 jaar. De 1.88 meter lange boerenzoon uit Villava, absoluut de sterkste tijdrijder, weegt tachtig kilo en is daardoor van nature geen superklimmer. Op macht kan hij in het hooggebergte desondanks met de besten meekomen. Indurain is geen aanvaller, maar een koele rekenaar. In eigen land is hij razend populair. Voor een belangrijk deel dankt hij die publieke belangstelling aan zijn mysterieuze privéleven. Hij schermt zichzelf af. Tot zijn zevenentwintigste was hij bij de Spaanse ploeg Banesto de underdog. Hij stond in de schaduw van Pedro Delgado, was in de Tour een van zijn belangrijkste helpers. Teambaas José Miguel Echavarri leidde Indurain voorzichtig naar de top. Indurain is geen fietsende robot, dat bleek ook dit seizoen. In de finale van Luik-Bastenaken-Luik stortte hij volledig in en ook in de Ronde van Romandië stelde hij teleur. In de Ronde van Italië stelde de Tourfavoriet nummer één zijn supporters weer helemaal gerust. Hij was bijzonder zelfverzekerd en van aparte klasse.

TONY ROMINGER

De 32-jarige Tony Rominger is een laatbloeier. Toen de Zwitser in 1986 prof werd was hij een breekbaar, emotioneel ventje dat wegens hooikoorts in de maanden mei, juni en juli nauwelijks aan wedstrijden toekwam. Hij ging van specialist naar specialist, kreeg injecties maar er trad geen verbetering op. Zijn doktoren voorspelden dat hij op zijn dertigste van de allergie zou zijn verlost, hetgeen geschiedde. In 1992 won hij de Ronde van Spanje, een stunt die hij dit seizoen herhaalde. Rominger, die wegens zijn grote oren "de muis' wordt genoemd, hecht aan een perfecte medische begeleiding. Daarom gaat hij vaak te rade bij inspanningsfysioloog professor Michele Ferrari, een leerling van de beroemde professor Francesco Conconi. De 1.75 meter lange, 64 kilo wegende Rominger, was ooit boekhouder en is ook op de fiets een rekenaar. De kopman van Clas, een uitstekende klimmer en goede tijdrijder, deed twee keer (in 1988 en 1990) zonder succes aan de Tour mee. De in Monaco woonachtige miljonair had dit seizoen vier hoofddoelen. Hij wilde de Ronde van Baskenland en de Vuelta winnen - hij slaagde - en uitblinken in Luik-Bastenaken-Luik en de Tour. In Luik werd hij tweede.

ALEX ZÜLLE

In ijltempo heeft Alex Zülle de wielertop bestegen. Eind 1991 kreeg de nu bijna 25-jarige Zwitser een bescheiden contract bij het Spaanse Once, nadat hij als amateur een uitstekende Wilhelm Tell Rundfahrt had gereden. De 1.84 lange, 70 kilo zware renner verbaasde vorig jaar door zijn tweede plaats in de proloog van de Tour. Een dag later kreeg hij de gele trui om de schouders. In de twaalfde rit stapte hij, zoals gepland, af omdat hij nog te onervaren was voor het hele Tour-avontuur. Zülle heeft flair en straalt altijd vrolijkheid uit. De zoon van een Nederlandse moeder is een trainingsdier, dat naar eigen zeggen nog veel moet leren en daarom zijn oor veelvuldig te luister legt bij ervaren ploeggenoten als Erik Breukink en Johan Bruyneel en teambaas Manolo Saiz. In de afgelopen Ronde van Spanje was de gebrilde Zülle de enige die winnaar Tony Rominger in de bergen partij kon geven. Op tijdritten die korter zijn dan dertig kilometer, doet de wonderboy niet veel onder voor maestro Miguel Indurain, op langere afstanden komt hij nog tekort. Bij Once deelt Zülle, deze competitie eerste in Parijs-Nice, het kopmanschap met Breukink.

CLAUDIO CHIAPPUCCI

De nu 30-jarige Claudio Chiappucci was niet meer dan een helper tot hij zichzelf ontdekte in de Tour van 1990. De vrij onbekende 1.75 meter lange, 68 kilo wegende Italiaan ging toen brutaal het gevecht aan met de grote Greg Lemond, droeg acht dagen lang de gele trui en werd in het klassement pas kort voor het einde door de Amerikaanse winnaar gepasseerd. Chiappucci is een heerlijke aanvaller, die zich in de bergen in zijn element voelt. De meervoudige bergkoning in Tour en Giro won in 1991 Milaan - Sanremo. De kopman van Carrera, vorig jaar de grootste concurrent van Tourwinnaar Miguel Indurain, dreigt à la Raymond Poulidor in de jaren zestig een ,eeuwige tweede' te worden, mede als gevolg van zijn matige tijdrit. De populaire Chiappucci, afgelopen winter in het huwelijk getreden, kwam dit seizoen pas laat in vorm. De nummer drie van de Giro - hij won de ,koninginnerit' naar Corvara - nam na die Ronde gas terug. Hij rustte thuis uit, alvorens een trainingskamp op te slaan in Sankt Moritz. Na de Giro reed hij slechts één wedstrijd, het kampioenschap van Italië.

GIANNI BUGNO

De supporters van de 29-jarige Gianni Bugno zijn ongerust. Hun idool, dat in de Amstel Goldrace goed acteerde, behaalde dit seizoen pas één overwinning: de GP van Gippingen. In de Ronde van Italië verloor hij bijna een half uur op triomfator Miguel Indurain. Het is moeilijk om hoogte te krijgen van Bugno. Wat speelt er door het hoofd van de 1,78 meter lange, 68 kilo wegende zwijger? Vast staat dat hij onberekenbaar is. Neem het wereldkampioenschap van 1992 in Benidorm. Bugno had een verloren seizoen achter de rug, was in theorie kansloos voor de regenboogtrui maar sloeg genadeloos toe. In 1990 beleefde hij een uitstekend jaar met overwinningen in Milaan - Sanremo, de Wincanton Classic en de eindzege in het klassement om de Wereldbeker. Dat seizoen had hij de Tour wellicht kunnen winnen, wanneer hij zich minder had gericht op het behalen van etappezeges. Bugno, tweede in de Tour van 1991, is een uitstekende klimmer. Ooit bewees hij goed te kunnen tijdrijden, maar verleden jaar moest hij op die discipline veel terrein prijs geven op Indurain. Een Tourzege lijkt niet meer haalbaar voor Bugno, die meent geschikter te zijn voor de klassiekers dan voor de grote ronden.

ERIK BREUKINK

Manolo Saiz, ploegleider van Once, heeft nog altijd alle vertrouwen in Erik Breukink. Over één ding is de Spaanse teambaas duidelijk. Zijn 29-jarige Nederlandse kopman stelde teleur in de Ronde van Spanje. De gentleman Breukink, in september 1985 prof geworden, won deze competitie het Critérium International, een etappe in de Ronde van Valencia, de Ronde van Asturië en het Nederlands kampioenschap. Het waren troostprijzen in vergelijking met een Ronde-overwinning. De zoon van een fabrieksdirecteur hoeft in de tijdritten niet onder te doen voor de grootsten, zijn problemen liggen in de bergen. Met zijn 72 kilo is de rank gebouwde Gelderse renner vermoedelijk toch iets te zwaar, vooral als de weg steil is. De in Kalmthout woonachtige Breukink leverde zijn beste Tourprestatie in 1990, toen hij als lid van de PDM-ploeg op de derde plaats beslag legde. Tevoren maakte hij deel uit van de formatie-Post, waar hij plaats moest maken voor Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. “Breukink zal de Tour nooit winnen”, zei Post destijds. “Hij is niet hard genoeg en heeft altijd die eeuwige slechte dag.” Posts collega Saiz rekent er echter op dat Breukink een keer een grote ronde op zijn naam schrijft.