Baasje

Janet en Allan Ahlberg: De beer die niemand wilde. Vert. Leontine Bijman. Uitg. Het Spectrum-Arion. Prijs ƒ 24,90. Vanaf ca. 9 jaar.

Jos Lammers: Poppe en Beer. Met tekeningen van Philip Hopman. Uitg. Ploegsma. Prijs ƒ 22,95. Vanaf 8 jaar.

Het Britse duo Janet en Allan Ahlberg is gespecialiseerd in bijzondere prentenboeken. Binnen hun oeuvre komen we zeer uiteenlopende stijlen tegen: zo staan de kriebelige pentekeningen in het fraai uitgevoerde De puike postbode en de opvolger daarvan, De puike pakketpost, wel heel ver af van de gestileerde prenten in hun komische griezelstrip Bot en Botje (1988), de merkwaardige avonturen van twee skeletten en hun hond. Ook inhoudelijk zorgen de Ahlbergs regelmatig voor verrassingen: op het gebied van inventiviteit en humor hebben ze een reputatie hoog te houden.

Hun nieuwste boek is evenals Drie brutale beren (1991) geen prentenboek, maar een (voor)leesboek, en opnieuw mag het idee er zijn: De beer die niemand wilde behelst de levensgeschiedenis van een naamloze teddybeer, vanaf het allereerste begin, als hij in de fabriek in elkaar wordt gezet. Onze beer, zoals de auteurs hem noemen, mag dan zelf uiterst tevreden zijn over zijn uiterlijk, in de fabriek denkt men daar wegens zijn hooghartige gezichtsuitdrukking anders over. Een schoonmaakster vist hem uit de mand met afgekeurde beren en neemt hem mee naar huis, voor haar kinderen. Vanaf dat moment begint het echte leven: onze beer, die zich in de fabriek al had voorgenomen om zoveel mogelijk de liefde uit de weg te gaan (sufgeknuffeld worden, weet hij, is meestal niet bevorderlijk voor het uiterlijk van een beer), leert langzaam maar zeker het gezinsleven te waarderen, ook al valt het niet mee steeds maar door een poppemoeder in bad te worden gestopt.

De levensgeschiedenis van onze beer voltrekt zich tegen een achtergrond die geleidelijk meer vorm krijgt. Naarmate het beest meer "mens' wordt, komen we meer te weten over de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Tot ver in het boek valt niet vast te stellen op welk tijdvak het "Lang geleden' waarmee de Ahlbergs beginnen betrekking heeft - en dat terwijl de Engelse couleur locale alle aandacht krijgt. Pas als de beer begrijpt dat er een oorlog in aantocht is en de naam Hitler wordt genoemd, valt alles op z'n plaats. In de tussentijd zien de schrijvers kans een hoop te vertellen over gebruiken en verschijnselen uit de jaren dertig en veertig.

Hoogmoed, eenzaamheid, het gevoel afgewezen te zijn, angst, vernedering, het hoort er allemaal bij, evenals vrolijkheid, vriendschap en het verlangen naar een liefhebbend baasje. Dat maakt De beer die niemand wilde tot een informatief en leerzaam boek, maar dat niet alleen: het verhaal zit stevig in elkaar, is geestig verteld, en op gezette tijden zelfs spannend. En bovendien ziet het er met z'n Winnie the Pooh-achtige pentekeningetjes fraai uit. Alleen ten aanzien van de op de flap vermelde doelgroep is enig voorbehoud op z'n plaats: voor kinderen van zeven jaar is het boek, mede door de vele beschrijvende passages en het hier en daar ironisch-deftige taalgebruik, te moeilijk.

Jonge kinderen zullen meer zien in Jos Lammers' Poppe en Beer, over twee broertjes van wie de jongste een en al bewondering is voor zijn grote broer. Zoals te verwachten viel, draait het erop uit dat grote broer Beer helemaal niet zo stoer en ervaren is als Poppe dacht: op het gebied van de liefde blijkt de laatste uiteindelijk zelfs een lichte voorsprong te hebben. Lammers - auteur van onder meer het informatieve werkje Vrijen met jezelf - vertelt zijn verhaal in de zeker bij kinderen niet zo populaire ik-vorm, maar ten aanzien van een gevoelig onderwerp als verliefdheid is dat geen ongelukkige keuze. Er zitten een paar aardige passages in, zoals wanneer Poppe zich voorstelt hoe hij met een gitaar indruk zou kunnen maken op zijn beminde. Maar veel nieuws heeft het boekje niet te bieden: het is allemaal wel eens eerder en beter gedaan. Door Annie M.G. Schmidt bijvoorbeeld. Haar Stampertjes (uit Pluk van de Petteflet) hebben Lammers blijkbaar genspireerd tot de Stammetjes, een groepje branie-achtige knulletjes die allemaal zo op elkaar lijken dat de ik-figuur ze met geen mogelijkheid uit elkaar kan houden.