VS willen Japan en Duitsland in Veiligheidsraad

NEW YORK, 1 JULI. De Verenigde Staten hebben gisteren in een officiële verklaring gepleit voor een permanent lidmaatschap van Duitsland en Japan van de VN-Veiligheidsraad.

De status van de huidige vijf permanente leden - de VS, Rusland, Groot-Brittannië, China en Frankrijk - moet ongewijzigd blijven, aldus de verklaring van de VS-missie bij de Verenigde Naties.

De verklaring was een nadere uitwerking van de ideeën die de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Madeleine Albright, vorige maand over de toelating van Duitsland en Japan als permanente leden lanceerde. Amerika heeft zich niet uitgelaten over een vetorecht voor beide landen. De andere tien zetels van de Veiligheidsraad worden afwisselend bezet door de 183 VN-lidstaten voor een periode van twee jaar.

De VS wijzen erop dat elk permanent lid van de Veiligheidsraad een actieve rol dient te spelen in de internationale vredes- en veiligheidsaangelegenheden. Dat betekent dat economische mogendheden als Japan en Duitsland niet gevrijwaard kunnen blijven van deelname aan veiligheidsoperaties van de VN. Elk lid van de Veiligheidsraad moet bereid zijn om volledig mee te doen aan alle VN-acties, aldus het communiqué.

Voorts zullen de VS nog verder onderzoeken op welke wijze de Veiligheidsraad zou kunnen worden uitgebreid. Zij opperen dat de Veiligheidsraad wellicht door de toevoeging van een klein aantal zetels kan worden versterkt. Dit duidt volgens diplomaten op een krachtig signaal dat Washington niet afwijzend staat tegenover de wens van enkele grote ontwikkelingslanden zoals Nigeria, Egypte, India, Brazilië en Indonesië om tot de raad te mogen toetreden.

VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali had aan alle lidstaten verzocht zich te buigen over een eventuele uitbreiding of nieuwe verdeling van zetels in de Veiligheidsraad voor 30 juni 1993, conform een resolutie van de Algemene Vergadering eind vorig jaar. Een mogelijke uitbreiding van de raad krijgt steeds meer aandacht door het groeiend aantal lidstaten en de toenemende rol van de raad sinds het einde van de Koude Oorlog. (Reuter, AP)