Vergadertijger met driftige trekken; W. van de Zandschulp

Het woordvoerderschap voor sociale zaken van zijn fractie heeft PvdA-senator Willem van de Zandschulp de afgelopen dagen plotselinge bekendheid gebracht. Hij stond namens zijn fractie op de bres voor de langdurig gehandicapten, die het gevaar lopen zich niet te kunnen bijverzekeren als de WAO wordt afgeslankt.

Full-time-politicus heeft Van de Zandschulp nooit willen worden. Het lidmaatschap van de Eerste Kamer, “in onze partij toch een enigszins marginale functie”, bevalt hem uitstekend - al had hij het aanvankelijk moeilijk in die “rustige, bijna inerte herensociëteit”. Van de Zandschulp zit sinds 1980 in de Eerste Kamer. De 53-jarige sociaal-democraat in hart en nieren is werkzaam in het vormingswerk in Utrecht.

Lange tijd was Van de Zandschulp lid van het partijbestuur van de PvdA: van 1973 tot 1977 (de tijd van het kabinet-Den Uyl) en van 1979 tot 1991. Ingewijden noemen hem “een echte vergadertijger,” die op het vlak van de sociale zekerheid “zeer terzake kundig” is, maar in het debat nog wel eens “driftige trekken” toont.

Ien van den Heuvel, oud-voorzitter van de Partij van de Arbeid van 1974 tot 1978 herinnert hem als een “theoreticus die neigde naar de socialistische theorieën”. Van de Zandschulp behoorde volgens Van den Heuvel tot de linkervleugel, maar, zegt ze, “hij onderbouwde zijn standpunten altijd met argumenten en het was altijd goed naar hem te luisteren”.

Van de Zandschulp behoorde in de jaren zeventig tot de groep binnen het partijbestuur die het kabinet-Den Uyl hinderlijk, of zelfs meer dan dat, volgde. Hij kon moeilijk compromissen sluiten. Van den Heuvel: “Dat is, zo is mijn indruk, de laatste jaren bijgetrokken. Ik heb hem gisteren nog horen zeggen voor de televisie: ik ben pragmatisch. ” Van de Zandschulp heeft zich altijd verzet tegen het aanbrengen van een scheiding tussen actieven en niet-actieven. Van den Heuvel: “Willem zei altijd: als je vandaag actief bent, kun je morgen tot de inactieven behoren. Mensen moeten niet worden gestigmatiseerd.”