Topambtenaren willen verdere verlaging lasten

PAG.15 ANALYSE

DEN HAAG, 1 JULI. De belangrijkste financiële adviseurs van de regering menen dat de belastingen en het financieringstekort omlaag moeten. De druk van belastingen en premies moet met het oog op de Europese concurrentie worden verminderd met 1,75 procentpunt.

Om dit te bereiken zullen de overheidsuitgaven na 1994 niet mogen stijgen. Het financieringstekort - het verschil tussen uitgaven en inkomsten van de collectieve sector - moet in de volgende kabinetsperiode verder dalen naar 1,75 procent van het bruto binnenlandse produkt (BBP).

Dat is het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte aan het nieuwe kabinet. Het advies wordt morgen in de ministerraad besproken en volgende week naar de Tweede Kamer gestuurd.

De studiegroep staat onder leiding van de thesaurier-generaal van Financiën drs. H. Brouwer en bestaat uit financiële topambtenaren van de ministeries van economische zaken, algemene zaken, sociale zaken en financiën. In de commissie zijn de directeur van het Centraal Planbureau G. Zalm en de directeur van De Nederlandsche Bank prof.dr. A.H.E.M. Wellink als adviseurs vertegenwoordigd.

De topambtenaren hebben becijferd dat in de periode 1994-1998 voor 8 miljard gulden bezuinigd moet worden op de uitgaven van het rijk en de sociale zekerheid om de door hen aanbevolen combinatie van verlaging van het financieringstekort, verlaging van (vooral) belastingtarieven en een nullijn voor de uitgaven te betalen. Lukt het om het financieringstekort te verlagen naar 1,75 procent van het BBP dan zal de staatsschuld jaarlijks met 1 procent afnemen.

De Studiegroep Begrotingsruimte baseert haar becijferingen op de veronderstelling dat de economie in de komende kabinetsperiode met gemiddeld 1,75 procent per jaar zal groeien. Dat is de prognose voor de economische groei uit een scenario dat het Centraal Planbureau dit voorjaar publiceerde en waarin de groei pessimistisch wordt ingeschat.

Het financieringstekort zal bij uitvoering van het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte 1,25 procentpunt lager zijn dan de norm (3 procent BBP) die de EG straks stelt aan toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU). De verwachting is dat het tekort volgend jaar 0,25 procentpunt boven deze EMU-norm ligt.

De topambtenaren bepleiten herinvoering van een trendmatig begrotingsbeleid. Dat is een beleid waarin niet elke tijdelijke verandering in de economische ontwikkeling onmiddellijk hoeft te leiden tot wijzigingen in de rijksbegroting. De omvang van het financieringstekort wordt voor verscheidene jaren tegelijk zo vastgesteld dat het tekort een reserve bevat.