Scheve schepen

Op mijn artikel van 13 mei 1993 kwam een aantal reacties binnen waar ik graag op wil antwoorden.

K.J. Mansholt (27 mei) merkt op dat de korte stuurboordriem van de wai p'i-ku niet als wrikriem gebruikt zou kunnen zijn, daar hij om een pen draait. Dit laatste wordt zowel door Audemard als door Worcester vermeld, maar Audemard beschrijft ook expliciet hoe in zijn tijd deze korte riem door vier man gewrikt werd. Voor het wrikken is het inderdaad noodzakelijk dat de riem ook om zijn langsas kan draaien. De schijnbare tegenspraak verdwijnt als we ons realiseren dat "draaien om een pen' niet noodzakelijkerwijs inhoudt dat het laatste type draaiing onmogelijk is. In China is de pen vaak aan de bovenzijde kogelvormig afgerond, en past dan ruim in een holte die aan de onderzijde in de wrikriem is aangebracht. Ook wel bevindt de riem zich naast de pen en is daar met een strop los mee verbonden. Beide systemen laten voldoende draaiing om de langsas toe voor het wrikken.

Ir. E.E. van Andel (27 mei) merkt heel terecht op dat de Venetiaanse gondel een voorbeeld is van een Europees "scheef schip'. Interessant is dat als het scheepje vaart, de naar stuurboord gekromde scheepsvorm het effect te niet doet van de excentrische aandrijving door de gondelier, die het naar bakboord zou sturen. Deze scheepsvorm heeft hetzelfde effect als een permanente roeruitslag naar stuurboord bij een symmetrisch schip.

Probeert men een schip te jagen (voort te trekken) als daarbij de romp evenwijdig aan de vaarrichting wordt gehouden, dan drijft het snel naar de walkant af, vooral doordat de altijd enigszins zijwaarts uitstaande jaaglijn een krachtcomponente in die richting uitoefent. Als het schip in die stand wordt gehouden zou het, als het scheef was, bovendien nog een kleine zijwaartse kracht ondervinden door het hydrodynamische effect waar ir. H. J. Schurink (3 juni) aan refereert (en waar meestal de naam van Venturi aan wordt verbonden).

Daarom wordt in de praktijk een schip iets van de kant af gestuurd als het wordt gejaagd. De scheepsromp wordt dan onder een kleine hoek met de vaarrichting voortgetrokken. Op deze manier wordt een zijwaartse kracht opgewekt die de krachten opheft die anders het schip naar de wal zouden duwen. Bij een symmetrisch schip wordt deze stand verkregen door het roer voortdurend een uitslag te geven. Wordt het schip aan bakboord gejaagd dan wijst de romp een weinig naar stuurboord, hetgeen wordt verkregen door het roerblad een uitslag ook naar stuurboord te geven. Bij een scheef schip is dat niet nodig, omdat, zoals hiervoor al opgemerkt, dit zich gedraagt als een symmetrisch schip waarvan het roer een permanente uitslag heeft. Zoals Worcester vaststelde, kan daarom een scheef schip gejaagd worden zelfs als het geen roer aan boord heeft.