RARA blijft ongrijpbaar voor justitie

DEN HAAG, 1 JULI. Revolutionaire Anti Racistische Actie (RARA) vormt al acht jaar de meest radicale tak van het Nederlandse actiewezen. Dertig bomaanslagen, branden en vernielingen zijn in de loop der jaren opgeëist door RARA. De bekendste was de bomaanslag op de woning van Kosto. Het is nooit vastgesteld dat zich achter de vier letters steeds dezelfde mensen verschuilen. In zijn historische continuteit is RARA waarschijnlijk meer een idee dan een groepering.

Aanvankeljk richtten de acties van RARA zich tegen bedrijven die aanzienlijke belangen hadden in Zuid-Afrika, met name tegen de Steenkolen Handelsvereniging (SHV). De sympatisanten van RARA zullen de vijf brandstichtingen bij Makrovestigingen beschouwen als het grootste succes. Naar aanleiding hiervan besloot SHV, waarvan de Makro een dochteronderneming is, haar activiteiten in Zuid-Afrika van de hand te doen.

Vervolgens concentreerde RARA zich op Shell, waarvan de activiteiten in Zuid-Afrka een symbolische waarde werden toegedicht door de actievoerders. De vernielingen van Shell-stations hebben echter nooit enig aanwijsbaar effect gehad op de activiteiten van het olieconcern in Zuid-Afrika.

De materiële schade van de door RARA opgeëiste aanslagen wordt geschat op meer dan 150 miljoen gulden. Politie en Justitie hadden weinig succes in hun speurtocht naar de daders. Weliswaar werden in 1988 enige arrestaties verricht, waarbij de politie claimde dat de arrestanten betrokken waren bij RARA, maar uiteindelijk werd slechts één persoon veroordeeld. Hij werd verdacht van betrokkenheid bij aanslagen op Shell-stations, Makro-vestigingen en de Schiedamse drukkerij Elba. Hij werd door het Hof alleen voor dat laatste veroordeeld. Het bewijs voor zijn betrokkenheid bij de overige acties was volgens het Hof onrechtmatig verkregen.

Tijdens het proces uitte de verdachtte, die in hoger beroep werd veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk, zich tegen het vreemdelingenbeleid van de Nederlandse overheid. Dit vormde de eerste aanwijzing dat RARA zijn werkterrein ging verleggen. Met de vrijlating van Nelson Mandela bood de RARA-variant van anti-apartheidsactie weinig perspectieven meer. In een aan het links-radicale maandblad Konfrontatie toegezonden interview verklaarden "leden' van RARA in 1991 dat ze zich voortaan zouden richten op de positie van vluchtelingen en illegalen. De genterviewden sluitten militante acties niet bij voorbaat uit, maar zagen daar vooralsnog weinig heil in omdat het draagvlak daarvoor zou ontbreken.

Na een jaar zonder aanslagen, vormde in maart 1990 de marechaussee-kazernes in Arnhem en Oldenzaal doelwit van aanslagen. Sindsdien richt RARA zich met zijn aanslagen op de Nederlandse overheid. Inzet daarbij is, zoals in het interview werd aangekondigd en zoals blijkt uit bij die gelegenheden achtergelaten pamfletten, het vreemdelingenbeleid. Tot en met de aanslagen op het ministerie van binnenlandse zaken - de bom was eigenlijk bedoeld voor het aangrenzende gebouw van het ministerie van justitie - en het woonhuis van staatssecretaris Kosto, ging het daarbij vooral om de positie van asielzoekers.

In de verklaring die vanmorgen naar Radio Rijnmond werd gefaxt, wordt geprotesteerd tegen de "jacht' op illegalen. Omdat de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen een belangrijke rol speelt bij het opsporen van personen die illegaal werken, is deze dienst van het ministerie van socale zaken dit keer als doelwit gekozen.

Na de aanslagen op Binnenlandse Zaken en het huis van Kosto, bleef het anderhalf jaar stil rond RARA. Een speciaal geformeerd opsporingsteam, bestaande uit mensen van de gemeentepolitie in Den Haag en Amsterdam, de rijkspolitie in Noord-Holland, de marechaussee, de BVD en de CRI, moest de daders zien te achterhalen. Een jaar na de aanslagen is het opsporingsteam weer ontbonden. Wat hun speurtocht aan het licht geeft gebracht, is nooit onthuld. In elk geval zijn er geen daders gevonden.