Radar (2)

In alle verhalen over Nederlandse radar wordt voortdurend verteld over de jaren na de oorlog. Mijn ervaring gaat terug naar de zomer van 1938. Mijn vader was officier-vlieger bij de MLD, de Marine Luchtvaartdienst, geplaatst op het vliegkamp "De Mok' op Texel. Ik had radio-techniek als hobby.

Op een dag vertelde mijn vader, dat er experimenten met radio op het vliegkamp werden gedaan, en of ik zin had om dat eens te bekijken. Daar stonden twee paraboolspiegels van 2,5 meter doorsnede schuin achter elkaar opgesteld op de verste punt van het eiland en gericht over het Marsdiep voor de haven van Den Helder langs. De voorste was de zender, de achterste de ontvanger. De golflengte was 25 cm. Mij viel bijzonder op dat de voedingslijn naar de zend-antenne op elke 12,5 cm een 'kortsluiting' had. De uitleg was, dat dat de afstemming van de zender was. De zendbuis was een "split-anode' magnetron, in amplitude gemoduleerd met 800 Hz door de voeding te schakelen.

De ontvanger bestond uit een "eikel'-penthode hoogfrequent-versterker, een diode mengtrap met ook een eikel-oscillator en vijf trappen middenfrequent versterking op 30 MHz met de buizen AF-7.

Als nu de boot naar Texel de haven in of uit ging en de baan van de straling passeerde, was uit de ontvanger de toon van 800 Hz te horen.

Zover ik weet zijn dit de eerste experimenten geweest, die via deze reflecties geleid hebben tot de ontwikkeling van de Radar.

De man bij deze installatie was van het Philips Laboratorium.