Opsporingsregister SIS snel actief in "Schengenlanden'; De schildwacht van Fort Europa

“Bijzonder teleurstellend”, noemt een woordvoerder van het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten het besluit van de zogeheten Schengenlanden om de grenscontroles aan hun onderlinge grenzen af te schaffen. “Heel plezierig”, oordeelt daarentegen D. Kotteman van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Het besluit heeft een verstrekkend gevolg dat veel reacties losmaakt. Per 1 december gaat een internationaal opsporingregister draaien, waarop zes landen zijn aangesloten. Met dit computersysteem kunnen gezochte Nederlanders ook in België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Spanje worden aangehouden.

De opheffing van de grenscontroles is de laatste maanden minder snel gegaan dan de ontwikkeling van het opsporingssysteem, Schengen Informatiesysteem (SIS) genoemd. De douane treedt streng op in de treinen tussen Nederland en Frankrijk; Nederland heeft de controle aan de grens met België verscherpt met het oog op het drugtoerisme. Per 1 december gaan de grenzen officieel open, maar er blijven ruime mogelijkheden om “wanneer de openbare orde daartoe noopt” grenscontroles in te stellen.

Het SIS, ontwikkeld om afschaffing van de grenscontroles te compenseren, is intussen vrijwel gereed. Momenteel wordt het met fictieve gegevens proefgedraaid. In Nederland gebeurt dat in de pilot regio's Rotterdam en Arnhem, die in contact staan met Straatsburg, waar het centrale deel van het systeem staat. Volgens Kotteman, algemeen projectleider bij het CRI, zijn er geen technische problemen meer die inwerkingtreding op 1 december kunnen blokkeren. Het CRI schat dat het SIS gegevens over ruim een miljoen personen gaat bevatten, van wie ongeveer 50.000 in Nederland.

Kotteman denkt dat het SIS een belangrijk instrument kan worden bij de internationale misdaadbestrijding. “Met het SIS kunnen in zeer korte tijd gegevens, zoals het signalement van een bankovervaller, worden doorgegeven aan zes landen. Als het tegenzit duurt het vijf minuten. Dat is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het Interpolsysteem dat tot nu toe gebruikt werd. Daarmee duurde het dagen en dan zat zo'n overvaller allang in Ró.”

Afgezien van politie en justitie staan weinig mensen te juichen nu het systeem per 1 december gaat draaien. Bij de behandeling van "Schengen' in de Tweede Kamer, een jaar geleden, golden de bezwaren van enkele Kamerleden onder meer het SIS. De persoonsgegevens in het systeem zouden in een aantal Schengenlanden onvoldoende beschermd zijn. Mede daarom doen Italië, Griekenland en Portugal per 1 december nog niet mee. De Tweede Kamer keurde de overeenkomst uiteindelijk wel goed, evenals later de Eerste Kamer ondanks vele bezwaren.

Verscheidene juristen hebben gewezen op de manco's van het SIS. Staten kunnen verschillende criteria hanteren voor de opname van personen in het systeem, omdat deze criteria te vaag geformuleerd zijn. Behalve zware misdadigers en vermisten kunnen bij voorbeeld personen worden opgenomen waarvan “de algemene beoordeling” doet vermoeden dat zij een misdaad zullen plegen. Ook mensen van buiten de Schengenlanden kunnen wel erg makkelijk in het SIS terechtkomen. Zij lopen dat risico al als zij aangemerkt worden als “een gevaar voor de openbare orde”. Een advocaat heeft erop gewezen dat daaronder ongeveer alles kan vallen wat verboden is.

Door de vaagheid van de criteria kan het voorkomen dat op verzoek van het ene land iemand in het systeem wordt gezet die er volgens het recht van het andere land helemaal niet in zou mogen staan. Gedacht kan worden aan een lid van de in Spanje opererende Baskische afscheidingsbeweging ETA die niets op zijn kerfstok heeft maar op grond van zijn lidmaatschap volgens Spanje verdacht is. Nederland kan in zo'n geval wel weigeren de persoon in kwestie in eigen land op te sporen.

Als mensen ten onrechte worden opgenomen zijn de gevolgen zeer onaangenaam. Professor C.A. Groenendijk van de Katholieke Universiteit Nijmegen: “In Der Spiegel heeft ooit het verhaal gestaan van een Duitse vrouw die door een persoonsverwisseling voor een RAF-lid werd gehouden. Ze kwam vaak in Italië en omdat de Duitse politie haar signalement had doorgegeven, werd ze daar drie of vier keer aangehouden. Ik denk dat dat soort dingen meer voor zal komen als het SIS er is.”

Om gevallen als deze zoveel mogelijk te voorkomen houdt in elk Schengenland een onafhankelijke instantie toezicht op het SIS. Burgers met klachten kunnen zich daar vervoegen. In Nederland ligt die taak bij de al bestaande Registratiekamer, die nu klachten over de nationale politieregisters bekijkt. Per jaar zijn dat er ongeveer vijfhonderd. De bevoegheden van de Registratiekamer zijn vergelijkbaar met die van de Nationale Ombudsman: zij kan klachten onderzoeken, rapporteren en adviseren over een oplossing, maar niet zelf naar de rechter stappen of een bevel geven. Het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten vindt daarom de bevoegdheden te beperkt om burgers die benadeeld zijn door het SIS adequaat bij te staan.

Voorzitter P.J. Hustinx van de Registratiekamer is het hier niet mee eens. Hij noemt de bevoegdheden “niet ontoereikend” omdat de adviezen van de Registratiekamer “doorgaans” worden opgevolgd. Ook heeft hij vertrouwen in de bescherming van de gegevens in het SIS en verwacht hij niet dat het aantal klachten “de pan uit zal rijzen” als het SIS in werking treedt.

Een ander argument van politici en juristen tegen het SIS is dat het systeem voor asielzoekers de muur rond "Fort Europa' wordt. Het SIS sluit naadloos aan op het asielbeleid van de EG, waarover op 15 juni 1990 in Dublin een verdrag werd afgesloten. Hierin wordt bepaald dat alleen het eerste EG-land waar een asielzoeker binnenkomt verantwoordelijk is voor de afhandeling van een asielverzoek. Dit betekent dat een via Duitsland naar Nederland gereisde asielzoeker door de Nederlandse autoriteiten direct teruggestuurd kan worden naar Duitsland. Nu is het nog zo dat alle in Nederland ingediende asielverzoeken in behandeling worden genomen. Als het Verdrag van Dublin in werking treedt hoeft dat niet meer, en volgens het ontwerp van de nieuwe Nederlandse vreemdelingenwet mág dat niet eens meer. Het SIS vormt het instrument om de "ongewenste' asielzoekers effectief buiten de deur te houden. Professor Groenendijk: “Asielzoekers krijgen te maken met één "Schengenland', terwijl ze eerst te maken hadden met verschillende landen waar ze verschillende kansen hadden. De keuzemogelijkheid wordt ze nu ontnomen, terwijl het nog steeds niet zo is dat ze in elk Schengenland dezelfde rechten hebben. De situatie op Sri Lanka is in Nederland heel anders beoordeeld dan in Frankrijk. In Nederland zijn heel weinig Tamils als vluchteling erkend, in Frankrijk gebeurt dat veel vaker. Voor Somaliërs is het precies andersom. Asielzoekers kunnen bovendien worden doorgeschoven naar landen buiten de EG. Je kunt je afvragen of de procedures dáár aan de minimumeisen voldoen.”

"Schengen' werpt volgens Groenendijk bovendien “een schaduw vooruit op het vreemdelingenbeleid”. “Nederland heeft als neveneffect van "Schengen' besloten de Vreemdelingenwet te herzien en de regels voor asielzoekers worden daarin zo algemeen geformuleerd, dat niet alleen asielzoekers maar ook andere vreemdelingen, zoals politiek vluchtelingen, erdoor getroffen kunnen worden.”

Als het aan politie en justitie ligt is de invoering van het SIS in december beslist geen eindpunt. Professor J. Schutte van het ministerie van justitie: “Het doel is om het SIS uit te laten groeien tot een European Information System voor Europol, de Europese politie-samenwerking.” Zover is het nog lang niet. Een besluit over de zetel voor Europol is deze week weer voor een half jaar uitgesteld en op een Europol-verdrag is nog geen uitzicht.