Oogstrelende stukken uit islamitische schatkamer Koeweit

Tentoonstelling: Kunstschatten uit Koeweit: 1000 jaar islamitische kunst en mecenaat. T/m 17 okt. in het Haags Gemeentemuseum. Catalogus ƒ 59,90.

Toen sjeik Nasir Sabah al-Ahmad al-Sabah en zijn vrouw Hussah ontwaakten in hun hotelkamer in Leningrad op de dag na de Iraakse inval in Koeweit, waren zij in één klap het beste deel van hun wereldberoemde kunstverzameling kwijtgeraakt. De Irakezen ledigden op systematische wijze het Nationale Museum van Koeweit. Daarin waren circa duizend voorwerpen uit de collectie oude islamitische kunst van het echtpaar ondergebracht. Wat niet mee kon naar Irak werd in brand gestoken, zoals een paar zeldzame veertiende-eeuwse Marokkaanse deuren met Koran-inscripties.

In augustus 1990 bevonden zich echter 130 topstukken in de Hermitage in Leningrad. Na afloop van de tentoonstelling reisden ze volgens eerder gemaakte afspraken door naar diverse musea in de Verenigde Staten, Canada en tenslotte naar Parijs. Nu zijn ze in het Haags Gemeentemuseum te zien. Inmiddels hebben de Irakezen vorig jaar augustus vrijwel de gehele Al-Sabah collectie teruggegeven aan het Nationale Museum. Omdat het gebouw grotendeels verwoest is, wordt nog naar een ander onderkomen omgezien.

Volgens conservator J. Teske is het voor het eerst sinds 1930 dat er in Nederland een overzichtstentoonstelling te zien is van de hele islamitische kunst. De 20.000 voorwerpen bevattende Al-Sabah collectie bestrijkt de periode van 700 tot 1800 en omvat het hele islamitische cultuurgebied, van Spanje tot aan India. Zij is op dit gebied de grootste verzameling in de islamitische wereld en kan zich meten met de islam-collecties van het Metropolitan Museum in New York, het Louvre in Parijs en het British Museum in Londen. Dat is bijzonder, temeer daar sjeik Nasir pas in 1975 serieus met verzamelen begon.

De in Jeruzalem opgeleide bankier en zakenman, een neef van de huidige emir van Koeweit, heeft smaak. De tentoongestelde stukken zijn oogstrelend: de bezoeker waant zich in een schatkamer uit een Arabisch sprookje. De geëxposeerde stukken zijn dan ook van hofkwaliteit. Een mid-zeventiende-eeuwse Indiase degen met een handvat van jade, ingelegd met goud en diamanten, robijnen en smaragden schittert naast een Iraaks, koperen astrolabium. Dit navigatie-instrument uit de tiende eeuw is het vroegst bekende gedateerde en gesigneerde exemplaar ter wereld. Een verlucht Turks handschrift uit de zeventiende eeuw, een kopie van een verloren gegane beschrijving van de kusten van de Middellandse Zee door de Osmaanse zeeman Piri Reis (ca. 1465-1554), ligt opengeslagen bij een gezicht op Venetië. Het strijdt om de aandacht met een Turkse stalen helm uit de vijftiende eeuw. De helm heeft de vorm van een bloembol maar loopt bovenop uit in een punt. Hij is rondom gegraveerd en met zilver ingelegd, met teksten en bloemmotieven. De Arabische inscripties wensen de drager een lang leven, "zo lang als een duif koert'.

De tentoonstelling geeft tevens een beknopt overzicht van de rijke keramische traditie van de islam. Een negende-eeuwse platte schaal met bloemmotieven en Arabische teksten in goudgeel en roodbruin uit het huidige Irak is een zeer vroeg voorbeeld van lusterbeschildering. Deze techniek werd in de achtste eeuw door Egyptische glasmakers ontdekt: met metaalpigmenten wisten zij aan hun glaswerk de fraaie glans te geven die in autohandelaarsjargon "metallic' heet. In de negende eeuw begonnen pottenbakkers in Mesopotamië dezelfde techniek op keramiek toe te passen. Eerder waren zij al verantwoordelijk geweest voor de uitvinding van ondoorzichtig, wit tinglazuur. Dit stelde hen in staat het populaire Chinese porselein na te bootsen. Met de verspreiding van de islam verbreidden deze technische vernieuwingen zich over Noord-Afrika en Spanje. Vanuit Italië kwamen ze naar onze streken, waar het tinglazuur in de zeventiende eeuw de produktie van Delfts aardewerk mogelijk zou maken: eveneens een imitatie van Chinees porselein.

Opvallend is de grote invloed van kalligrafie in alle aanwezige kunstwerken. In de islamitische wereld was en is het Arabische schoonschrift de meest bewonderde kunstvorm. Het Arabisch heeft een aureool van heiligheid: daarin werd immers de Koran geschreven. Ook in de Al-Sabah-verzameling nemen gekalligrafeerde bladen een belangrijke plaats in. Al is de weergave van menselijke figuren in de wereldlijke kunst niet per sé verboden, islamitische kunst vertoont een sterke hang naar abstractie. Ter decoratie gebruiken kunstenaars geometrische patronen, arabesken, gestileerde plantvormen en teksten. De ritmische Arabische kalligrafie past wonderwel op zeer uiteenlopende gebruiksvoorwerpen, van tapijten en boekbanden tot oorhangers.

Voor Westerlingen is het even wennen dat de nadruk niet ligt op de weergave van de menselijke figuur en dat niet de schilderkunst het hoogst in aanzien staat. Wat bij ons vaak, en vooral tegenwoordig, wordt afgedaan als decoratieve, "toegepaste' en dus minderwaardige kunst, is in de islamitische traditie hoge kunst. Met als gevolg dat ook het technisch meesterschap - bijvoorbeeld in de keramiek - zeer werd gewaardeerd en vaak al vroeg op een hoog peil stond.

In de meereizende catalogus, die verheugend luxueus is uitgevoerd met paginagrote foto's van alle objecten, gaan kunsthistorici in op de rol van opdrachtgevers in de islamitische wereld. Daarmee worden en passant de belangrijkste machtswisselingen en cultuurveranderingen besproken in de duizend jaar die de verzameling Al-Sabah omspant. Belangrijker dan de veranderingen zijn in dit geval echter de dingen die gelijk blijven. De islam en de Arabische taal smeedden een uitgestrekt gebied tot een culturele eenheid, waarin een vrij verkeer van ambachtslieden mogelijk was. Zo werden technieken en stijlen snel verspreid. Door de eeuwen heen is er sprake van een uitgesproken islamitische stijl. Daardoor is ook deze tentoonstelling, met zijn zeer verschillende kunstvormen, een eenheid.

Alleen de inrichting stelt teleur. De belichting is fantasieloos, de vitrines ronduit lelijk. De aandacht daarvoor is er bij alle commotie rond de dreigende bezuinigingen in het Haags Gemeentemuseum kennelijk bij ingeschoten. En dat doet de door het echtpaar al-Sabah met veel liefde opgebouwde collectie geen recht.