Noorden van land wast zich met minder water dan zuiden

Nederlanders gebruiken zo'n 135 liter kostbaar drinkwater per dag en dat is eigenlijk teveel. Zeker gezien het feit dat maar een fractie van die 12 emmers ook werkelijk wordt opgedronken. Het is zo weinig dat het niet eens in de statistieken voorkomt. De VEWIN, de bond van waterleidingbedrijven, heeft onderzocht hoe die 135 liters worden gebruikt en door wie. Het tijdschrift HO van 24 juni publiceerde de resultaten.

De gemiddelde Nederlander laat per dag ongeveer 50 liter door de afvoer van bad, douche en wastafel gaan. Maar liefst 43 liter wordt door het toilet gespoeld, 25 liter gaat op aan hand- en wasmachinewas en 10 liter wordt aan de afwas besteed. Zes liters zijn "overige'.

De VEWIN is genteresseerd in de mate waarin het gebruik verschilt per inkomensklasse, regio, gezinsgrootte en leeftijd, want daar bevinden zich misschien de aanknopingspunten voor waterbesparing en voor prognoses van de ontwikkeling van het waterverbruik.

Welnu, drinkwaterverbruik is in Nederland een opvallende constante. De meest opzienbarende uitkomst is wel dat het verbruik vrijwel geen relatie heeft met het inkomen. Welke inkomensklasse men ook neemt, altijd is het totale verbruik dicht bij de 135 liter per dag. Het enige waar wat variatie in zit is het badgebruik: de hogere inkomens gebruiken bijna 15 liter per dag voor het bad, de laagste 4,5 liter. Deze verschillen worden weer gecompenseerd door onder meer een geringer douchegebruik en een geringer toiletgebruik van de hogere inkomens: de laagste inkomens spoelen per dag 45 liter door het toilet, de hoogste nog geen 40. Een intrigerend onderzoeksresultaat, dat waarschijnlijk wordt veroorzaakt door een grotere uithuizigheid van de hoogste inkomens.

Verrassend is ook dat er nauwelijks een verband is tussen waterverbruik en gezinsgrootte. Tot dusverre werd aangenomen dat de stijging in het waterverbruik die de afgelopen decennia te constateren valt, voor een belangrijk deel verklaard kan worden door de dalende woningbezetting en de gezinsverdunning. Een voor de hand liggende gedachte; het waterverbruik voor de afwas en de was neemt niet evenredig toe met het aantal gezinsleden. Toch is die relatie er niet. In gezinnen met drie leden is het gebruik per hoofd zelfs hoger dan in eenpersoonshuishoudens. Wel daalt het gebruik per hoofd bij gezinnen met vier of meer leden. In dergelijke gezinnen zijn vaak kleine kinderen die na elkaar in hetzelfde bad gaan, papieren luiers gebruiken en niet op de wc, maar op het potje gaan.

In geringe mate hangt het waterverbruik met de leeftijd samen. De jongste leeftijdsgroepen douchen vaker, maar spoelen weer minder water door het toilet en gaan minder in het bad. In de groep 25 tot 35 jaar bevinden zich de zwaarste watergebruikers: 141,5 liter per dag. Zij springen er vooral uit wat betreft douche- en wasmachinegebruik. Verwacht kan worden dat die gewoonte zich op latere leeftijd zal voortzetten, schrijft drs. G. Achttienribbe van de VEWIN in een commentaar bij de cijfers in HO.

De meeste variatie in het waterverbruik vinden we als we naar de regio kijken. In het noorden is het het gemiddelde waterverbruik opvallend lager dan in het zuiden: 124 liter per dag in het noorden tegen 143 liter per dag in het zuiden. De grootste verschillen zitten in het bad- douche- en wastafelgebruik. In het noorden gaat er per dag 5 liter door het bad, in het zuiden 11 liter. Douche: 31,5 liter (noorden) tegen 40 liter (zuiden). Wastafel: 3,5 liter (noorden) tegen 4 liter (zuiden). Ook in het gebruik van de wasmachine zit een verschil: 24 liter (noorden) tegen 27 liter (zuiden). De handwas vraagt zowel in het noorden als het zuiden ongeveer 2,5 liter, dus daaraan kan het ook al niet liggen. Achttienribbe van de VEWIN zoekt de verklaring in urbanisatiegraad, de kwaliteit van de woningen en de samenstelling van de bevolking.