Milieu blijkt splijtzwam tussen VS en Mexico

MEXICO-STAD, 1 JULI. Toen niet lang geleden in het Texaanse Brownsville binnen één week tijd zes baby's zonder hersens waren geboren, werd dokter Carmen Rocco ongerust. Rocco, directeur van een openbare kliniek in deze Amerikaanse stad aan de grens met Mexico, begon samen met andere verontruste burgers een plaatselijk onderzoek naar de oorzaken van deze anencefalie. Maar, zoals Rocco ontdekte, “de autoriteiten waren hier niet echt in genteresseerd”. De vermoedelijke reden: in toenemende mate zijn er aanwijzingen dat de afwijking verband houdt met de sterk toegenomen verontreiniging, die het gevolg is van Amerikaanse assemblagebedrijven aan de Mexicaanse kant van de grens, de zogenoemde maquila-industrie.

Het staat vast dat bedrijven niet alleen naar Mexico worden gelokt door lage lonen en minder strenge controle van arbeidsomstandigheden, maar ook door de ontspannen Mexicaanse milieuwetgeving. Een uitgebreid Amerikaans onderzoek in 1991 toonde aan dat bijna driekwart van alle bedrijven in de grensstreek hoge concentraties van giftige stoffen voorkomen, die kanker kunnen verwekken en geboorte-afwijkingen kunnen veroorzaken. Ook de grensrivier de Rio Grande (Rio Bravo) wordt gebruikt om giftige stoffen te lozen.

De milieucomponent van het Mexicaans-Amerikaans-Canadese vrijhandelsakkoord NAFTA, en met name de situatie aan de Mexicaans-Amerikaans grens, was gisteren reden voor een Amerikaanse federale rechter om de regering-Clinton een milieu-effectrapportage op te leggen, alvorens het handelsverdrag ter ratificatie aan het Congres kan worden voorgelegd. Die toets, zo menen deskundigen, kan Mexico nog lang niet doorstaan.

Dàt anencefalie, of hersenloosheid, wordt veroorzaakt door milieuvervuiling staat niet onomstotelijk vast. “Er zijn geen erkende oorzaken”, geeft dokter Rocco toe, “het kan ook een genetische afwijking zijn of te maken hebben met voeding.” Maar onderzoekers zijn in toenemende mate geneigd de schuld te geven aan de arbeidsomstandigheden van werknemers in de maquila-industrie. “Leugens van de media”, zegt de zakenman Pat Ahumada, tevens burgemeester van Brownsville, dat economisch met handen en voeten is gebonden aan de assemblage-activiteiten langs de Mexicaanse kant van de grens. “Het is een genetische ziekte die ons hispanics treft.” Statistieken geven hem gelijk èn ongelijk. Weliswaar worden Mexicaanse (samen met Noordierse) baby's disproportioneel vaker zonder hersens geboren, maar de gevallen van anencefalie aan de Texaanse kant van de grens betreffen ook in toenemende mate baby's van zogenoemde caucasische (blanke) ouders.

Eén van de redenen die milieu-activisten noemen voor de problemen met de vervuiling door de maquila-industrie in Noord-Mexico is het ontbreken van een adequate infrastructuur ter plaatse. Riolering, watervoorziening en vuilverwerking zijn nog steeds ingesteld op de kleinschalige plattelands-samenleving die het grensgebied vóór de komst van de maquiladoras was. De Amerikaanse Medische Associatie noemde de grensstreek vorig jaar “een zinkput en broedplaats voor besmettelijke ziekten.” Aan beide zijden van de grens is ook forse toename gesignaleerd van tuberculose en hepatitis-A.

“Volgens een schatting van de Board of Trade Alliance heeft het noorden de komende jaren 5,5 miljard dollar nodig voor de ontwikkeling van infrastructuur”, zegt de socioloog Diego González, directeur van de actiegroep Maquiladora Coalition in San Antonio. “Wij gaan ervan uit dat dit eerder twaalf tot dertien miljard dollar zal zijn.” Volgens González loopt de Mexicaanse overheid inmiddels ook hopeloos achter met milieuwetgeving. “De overheid had een programma moeten beginnen voor het verwerken van chemisch afval toen de maquiladoras 25 jaar geleden begonnen.”

Hoe groot de economische belangen in de Texaans-Mexicaanse grensstreek zijn, hoe controversieel het NAFTA-akkoord is en hoe hard de strijd tussen de bedrijven en de milieugroeperingen, blijkt wel uit de beschuldigingen van Mario Gutiérrez, voorzitter van het ecologische comité van de Associatie van Maquiladoras in Matamoros, aan de Mexicaanse kant van de grens: “De Amerikaanse vakbonden betalen agitatoren om de maquiladoras zwart te maken.”

De Amerikaanse vakcentrale AFL/CIO is een overtuigd tegenstander van NAFTA, omdat wordt gevreesd dat het handelsakkoord zal leiden tot het verdwijnen van Amerikaanse banen naar Mexico, zeker als de Mexicaanse vestigingseisen op milieugebied soepeler zijn dan de Amerikaanse. Gutiérrez wijst erop, dat de assemblage-industrie zelf strenge normen aanlegt voor de in het grensgebied gevestigde bedrijven onder het motto "we willen toch niet in ons eigen vuil zitten' en "het zijn ook onze kinderen'.

Ondernemers in Matamoros stellen dat de Mexicaanse milieudienst SEDUE de afgelopen jaren steeds strenger en efficiënter is geworden. Een voormalige manager van een General Motors-fabriek in Noord-Mexico zegt, op voorwaarde van anonimiteit: “In het begin konden we doen wat we wilden. De afgelopen jaren is SEDUE echter sterk veranderd. In 1991 voldeed nog maar dertig procent van de bedrijven aan de milieunormen, vorig jaar was dat al 85 procent”. Maar milieu-activisten honen het feit dat SEDUE-inspecteurs worden opgeleid door de bedrijven die ze later zelf moeten controleren, hetgeen wordt erkend door de Associatie van Maquiladoras. Als zwak punt in de milieu-controle wordt voorts genoemd de vergaande corruptie in de Mexicaanse samenleving, waaraan ook milieu-inspecteurs zijn blootgesteld.

De Mexicaanse autoriteiten zijn zich overigens zeer bewust van de kritiek in binnen- en buitenland op de achtergebleven milieuwetgeving en wetshandhaving in Mexico. Met als stok achter de deur het mislukken van het politiek en economisch als cruciaal beschouwde handelsakkoord met de Amerikanen en de Canadezen, is Mexico begonnen met wat de Amerikanen noemen to clean up its act, de bezem door de eigen stal halen. De grote achterstand van Mexico op milieugebied kan niet in één keer worden ingehaald, hoewel dit toch wordt geprobeerd. “Een lovenswaardig streven, maar het gaat allemaal te snel”, zei Robert Jones, vertegenwoordiger van een milieu-ingenieursbureau uit het Texaanse Austin vorig jaar tegen The Wall Street Journal. Voor Amerikaanse en Europese bedrijven op milieugebied is de Mexicaanse markt bijzonder aantrekkelijk, omdat het in Mexico vrijwel geheel ontbreekt aan kennis en infrastructuur.

Intussen blijven er uit het grensgebied tussen beide landen verontrustende berichten komen over de milieusituatie. En nu de vervuiling ook gevolgen krijgt aan de Amerikaanse kant van de grens klinken de protesten tegen de bijwerkingen van het maquiladora-succes steeds luider. “Het zijn niet alleen de arbeiders in de assemblagefabrieken die de gevolgen ondervinden”, zegt de arts Carmen Rocco in Brownsville. “Iedereen loopt hier gevaar.”