Malta en Cyprus voorlopig niet bij EG

BRUSSEL, 1 JULI. Cyprus en Malta zijn "Europees' genoeg om aanspraak te kunnen maken op volwaardig lidmaatschap van de EG. Maar onderhandelingen daarover zijn voorlopig nog niet aan de orde.

Dat is de strekking van een advies dat de Europese Commissie gisteren heeft opgesteld over het verzoek om toetreding tot de EG, dat beide landen in juli 1990 hebben ingediend. Volgens het advies - voorbereid door de verantwoordelijke commissaris Hans van den Broek - moet voor Cyprus eerst een politieke oplossing in zicht zijn voor de tweedeling (in een Turks en een Grieks deel) van het eiland, alvorens serieus kan worden gesproken over het EG-lidmaatschap. Voor Malta zijn er geen politieke problemen, maar verhindert juist de economische situatie een snelle toetreding. Malta is welvarend, maar kent een sterk protectionistisch en dirigistisch economisch systeem.

De EG zelf moet ingrijpende wijzigingen doorvoeren in de wijze waarop de interne besluitvorming in de gemeenschap plaats heeft, indien Malta en Cyprus toetreden. Zo hebben nu nog alle twaalf lidstaten een vertegenwoordiger in de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG. Afgesproken is dat aan de huidige werkwijze niet zal worden gesleuteld als ook Oostenrijk, Noorwegen, Finland en Zweden per 1 januari 1995 lid zullen zijn van de EG. Maar bij verdere uitbreiding van de EG valt niet te ontkomen aan institutionele wijzigingen.

De EG gaat in 1996 de werking van het Verdrag van Maastricht evalueren. Dat is het ook het tijdstip om nieuwe afspraken vast te leggen over de toekomstige besluitvorming in de EG, en vooral over de positie van de kleinere lidstaten daarbij. Maar commissaris Van den Broek zei gisteren, dat het een goede zaak zou zijn indien de EG zich nu al zou gaan bezinnen op de noodzakelijke aanpassingen. Dan weten Cyprus en Malta ook waar ze aan toe zijn, aldus de commissaris.