Lubbers dreigt Brussel met grote politieke moeilijkheden

BRUSSEL, 1 JULI. Premier Lubbers heeft in Brussel grote politieke moeilijkheden aangekondigd, indien Nederland de komende jaren niet veel meer geld krijgt uit de EG-subsidiepotten voor economische en sociale steun. Nederland wil in de komende zes jaar ten minste een verdubbeling van de bijdrage uit de zogeheten structuurfondsen wat neerkomt op een claim van ten minste 3 miljard ecu (7,3 miljard gulden) in de periode tot het jaar 2000.

Nederlandse diplomaten in Brussel hebben dat vanochtend gezegd aan de vooravond van het overleg - morgen - tussen de minister van buitenlandse zaken uit de twaalf lidstaten en de Europese Commissie over de werking van de structuurfondsen. Om de Nederlandse eis kracht bij te zetten heeft premier Lubbers eerder deze week informele gesprekken gevoerd met leden van de Europese Commissie, onder wie voorzitter Jacques Delors.

Dat onderhoud heeft geleid tot een verharding van de standpunten, aldus een diplomaat. Delors zei weinig mogelijkheden te zien om aan de Nederlandse wensen tegemoet te komen. De Nederlandse regering van haar kant heeft de Commissie duidelijk gemaakt, dat Nederland niet langer wil worden behandeld “als het gezeglijke kindje uit de klas dat altijd mee gaat”. “De tijd dat men over ons heen kon walsen, is voorbij”, aldus de diplomaat

Een deel van de zogeheten EG-structuurgelden gaat naar regio's met een economische ontwikkelingsachterstand in de EG. Volgens de officiële statistieken die Brussel hanteert, is in Nederland Flevoland de enige regio die zo'n achterstand heeft en dus in aanmerking komt voor extra steun. Maar omdat de meeste inwoners in Flevoland hun inkomen elders verdienen, heeft de EG-commissie Flevoland van de lijst geschrapt.

Nederland verzet zich daar principieel tegen, en volgens diplomaten zullen de andere lidstaten er geen moeite mee hebben om Flevoland opnieuw op de lijst te zetten. Als dat gebeurt mag Flevoland de komende zes jaar rekenen op een subsidie van ongeveer 200 miljoen ecu (440 miljoen gulden), waarbij Den Haag nog eens een kwart tot de helft bovenop moet leggen. Het geld zal gaan naar de aanleg van infrastructuur, zoals de spoorlijn naar het noorden.

Veel belangrijker voor Nederland zijn - en daar doen zich de grootste moeilijkheden ook voor - de overige uitgaven uit de structuurfondsen, zoals de bijdragen voor economische omschakeling van deelregio's of specifieke gebieden. Nederland stelt dat het de afgelopen jaren relatief veel te weinig heeft gekregen, omdat het zijn armoede gelijkmatig heeft verdeeld over het land. Daardoor zijn er geen gebieden met schrijnende achterstand. Bovendien stelt Den Haag dat een groot deel van de Nederlandse werkloosheid is verstopt in de WAO en de VUT. In werkelijkheid is Nederland wat betreft rijkdom per hoofd van de bevolking afgezakt tot de onderste regionen van de EG, de arme zuidelijke lidstaten en Ierland uitgezonderd, zo heeft premier Lubber