Iedereen kan straks met iedereen

Het was weer eens tijd voor een ontmoeting. En daarom prikten Hans Wiegel en zijn "goede vriend' Elco Brinkman afgelopen vrijdag in Friesland een vorkje. Een ècht onderonsje mocht het niet zijn. Glunderend kondigde de zelfbenoemde VVD-leider in buitengewone dienst het genoeglijk samenzijn reeds de avond van tevoren voor de televisie aan. Ook de nazorg was bij Wiegel vanzelfsprekend in goede handen. Stan Huygens deed in zijn rubriek van eergisteren de lezers van De Telegraaf verslag van de top in Friesland en ook de foto op de voorpagina ontbrak niet in de grootste krant van Nederland.

Brinkman en Wiegel ontspannen met elkaar in gesprek. Nog niet eens zo lang geleden zou iets dergelijks ongetwijfeld als een politieke aanwijzing zijn uitgelegd. Wiegel zou ook nu niet anders willen. Zolang er gestookt kan worden en de publiciteit niet vergeet daarbij zijn naam nadrukkelijk te vermelden, is de Friese Commissaris der Koningin tevreden. Maar voor het overige moet er vooral niet te veel waarde aan het etentje worden gehecht. Want dezelfde Brinkman die zich bij Wiegel had laten inviteren stond nog maar twee weken geleden in een appartement in Washington D.C. eieren te bakken voor zijn collega-fractievoorzitters Thijs Wöltgens en Hans van Mierlo.

Nee, op de persoonlijke relaties tussen de politieke voormannen is weinig aan te merken. Men kan allemaal, zoals tegenwoordig de maatstaf is, met elkaar door één deur. Trouwens, met de politieke relaties gaat het ook al niet slecht. Natuurlijk, er is spanning maar op het inhoudelijke vlak zijn de geschillen strikt genomen minimaal. Gisteren nog zaten vertegenwoordigers van VVD, D66 en Groen Links in de Tweede Kamer eensgezind achter de regeringsbunker een initiatiefwetsvoorstel te verdedigen. Sterft, gij oude vormen en gedachten! Als het moet, wil het GPV zelfs toetreden tot een coalitie die verder uit CDA en PvdA bestaat. Iedereen kan straks met iedereen. En behalve dat het kan, wijst ook niemand een ander op voorhand af. Jammer voor alle programmaschrijvers die momenteel druk in de weer zijn met het positie bepalen, maar in Nederland zal na de verkiezingen een toestand van totale politieke promiscuteit heersen.

De puur mathematische coalitie is in aantocht. Afgaande op de trend die de peilingen reeds maandenlang aangeven zijn de mogelijke coalitievarianten uitermate boeiend en vooral voor één partij bedreigend: het CDA. De partij staat al geruime tijd op een verlies van minimaal acht zetels. Dankzij het voorspelde veel grotere verlies van de PvdA valt het niet zo op, maar het CDA dat D66 steeds verwijt slapend rijk te worden, wordt zelf slapend arm. Nu hebben de confessionele partijen door de jaren heen electoraal verlies wonderwel en vooral ook door toedoen van de andere partijen weten te compenseren met regeermacht. Zo raakten de voorlopers van het CDA tussen 1963 en 1971 een kwart van hun aanhang kwijt. Maar in de verhoudingen in het kabinet kwam dat verlies nauwelijks tot uitdrukking: na de verkiezingen van 1963 bezetten de confessionelen 77 procent van de kabinetsposten en na de verkiezingen van 1971 nog altijd 70 procent.

Het is geleidelijk aan minder geworden. Op dit moment bezit het CDA in het kabinet de helft van de ministersposten, inclusief de premier. Maar de partij dreigt in een nieuw kabinet deze meerderheidspositie kwijt te raken. Wel de premier, maar niet de macht, dat maakt sommigen angstig.

Gebeuren er de komende tijd geen ernstige ongelukken dan ligt het voor de hand dat CDA en PvdA allereerst zullen proberen hun coalitie voort te zetten. Dit hangt vanzelfsprekend ook af van de toestand waarin de PvdA op dat moment verkeert, want na een halvering is het bij voorbeeld onwaarschijnlijk dat nog iemand van de huidige partijtop op zijn plaats zit. Maar afgezien daarvan zal de PvdA hoe dan ook de weeffout van de formatie van 1989 willen herstellen: D66 moet erbij. Van Lubbers mag het, maar die heeft het straks niet meer voor het zeggen. Een dergelijk driepartijenkabinet waarin het CDA geen overheersende rol kan spelen, wordt door nogal wat christen-democraten als een spookbeeld gezien. Want kan er ooit consistent geregeerd worden door een kabinet dat is opgebouwd uit een gehavende Partij van de Arbeid, een uit zijn krachten gegroeid D66 en een CDA dat na de periode Lubbers weer gewoon op de weg naar omlaag zit. En betekent zo'n kabinet dan niet een veel te groot "afbreukrisico' voor Elco Brinkman die er wel leiding aan zal moeten geven.

Het alternatief is dat Brinkman de overstap maakt naar de VVD. Niet echt netjes als eerst met de PvdA het werk is afgemaakt, maar het zal niet de eerste keer zijn dat in het zicht van de haven een kabinetscrisis wordt veroorzaakt om na de verkiezingen de handen vrij te hebben. CDA en VVD moeten vervolgens wel over een meerderheid beschikken, iets dat nog allerminst zeker is. Bovendien zal een dergelijke coalitie bij het CDA dezelfde interne problemen opleveren als in 1977 toen Van Agt en Wiegel hun kabinet formeerden. Nederland zal dan kennis maken met een nieuwe generatie loyalisten en het CDA met ernstige verdeeldheid. Een eventueel aansluiten van D66 bij een combinatie bestaande uit CDA en VVD zou ook nog kunnen, maar het is tevens wel de meest theoretische van alle mogelijkheden. Want in dat geval kan ook direct het opheffingscongres van D66 worden voorbereid.

Gedurfder, maar gezien de andere vooruitzichten logischer is dat Brinkman het alleen met D66 op een akkoordje zal proberen te gooien. Ook hier geldt weer dat het nog maar de vraag is of beide partijen samen over een meerderheid in het parlement zullen beschikken. Bovendien zal Brinkman zijn achterban heel wat uit te leggen hebben als hij met de "libertijnen' van D66 in een kabinet stapt. Aan de andere kant, als de nood hoog is blijken christen-democraten uiterst gouvernementeel. In feite is de mogelijke combinatie CDA-D66 hèt moment in de kabinetsformatie waar nogal wat D66'ers stiekem van dromen. Want vanuit die positie kan Hans van Mierlo vervolgens naar zijn collega's van de PvdA en de VVD stappen met de simpele vraag: wilt u dit, of zullen we toch maar eens praten over de paarse coalitie? Het is de droom die bij het CDA een nachtmerrie is. De partij levert nu eenmaal minister-presidenten, geen oppositieleiders.

Het perspectief voor het CDA is al met al weinig rooskleurig. Vergeleken bij de huidige situatie kleven aan alle mogelijke coalities nadelen. Een gek idee eigenlijk: Brinkman die ooit nog heimwee naar dit kabinet krijgt.