Half jaar na olieramp ogen de Shetlands paradijselijk

PAG.4 MAZZEL

SHETLANDS, 1 JULI. Van het monsterlijke, zwaar gewonde gevaarte is nu alleen nog een heel bescheiden gedeelte zichtbaar. Slechts de boeg van de hier op 5 januari op de rotsen gelopen Liberiaanse tanker Braer steekt diagonaal zo'n vijf meter uit het water omhoog. Alsof het schip zich onder water schuilhoudt maar ieder moment kan opstijgen.

De hele lading van vijfentachtigduizend ton olie is de Braer bij de Shetlands verloren. Dat is ruim twee keer zo veel olie als de tanker Exxon Valdez in 1989 bij Alaska in zee loosde. Toch herinnert niets meer aan het stinkende spektakel dat zich hier een half jaar geleden afspeelde. De zee is blauwgroen en transparant, op het strand naast de Braer liggen maagdelijk witte kiezels en rondom het wrak voeren zo'n tien zeehonden een ingewikkeld waterballet op. Het tafereel is paradijselijk.

Een paar kilometer verderop, op het meest zuidelijke puntje bij Sumburgh Head, installeert ornitholoog Martin Heubeck aan de rand van de kliffen zijn telescoop. Al vijftien jaar registreert Heubeck hier in het broedseizoen het welvaren van de duizenden zeekoeten. “Nu zit nummer 79 er nog! Die had al vijf dagen weg moeten zijn”, moppert de onderzoeker en maakt aantekeningen. Vijfentwintig dagen na hun geboorte springen de baby-zeekoeten in de beschutting van de schemer in zee. Onder begeleiding van hun vader zwemmen de dan zo'n vier centimeter grote vogels naar Noorwegen. Een afstand van vierhonderd kilometer.

Enige tientallen zeekoeten houden zich dit jaar niet aan de regels en zitten, langer dan gebruikelijk, behaaglijk onder moeders lichaam weggedoken. De koude temperatuur, ook deze zonnige zomerse dag is het niet warmer dan tien graden, verhindert vooralsnog hun vertrek.

Op 5 januari volgde Heubeck om acht uur 's ochtends vanaf de vuurtoren de laatste tocht van de

op drift geraakte tanker. “Ik was ervan overtuigd dat we maandenlang tot aan onze knieën in de olie zouden staan. Maar gelukkig was na een week nauwelijks meer iets van de verontreiniging te zien.” Achteraf vindt hij dat, gelet op de oliesoort die niet dikker was dan sla-olie, ook wel logisch. “85.000 ton olie lijkt wel veel maar als je de biljoenen en biljoenen liters water voor je ziet dan is het niets”, zegt Heubeck en spreidt de armen.

Onder ons kwetteren en geuren tienduizenden zeekoeten, papegaaiduikers en meeuwen. De aantallen en het broedsucces zijn identiek aan andere jaren. “De natuur heeft zich miraculeus hersteld”, zegt Heubeck. Alleen de kuifaalscholvers, die in het rampgebied overwinterden, zijn van 300 tot 150 paren teruggelopen.