Fantasie krijgt volop kansen bij Duitse rivaliteit; Becker wint van Stich voor het eerst op een grasbaan

LONDEN, 1 JULI. Sommige tennispartijen zijn niet alleen om naar te kijken, maar vooral ook om over te praten. Boris Becker tegen Michael Stich is er zo een. Sportieve rivalen, menselijke tegenpolen. Twee voormalige Wimbledon-winnaars. De een controversieel en populair, de ander zo onopvallend dat ze hem bijna vergeten. Als zij samen de baan opwandelen om elkaar te bestrijden is de atmosfeer elektrisch geladen. Tegen het knetteren aan, de saaiste momenten kunnen plotseling omslaan in een hels vuurwerk. Hun spel mag dan kort en hevig zijn als een onweersbui, de persoonlijke tegenstellingen geven de sport een impuls die het zo nodig heeft.

Ook gisteravond, nadat ze elkaar vier uur en vijftien minuten hadden bestreden op het centre court van Wimbledon en Becker in vijf sets de halve finale had bereikt, was de centrale vraag wat er onmiddellijk na de partij gebeurde. Toen Becker naar Stich was gelopen, die voorovergebogen naast de stoel van de umpire zijn spullen stond in te pakken, hem iets had toegefluisterd en hem een paar keer op zijn schouder had geklopt. En waarom was Stich daarna zo snel mogelijk vertrokken, zonder op zijn landgenoot te wachten zodat ze samen, harmonieus volgens de Engelse traditie, van de baan waren gelopen? Sport is op haar mooist als de fantasie een kans krijgt het zwart-wit van de feiten in te kleuren.

Want de feiten zijn snel verteld. Becker won in vijf sets: 7-5, 6-7, 6-7, 6-2, 6-4. Hij serveerde heel goed op de beslissende momenten, de zogenoemde big points, en was daardoor voor het eerst in zijn carrière op een grasbaan beter dan zijn tegenstander die hem twee jaar geleden in de finale van Wimbledon versloeg. Dat was de technische uitleg van zijn zege. De uitleg die coach Niki Pilic er aan gaf. De verklaring waar Stich zich aan wilde houden, net als Becker later.

Maar er gebeurde zoveel meer dan al die explosieve slagenwisselingen, het pure serve- en volleyspel. Het was bijna een ridderduel van twee spelers die elkaar buiten de baan een heel jaar hebben uitgedaagd. Onvergelijkbaar met die twee eerdere voorgevechten dit jaar: in Milaan indoor, waar Becker won, en twee weken terug op Queens', waar Stich winnaar werd. Wimbledon, het park dat ook wel eens de "groene kathedraal' wordt genoemd, is pas echt een terrein voor zo'n krachtmeting.

Becker en Stich was altijd een tweestrijd om de populariteit. Met Becker steeds op royale voorsprong. Zelfs toen hij slechter ging presteren waren de media meer op zijn hand, stal hij de harten van de toeschouwers. Hij kon het zich permitteren de angst uit te spreken dat Duitsland na de hereniging misschien wel weer eens de angstaanjagende hoogmoed van weleer zou krijgen, het werd geaccepteerd dat hij de kandidatuur van Berlijn om in 2000 de Olympische Spelen te ontvangen bekritiseerde omdat het geld volgens hem nog wel aan andere dingen kon worden besteed.

En er is niet eens een golf van verontwaardiging over het land geslagen nu hij heeft aangekondigd zich in Londen te willen vestigen omdat hij de sfeer in zijn land te onvriendelijk vindt voor buitenlanders in het algemeen en zijn donkere vriendin Barbara Feltus in het bijzonder. Hij is begaan met de toekomst van zijn land, met de problemen in de wereld en die bewogenheid raakt de Duitser kennelijk zeer.

Ze hebben het liever dan de stille noorderling, die vorig jaar tijdens het toernooi van Rosmalen nog zei dat hij zich niet zo gauw zou uitlaten over politieke kwesties. Onlangs brak Stich voor een keer met die gewoonte en hij formuleerde zijn opvattingen klaarblijkelijk zo onhandig dat hij in de Duitse uitgave van Playboy werd geportretteerd als een aanhanger van rechts-radicale ideeeën. Hij heeft deze week alles tegengesproken, maar veel sympathie zal hij er bij Becker niet mee hebben gewonnen.

Hun onderlinge verhouding was al lang van een ijzige kilheid. Op de Olympische Spelen vorig jaar in Barcelona konden ze nog wel zo zakelijk met elkaar omgaan dat ze er een gouden medaille in het dubbelspel uitsleepten. Begin dit jaar bij de open Australische tenniskampioenschappen kondigde Becker aan niet meer voor het Duitse Davis-Cupteam te willen spelen. Hij zou zich hebben voorgenomen alleen aan zijn eigen plaats op de wereldranglijst te werken. Het besluit werd in de sfeer van de onderlinge rivaliteit getrokken. Becker zou, wordt nu nog beweerd, het Stich misgunnen die belangrijkste landenprijs in het tennis te winnen.

Wat Stich vooral dwarszat was dat de beslissing terloops in de kleedkamer tegen een paar spelers was verteld zonder dat hij er in was gekend. Hij zon op een tegenactief en probeerde tijdens het indoortoernooi van Stuttgart alle Davis-Cupspelers hun naam te laten zetten onder een verklaring dat ze Becker niet eens meer toegelaten wilden zien tot dat team. Herrie, ontkenningen, en boosheid.

Stich worstelt met zijn imago, Becker met zichzelf. De laatste twee jaar al. Zeventien was hij in 1985 toen hij zijn eerste Wimbledon-titel won, hij voegde er daarna twee aan toe (1986 en 1989), stond nog driemaal in de finale, werd winnaar van de US Open (1989) en de Open Australische kampioenschappen (1991). Maar er trad verzadiging op. Becker kreeg een filosofische inslag, ging nadenken over de zin van het bestaan. En een topsporter die afscheid neemt van zijn tunnelvisie handhaaft zich zelden aan de top.

Zijn ogen stonden wild, hij knipperde er in een onnatuurlijk hoog tempo mee en maakte een neurotische indruk. De uitslagen werden minder en hij overwoog soms er helemaal mee te stoppen. Niet meer beoordeeld worden door mensen die geen notie hebben wat in hem omgaat en toch het recht denken te hebben hun visie te geven over zijn forehand, zijn backhand, zijn kleding en zijn kapsel. Wat hem uit die diepte kon redden was een grote overwinning. Zijn laatste grand-slamtitel dateert van twee jaar terug.

Melbourne werd niks, Parijs ook niet. Maar ach, gravel en Becker dat gaat nu eenmaal niet samen. Wimbledon moest het worden en daarom was die ontmoeting met Stich in de kwartfinale zo ideaal. Wraak voor de verloren eindstrijd van 1991, werd hem gisteren gevraagd. Natuurlijk niet. “Wraak is voor mensen die haten en ik ken geen haat.”

Zeventien kwartier had hij nodig om zichzelf die injectie van zelfvertrouwen toe te dienen. Een vooral psychologische slag, die hij won in de derde game van de vijfde en laatste set. Toen hij op voordeel stond en Stich net wilde serveren na een foute opslag. Hij had hem met een handgebaar duidelijk gemaakt dat hij nog niet klaar was om te ontvangen, dat hij nog even het zweet van zijn voorhoofd moest vegen. Stich was volkomen uit zijn concentratie geraakt en sloeg prompt een dubbele fout. Ze hielden elkaar daarna bijna elke game in evenwicht en Becker had uiteindelijk drie matchpunten nodig om de partij te winnen.

“Ik denk dat dit de langste en de beste partij is die ik op Wimbledon heb gespeeld”, zei hij. Geen moment had hij op zichzelf lopen schelden, wat de laatste jaren een tweede natuur van hem was geworden. Hij had zich steeds geconcentreerd op het volgende punt dat gemaakt moest worden. En na afloop was hij naar Stich toegelopen. Had even met hem gesproken. “Wat hij heeft gezegd hou ik voor mezelf. Het was iets aardigs”, zei de verliezer. En dat hij het terrein verliet voordat Boris wegliep was een hommage geweest. Zodat Becker het centre court, nee, zijn centre court voor zichzelf alleen zou hebben. “Hij verdiende het. Hij speelde zo goed dat ze voor hem moesten klappen.”

Op de vraag of hij vond dat het publiek ook zondag weer het grootste applaus voor Boris moest hebben, maar dan als toernooiwinnaar, reageerde Stich weer als vanouds. Hij had een voorkeur voor Stefan Edberg als eindwinnaar. Nee, dat moest niet gezien worden als een aanval op Becker. Edberg is gewoon een betere vriend van hem. En het grote gissen duurde voort.