Een onvermoeibare strijder voor de mensenrechten

Een stem tegen geweld, Ned. 1, 21.49-22.29u.

Achter de wat stugge en koele houding van Max van de Stoel zit de warme geest van een onvermoeibare strijder voor mensenrechten, een emotioneel mens. De documentaire over ex-minister Van de Stoel geeft een origineel beeld over diens persoonlijke leven, politieke carrière en zijn rol als "elder statesman' die zich nu als VN-rapporteur voor de rechten van de mens zeer verdienstelijk maakt.

Als politicus had de nogal introverte Van der Stoel het niet altijd makkelijk in een PvdA waar gedurende de jaren '70 “de basis aan de macht was”. Zijn dochter vertelt hoe Van der Stoel als Kamerlid “schutterig en akelig” rode rozen op het marktplein moest uitdelen. Van der Stoel was een van de weinigen uit de oude PvdA-top die eind jaren zestig de golf van Nieuw Links overleefde. Hij bleef zichzelf, het toonbeeld van de traditionele sociaal-democratie (wat hem in partijgelederen wel eens het predikaat conservatief opleverde) die meer gezag verwierf naarmate de generatie van Nieuw Links vastliep. Het komt in de documentaire slechts even ter sprake als Van der Stoel zegt dat hij in zijn eigen partij vaak “gesoleerd” was.

Van der Stoel voerde de strijd tegen dictaturen op zijn eigen wijze. Hij wist het Griekse kolonelsregime te tarten en reisde in 1974 naar Griekenland om als held te worden binnengehaald. Later, als minister van buitenlandse zaken, zou hij het communistische regime in Tsjechoslowakije tergen door te praten met enkele dissidenten van Charta '77. Van der Stoel maakte met zijn integriteit, vasthoudendheid en ingehouden woede bij de Tsjechische dissidenten veel meer indruk dan het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) van Mient-Jan Faber ooit is gelukt.

In het kabinet Den Uyl (1973-1977) leidde Van der Stoel het ministerie van buitenlandse zaken met zijn twee staatssecretarissen, L.J. Brinkhorst en P. Kooijmans, die vorig jaar zelf minister op dat departement werd. Het waren jonge gezichten achter de regeringstafel in moeilijke tijden. Een wel heel menselijk aspect van de documentaire is de vertrouwensrelatie die Van der Stoel met zijn chauffeur opbouwde. “Een stugge man, dat wordt even wennen”, vond de chauffeur in het begin. Aan het eind was Van der Stoel voor hem als een “tweede vader”.

Mensenrechten vormen de rode draad door het politieke leven van Van der Stoel. Als VN-rapporteur onderzoekt hij in Irak de situatie en het valt hem vaak erg moeilijk om zelfs zijn omgeving over de schendingen te vertellen. “Het is te erg”, zo krijgen zijn kinderen nogal eens te horen. De beelden - de Iraakse minister-president en minister van defensie doen beiden persoonlijk mee met martelingen - maken duidelijk hoe het bewind in Bagdad zich gedraagt. Van der Stoel onderzoekt de feiten nauwgezet, hij vertelt met ingehouden emotie en bestrijdt het Iraakse regime met dezelfde volharding als waarmee hij voorheen het Griekse en Tsjechoslowaakse bewind bestreed.