De verslaving van het ballonvaren; Af en toe kietelt een boom aan de mand

Ooit dreigde een passagier uit de mand te springen, en het komt voor dat de pinken uit het prikkeldraad moeten worden getrokken. Ballonvaren is niet van gevaren ontbloot. Overheersend blijft echter het gevoel van rust en stilte, dat de vlucht in een heteluchtballon tot een soort droom maakt.

Piloten die passagiers varen: Ballonclub Veendam 05987-15167; M. Broek 04922-3059; F Demenint 070-3551757; R. Hoenderdaal 03461-2963; M Hulsbergen 05224-2921; B. Nieuwenhuizen 020254666; T. Wahle 05138-14059

De afdeling Ballonsport stuurt op aanvraag een uitgebreidere lijst. Inl E. Heiligers 020-6209162.

Zuinige gezichten. Die krijg je als je na een geestdriftig relaas over je eerste ballonvaart de onvermijdelijke vraag "wat kost zo'n grap nou?', beantwoordt met: "driehonderdvijftig gulden'. Marinus Hulsbergen heeft zijn antwoord klaar op deze reacties. "Mensen van alle rangen en standen' neemt hij mee in zijn ballon; zijn beste klant is een “gewone jongen, die niet rookt, niet drinkt, en zichzelf eenmaal per jaar trakteert op een ballonvaart.”

Hulsbergen was meteen verslaafd toen hij veertien jaar geleden zijn eerste ervaring opdeed in de "oudste tak van luchtvaart' (in 1783 werd de eerste geslaagde heteluchtballon-vaart gemaakt). Nu vaart hij zijn eigen ballon zodra het weer het toelaat, soms avond aan avond. Met meer dan duizend vlieguren is hij, naar eigen zeggen, een van de meest ervaren ballonvaarders in Nederland. Speldjes op zijn body-warmer en ballonnen op het doekje rond de champagnefles (om na afloop de luchtdoop te vieren), zijn een bewijs van zijn passie.

Kostbaar of niet, dankzij nieuwe technieken kon de heteluchtballon-vaart zich na de jaren zeventig explosief ontwikkelen en daarmee toegankelijk worden voor een groter publiek. Met de komst van superdunne maar ijzersterke stoffen (nylon met een laagje polyester), en de mogelijkheid om grote hoeveelheden propaangas onder druk in flessen op te slaan, werd het mogelijk om langere tochten te maken. Gasballonvaart, waarbij helium wordt gebruikt, is aanmerkelijk duurder en de voorbereiding voor de start duurt langer. "Plezierballonvaren' gebeurt dan ook bijna uitsluitend in heteluchtballons.

Hulsbergen was aanvankelijk een uitzondering, een zonderling bijna, maar nu heeft hij zo'n tachtig collega's in Nederland. Zij varen hun meestal gesponsorde ballonnen bij bepaalde evenementen, en laten zich inhuren door bedrijven die relaties of klanten op niet al te afgezaagde wijze willen fêteren. Maar ook iedere particulier kan zich aanmelden voor een vaartje: de afdeling Ballonsport van de KNVvL heeft een lijst van piloten die op afspraak varen.

Vóór de tocht geeft Hulsbergen een kort college over termiek, en test hij terloops met een paar "spannende verhalen' de luchtvaarbestendigheid van zijn passagier(s). Onverwachte hoogtevrees en zelfs paniek komt voor. Zo heeft hij eens een noodlanding midden in het bos moeten maken omdat een man zo bang werd, dat hij uit de mand wilde springen. Met een knalroze (helium) proefballonnetje stelt hij vervolgens vast dat grondtermiek verdwenen is. Een bovenmaatse ventilator blaast lucht in de "envelop' die golvend en borrelend tot leven komt. Als de brander met verzengende steekvlammen de lucht tot ongeveer 100 graden heeft verwarmd, staat een fiere ballon overeind. De wilgetenen mand eronder wipt onrustig op het gras.

Het sein "kroonlijn los' klinkt en geleidelijk, zonder een schok of schommeling gaat de ballon de lucht in. Het verschil met opstijgen in een vliegtuig kon niet groter zijn. In plaats van het luchtruim te veroveren in een explosie van energie, geeft de ballonvaarder zich over aan de de stijgende kracht van ruim tweeduizend kubieke meter warme lucht. Moeiteloos lijkt het. Maar dat is schijn; een uurtje luchtvaren kost al gauw 100 tot 150 kilo gas.

Hulsbergen kan zich iedere meter van zijn eerste ballonvaart voor de geest halen. “Ik droom er nog wel eens van. Dat overkomt iedereen.” Met alleen het monotone suizen van de "koeienbrander', of whisper-burner op de achtergrond, drijft de ballon als een vogel over het verstilde landschap. Een riviertje (de Reest) trekt een grillige grens tussen Overijssel en Drente. Er hangt nevel over de weilanden; een kerktoren weerkaatst het laatste zonlicht. Koeien rennen weg, geschrokken van een extra peut gas met de hoofdbrander. Dapperder exemplaren komen juist nieuwsgierig aangehobbeld, hun koppen in krampachtige draai; wat gebeurt daarboven?

Uiterst geconcentreerd houdt Hulsbergen de ballon op hoogte, alvast spiedend naar een geschikt weiland om te landen, waarbij hij rekening houdt met wind, hoogspanningsmasten en vee dat je niet de stuipen op het lijf mag jagen. De gekozen landingsplek is moeilijk bereikbaar voor de volgploeg maar Hulsbergen heeft liever dat “de jongens een eindje moeten rijden, dan dat de pinken uit het prikkeldraad getrokken moeten worden.”

De snelheid wordt geschat op zes knopen, en het beoogde landingsveld komt vlug dichterbij, evenals de priemende boomkruinen die er achter staan. Als de landing wordt ingezet laat Hulsbergen warme lucht met de "riplijn' ontsnappen langs de "parachute', een hersluitbare klep boven in de ballon. Tegelijkertijd geeft hij nog een felle dot gas, niet zozeer om de ballon weer te laten stijgen, maar juist om hem door de tegendraads werkende schok af te remmen. Trapsgewijs nadert hij het aardoppervlak.

“Soms jaag ik hem door de toppen, laat ik de bomen even aan het mandje kietelen,” zal Hulsbergen later zeggen. Nu blijft er tussen mand en bos een geruststellende afstand, maar daarna komt het gras razendsnel dichterbij. Met een doffe bons raakt de mand weer de aarde, maar de ballon geeft zich niet meteen gewonnen. Hup, weer omhoog gaat het, en de mand wordt omver getrokken. Piloot en passagiers rollen over elkaar heen, tot de ballon, schuivend door het vochtige gras, tot stilstand komt.

De eerste belangstellenden komen aangerend, stellen opgewonden vragen. Als een mislukte soufflé ligt de ballon in het gras. Het is donker geworden als hij, gevouwen in een plunjezak, in de trailer wordt geladen. Benijdenswaardige man, die Hulsbergen. Morgen vaart hij weer.