De technologie van de vrijetijds- en ontspanningsindustrie; "De illusie is immens, en immens winstgevend'

Liefhebbers van Indiana Jones kunnen het zelf ondergaan: een rit door de "Temple of Doom'. Op een groot beeldscherm rijdt de bezoeker met TGV-snelheid door vervallen mijngangen. Het regent rotsblokken, spinnewebben slaan hem in het gezicht en het mijnkarretje waarin hij zit stort keer op keer in peilloos diepe afgronden.

“Is dit nou Virtual Reality”, vragen twee dames in mantelpakjes na een demonstratie van deze nieuwste triomf in de computeranimatie. Dat is niet het geval. “Jammer”, zeggen ze teleurgesteld, en lopen door naar het volgende paviljoen. Daar beschikken ze misschien wel over de technologie die iedereen wil proberen.

Virtual Reality is de mode van dit moment, en ook bij TILE (Technology of Leisure and Entertainment) in Maastricht, een vakbeurs voor de vrijetijds- en ontspanningsindustrie, wordt er veel over gesproken. Maar verkopen kan men het nog niet, en daar draait het toch om bij deze beurs, waar Amerikaanse en Engelse producenten hun simulatie-apparaten, robots, speciale effecten en lichtshows trachten te slijten aan Europese amusementsparken, speelhallen en musea. “Ze zijn conservatief hier”, meent een vertegenwoordiger van het Californische Technifex. Inc. “Maar ik ben gelukkig al mijn visitekaartjes kwijt.” Op de beurs bestaat geen betere maat voor succes.

Bij TILE domineren de computerschermen, al trekt een robot die iedere passant ten dans vraagt ook de nodige aandacht, en de reusachtige, behaarde kubus, die kreunt, hijgt of brult als je hem aanraakt. Maar deze speciale effecten moeten niet de indruk wekken dat het op deze beurs Spielerei is. “Buit de fascinatie van het publiek met de mannen en hun ontzagwekkende vliegende machines uit”, zo adviseert Tellurian-Thrustmaster afnemers van een nieuwste vluchtsimulator. “De macht van de illusie is immens, en immens winstgevend”, zalft Hughes. En inderdaad: de "turbo-theaters' van Hughes kosten twee miljoen pond per stuk. Het gaat om capsules waarin de stoelen de bewegingen van de film volgen om het realiteitsgehalte te verhogen. Dat betekent veel schudden en schokken, een afrader voor mensen met een zwakke rug.

Het turbotheater is een attractie die op dit moment zeer goed verkoopt, zegt de vertegenwoordiger. Dat in tegenstelling tot Virtual Reality, een ware hype, maar nog lang niet met "immens winstgevend' potentieel. Bij Virtual Reality draagt de gebruiker een "Eyephone', een helm met kleine beeldschermen aan de binnenkant. Het beeld volgt de bewegingen van het hoofd, zodat de gebruiker aan alle kanten omringd wordt door een wereld van computeranimatie. Met een "datahandschoen' kan hij voorwerpen oppakken of door de computerwereld bewegen. In principe kan het in de toekomst de meest volmaakte "net echt' ervaring bieden, waar alle handelaars in illusies uiteindelijk naar streven. Maar nu nog niet.

“Het is een leuke gimmick, niet meer”, zegt G.T. Keverian van Tellurian Inc., gespecialiseerd in simulators. “De beeldkwaliteit is te laag, je hebt moeite je blik te focussen en met de realiteit heeft het niets te maken. Alles gebeurt net iets te langzaam en te schokkerig, en bij mij leidt dat tot simulatieziekte, misselijkheid. Daarbij krijg je een zware helm met tientallen kabels en 220 Volt op je hoofd, wat me niet gerust stelt. En een televisiescherm zo vlak op je ogen lijkt me uit oogpunt van straling ook minder gezond.”

Tellurian Inc. houdt het voorlopig op interactieve simulatoren. In tegenstelling tot "echte' Virtual Reality ontbreekt de helm en de handschoen, maar beweegt men door quasi-driedimensionale beelden met behulp van een gewone joystick. Zo kunnen architecten hun klanten rondleiden door hun ontwerpen of kan de gebombardeerde kathedraal van Dresden opnieuw worden bezocht. Tellurian is sterk in vluchtsimulators, waarbij meer gebruikers tegelijk hetzelfde luchtruim bevolken en elkaar met geleide raketten bestoken. In Riverside, Californië, is onlangs een restaurant geopend waar men voor het diner in een vluchtsimulator plaatsneemt om de tafelgenoten neer te schieten. De andere gasten volgen de verrichtingen op reusachtige schermen. “Interactieve spelletjes in een restaurant is een concept dat enorm aanslaat. Ik verwacht het binnen twee jaar in Europa”, aldus Keverian.

Superbioscopen verkopen ook nog steeds. Het zijn uitvindingen uit het begin van de jaren zestig, toen de filmindustrie probeerde een majestueus alternatief voor de opkomende televisie te bieden. Het werd geen succes, maar uit de pretparken zijn ze blijven hangen. “Een gefilmde achtbaan neemt minder ruimte in dan een echte achtbaan, dat is een overweging”, zegt A. Cruz van Iwerks Entertainment. Op TILE verkoopt men 3-d theaters, waar men via een gekleurde bril een illusie van diepte krijgt, 360 graden theaters, waar men aan alle kanten omringd wordt door film, "Giant Screens' en "turbotheaters'. Bezoekers kunnen er afdalingen per ski, vluchten over de Himalaya of ritjes door verlaten mijnen in beleven: alles dat snel gaat.

Iwerks Entertainment hoopt dergelijke superbioscopen op grote schaal uit het pretpark naar de binnenstad terug te brengen. Het bedrijf opent dit jaar zijn eerste "Cinetropolis' in Connecticut, binnen enkele jaren moet dat uitgroeien tot een amusementsimperium van zestig vestigingen. Cinetropolis is een combinatie van alle soorten superbioscopen met een spelletjeshal, restaurants en kroegen. “De filmindustrie gokt erop het publiek achter de video weg te krijgen door Multiplex-theaters met zoveel mogelijk zalen. Maar zo'n klein schermpje biedt niks extra. Wij wel”, zegt D. Davison van Iwerks. De achilleshiel bij deze projectietechnieken is het geringe aantal films dat voor dit soort formaten gemaakt wordt. De hardware is er al lang, de software laat nog steeds op zich wachten.

In het elektronische geweld van TILE is de Nederlandse aanwezigheid bescheiden. "Fun Technics' uit Volkel poogt een bijdrage te leveren aan de simulatie-techniek met de "duoceptieve' stoel die het mogelijk maakt "geluid te voelen'. “Ik kan u hersenspoelen met dit apparaat”, zegt directeur H. Bekkers dreigend. Maar zijn vinding bestaat bij nader inzien slechts uit een onschuldige membraan, die in de rug van de stoel is bevestigd en meetrilt met geluid. Een bas trilt door tot in je tenen, een sopraan geeft het gevoel dat je onder zwakstroom staat.

En dan is er "Automaten Limburg'. Niet interactief, geen "cutting edge'-technologie, maar ouderwetse helikoptertjes en paardjes die kleuters bij inworp van een gulden mild heen en weer schudden. Of de sprekende papegaai Ara, die met klassieke teksten als "Wie hebben we daar nu weer' of "Wil je een cadeautje' kinderen al tientallen jaren overhaalt eieren met altijd weer teleurstellende surprises te kopen.

“Het ziet er fantastisch uit wat ze hier aanbieden, maar wij bieden pretparken-techniek die zich bewezen heeft. En daarvoor bestaat een grote markt in Nederland”, zegt de vertegenwoordiger van "Automaten Limburg', leunend tegen een beweegbare tuinkabouter.