De speciale sjtiemmong van Kirchroa; Twaalfde Wereld Muziek Concours in Kerkrade

De sluiting van de mijnen, eind jaren zestig, dompelde Kerkrade in bitterheid en ontreddering. Maar de Kerkradenaren kwamen er weer bovenop, door hun geloof dat d'r Hèrjod het wel goed zou maken èn hun geloof in de muziek. Daaruit ontstond het Wereld Muziek Concours. En aldus bliezen ze zich nieuwe moed in, waar de oude was verdwenen.

Op de Markt van Kerkrade staat d'r Joep. Dat is meer dan het bonkig uitgevallen bronzen beeld van een mijnwerker. Veel Kerkradenaren zien er zichzelf in: een volk van hardwerkende arbeiders die zich niet laten kisten. Kom je aan d'r Joep dan kom je aan Kerkrade. De gemoederen raakten dan ook behoorlijk verhit toen voor het jongste carnaval bij wijze van grap het gerucht werd verspreid dat het beeld naar het station zou worden verplaatst. “Het volk hing zich bijna op”, aldus een kenner van de inheemse inborst.

Kerkrade (55.000 inwoners) is een samenklontering van dertien buurtschappen, zoals Bleijerheide, Spekholzerheide, Chèvre-

mont (plaatselijk geschreven als Sjevemet) en Terwinselen. Vroeger had je er als enige bron van inkomsten de mijnen. Toen die eind jaren zestig dichtgingen was er bitterheid en ontreddering. De werkloosheid steeg tot ver boven de vijfentwintig procent. Veel jonge mensen trokken weg op zoek naar ander werk, de bevolking vergrijsde, het sterftecijfer was praktisch nergens in Nederland zo hoog.

Maar de Kerkradenaren hadden twee eigenschappen die hen er uiteindelijk weer bovenop hielpen: hun geloof dat d'r Hèrjod (God) het wel weer goed zou maken en hun muzikaliteit, waaruit het Wereld Muziek Concours (WMC) voortkwam. En aldus bliezen ze zich nieuwe moed in, waar de oude was verdwenen.

"Mörge is 'ne angere daag' zo luiden de beginwoorden van een Kerkraads carnavalsliedje. “Dat is”, zeggen de Kerkradenaren Nico Ploum (79) en Hans Stelsmann (71), “het kenmerk van de Kerkradenaar: gelatenheid vermengd met levensironie; het leven nemen met een lach en een traan. Wat ze hier noemen de sjtiemmóng (stemming); die speciale blijde prikkel in het gemoed, daar gaat het om”. Ploum en Stelsmann zijn het geweten van de stad, die wat hen betreft ook gerust een dorp mag worden genoemd, want “men kent elkaar, en er heerst samenhorigheid en gezelligheid”. Ze schreven (in het Kerkraads) toneelstukken, gedichten en samen een musical: Miene Joodvisj (Mijn Goudvis). Stelsmann was een van de leidende figuren bij het samenstellen van een Kerkraads woordenboek: de Kirchröadsjer Dieksiejoneer.

Het gesprek met beide mannen is vervuld van zang en muziek. Als ware herauten van het Wereld Muziek Concours, het grootste evenement in zijn soort, heffen ze hun klaroenen. Bij de koffie wordt, al is het nog vroeg op de maandagmorgen, een Els Bitter geschonken.

“Zet ergens in Kerkrade een bar neer en het feest gaat beginnen”. Dat had men de avond tevoren op straat verzekerd. Het was toen kermis. 's Morgens was de processie uitgetrokken. Daarna was de schutterij Sint Sebastianus (broederschap sinds 1617) in de wei begonnen met het vogelschieten. En tegen acht uur in de avond was het lid dat de vogel had afgeschoten, Frenk Ploum - zoon van Nico - met de harmonie vooraf in triomf naar de roomskatholieke kerk gevoerd, waar Gods dank was afgesmeekt en men de zegen kreeg met het Allerheiligste. Daarna was men voor een glaasje naar het huis van mijnheer de deken en naar het stadhuis gegaan voor een eredronk met mijnheer de burgemeester. Frenk Ploum; zo kent men hem niet: in het Kerkraads is het d'r Ploeme Frenkske of heet het lokaal van Netta Hamers de café van Hamezje Net, want vaak wordt de voornaam achter de achternaam gezet.

Een ontroerend, hartveroverend stadje: blijdschap vermengd met een zekere triestheid. Zuchtend dezer dagen onder het groeiende - vooral Duitse - drugstoerisme. Door het sterk afwijkende dialect is het enigszins gesoleerd van de rest van Limburg, waar men dit volk ternauwernood kan verstaan. In het woordenboek komt de letter g' niet voor; die wordt uitgesproken als een j'. Geboren chauvinisten zijn het - dat zeggen ze van zichzelf. Gastvrij bovendien tijdens het WMC, want de meesten van de dit jaar 14.000 muzikanten kunnen terecht bij particulieren. “Kirchroa, 't sjunste óp de welt wat d'r Herjod hat jemaad”.

Het Wereld Muziek Concours (WMC) in Kerkrade onstond in 1951 als uitvloeisel van een uitwisseling van mijnmuziekkorpsen uit Kerkrade en Yorkshire, Engeland. Dit jaar wordt het Concours voor de twaalfde keer gehouden, van 1 tot 25 juli. Er zijn 14.000 deelnemers - tweeduizend meer dan vier jaar geleden - waarvan 5500 uit het buitenland.

Zoals gewoonlijk opent het Concertgebouworkest van Amsterdam het WMC, maar anders dan voorgaande jaren is het WMC deze keer uitsluitend gericht op blaasmuziek, en treden er geen symphonieorkesten op in competitieverband.

Er zijn zesentwintig nationaliteiten vertegenwoordigd, met als nieuwkomers Australië, Finland en Letland. Zij spelen in harmoniëen en fanfares, of treden op in mars- en showwedstrijden. Dit jaar is er een sectie brassbands toegevoegd. In de Abdijkerk van Rolduc vinden vier orgelconcerten plaats in combinatie met blaasinstrumenten. Kerkrade verwacht 450.000 tot 600.000 bezoekers.

Kaartverkoop en programma's uitsluitend via Stichting WMC, inl 045-455000, fax 045-353111