De sluipende humanitaire interventie

De speciale Bosnië-verklaring die de Wereldconferentie van de Verenigde Naties over de rechten van de mens vorige week aannam heeft niets geholpen. De Veiligheidsraad van de VN negeerde dinsdagavond de Weense oproep tot opheffing van het wapenembargo, en verwierp een desbetreffende resolutie.

In Wenen had men niet al te veel fiducie gehad in een gunstige reactie van de Veiligheidsraad. Weliswaar had de mensenrechtenconferentie de verklaring over Bosnië-Herzegovina met 88 stemmen voor en 1 tegen, bij 54 onthoudingen, aanvaard, maar onder de voorstemmers bevond zich geen van de zogeheten permanente leden van de Veiligheidsraad. En aangezien deze het recht van veto bezitten zag het er somber uit voor het initiatief, dat vooral door islamitische landen was genomen.

Opmerkelijk was echter dat bij de stemming in de Veiligheidsraad geen gebruik is gemaakt van het vetorecht. Rusland, dat in Wenen had tegengestemd, kondigde in New York eerst aan dit opnieuw te zullen doen, maar heeft zich uiteindelijk onthouden. Misschien omdat duidelijk was dat de resolutie tot beëindiging van het wapenembargo het toch niet zou halen: het aantal voorstemmers was te gering, ook al hadden de Verenigde Staten, die zich in Wenen om procedurele redenen van stemming hadden onthouden, zich daar nu bij gevoegd.

De opheffing van het wapenembargo zou in zekere zin het terugdraaien van de klok hebben betekend. Het zou immers aangeven dat alle internationale bemoeienis met Bosnië niets heeft opgeleverd en dat de strijdende partijen het nu zelf maar moeten oplossen. Het zou in feite ook een einde hebben gemaakt aan de interventie van de Verenigde Naties in Bosnië, die juist door de schendingen van de rechten van de mens was ingegeven.

De VN-acties in het vroegere Joegoslavië zijn gezien vanuit het perspectief van de mensenrechten de uitdrukking van een nieuwe politiek, die de afgelopen paar jaar sluipend is ontwikkeld. Net als eerder bij de door Saddam Husseins leger bedreigde Koerden in Noord-Irak en later in het rechteloze en hongerende Somalië had de Veiligheidsraad ook in Bosnië besloten tot actie op grond van schendingen van de rechten van de mens. De altijd als heilig beschouwde principes van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een land of van de handhaving van de nationale soevereiniteit moesten in deze gevallen wijken voor een hoger doel: een einde maken aan menselijke ellende, waartoe kennelijk geen ander gezag in staat was.

Het zijn om verschillende redenen riskante operaties gebleken. Allereerst kunnen volkenrechtelijke vraagtekens worden gezet. De juridische basis voor interventie op humanitaire gronden is nog allerminst stevig. En wie van de Weense mensenrechtenconferentie uitsluitsel had verwacht kwam bedrogen uit. Nationale zelfbeschikking was, met name door Aziatische landen, al van het begin af aan te centraal gesteld om inbreuken daarop bespreekbaar te maken. De VN-interventies zullen daarom vermoedelijk nog lange tijd hun ad hoc karakter houden.

Ernstiger is dat de acties onder humanitaire vlag het lijden tot nu toe niet afdoende hebben kunnen verminderen. Daarvoor was óf de inzet te gering en te kortstondig, óf de chaos te groot.

Een verwante betrekkelijk succesvolle operatie - ook al werd deze niet onder strikt humanitaire vlag uitgevoerd - was het tijdelijk "overnemen' door de VN van het bestuur in Cambodja. Een deel van de soevereiniteit werd zo onder internationale druk afgestaan, totdat een politiek stabiele situatie was gecreëerd.

In een ideale situatie zou de internationale gemeenschap door middel van de Verenigde Naties ook in andere gebieden waar om welke redenen dan ook de rechten van de mens onverminderd worden geschonden, een uitweg uit de anarchie moeten kunnen bieden. Daarbij dient zich niet alleen Bosnië aan - Angola, Liberia en Azerbajdzjan zijn landen die eveneens in aanmerking komen.

Maar mankracht en middelen ontbreken, net als een internationaal aanvaarde verplichting tot dergelijke acties. Als de nagalm van "Wenen' op dit braakliggende terrein van collectieve mensenrechten tot nieuwe impulsen leidt, zou dit op den duur een code voor humanitaire interventie kunnen opleveren. De "beschaafde wereld' zou zich dan minder gênant hoeven af te wenden van ongecontroleerde gewelddadigheden en niet hoeven te vervallen tot het sturen van wapens naar toch al bloedige slagvelden.