De echte ramp waren de media

SHETLAND, 1 JULI. “Laatst zei iemand tegen me: jullie hebben op de Shetlands eigenlijk verschrikkelijke mazzel gehad met het stranden van die olietanker”, vertelt Dave Okill. “Maar ik geloof niet dat dat de juiste uitdrukking is. Als er 85.000 ton olie voor je deur wordt gestort dan is er wel degelijk sprake van een ramp. Al had het slechter kunnen aflopen, dat is zeker.”

Okill werkt voor het eilandsbestuur van de Shetland-eilanden en is belast met het vaststellen van de milieu-effecten van het op de rotsen lopen van de Braer. Alles en iedereen hebben Okill en zijn medewerkers onderzocht, van radijsjes, vogels, vissen, schapen tot aan de zeshonderd inwoners die in het onmiddellijk getroffen gebied wonen. De voorlopige uitkomsten zijn al in een reeks rapporten vastgelegd.

Door de enorme wind - windkracht dertien - die gedurende bijna drie weken dezelfde kant opwaaide, de bijzondere dunne olie en de sterke stroming is de olie met het water gemengd tot een soort cocktail. De drab raakte snel verspreid en is uiteindelijk vanzelf afgebroken. Het effect van de uit vliegtuigen gestrooide 120 ton chemische bestrijdingsmiddelen is moeilijk vast te stellen. Volgens Okill is geen enkel strand verontreinigd. Alleen op twee stukken rotsen zou nog enige vervuiling te zien zijn.

Het aantal slachtoffers is tot achter de komma nauwkeurig geregistreerd. Op de stranden zijn 1.542 dode vogels geraapt, voor het overgrote deel - 857 - kuifaalscholvers. In het vogelhospitaal zijn 235 gewonde vogels opgenomen die helaas ook na een wasbeurt voor het merendeel alsnog het loodje legden. In het opvangcentrum voor zeehonden in Hillswick werden 34 exemplaren opgenomen. Drie stierven er en de overige 31 zijn weer uitgezet. Onder de otterpopulatie vielen drie dodelijke slachtoffers te betreuren. Nader onderzoek leerde dat er één otter aan de olie was bezweken, eentje van ouderdom en de derde stierf na een aanrijding met een televisieploeg.

Zeshonderd van de in totaal 22.000 inwoners van de Shetlands zijn het afgelopen half jaar twee keer medisch onderzocht. Hun bloed, urine en ademhaling werd getest. Na de ramp klaagden veel bewoners over hoofdpijnen, ademhalingsproblemen en opvallend veel mensen raakten verkouden. Als gevolg van het onderzoek werden uiteindelijk twee boeren, uit het tegenover het wrak gelegen dorpje Quendale, in het ziekenhuis van Aberdeen opgenomen wegens leverproblemen. Okill vermoedt overigens dat de medische problemen van de boeren meer met de consumpties van de feestdagen te maken hebben dan met het inademen van oliedampen. De overige bewoners bleken gezond.

“De Shetlands waren op alles voorbereid. We hebben zelfs een rampenplan hoe te handelen bij een nucleaire aanval, maar dit ongeluk is werkelijk uniek. Er is nog nooit een olieramp geweest waarbij de olie zich als dunne neerslag tevens over land verspreidde”, zegt Okill. Kort na de ramp zijn plannen gemaakt een deel van de 330.000 schapen op de Shetlands naar Schotland te evacueren. Zo ver is het nooit gekomen omdat regen het vervuilde grasland vanzelf heeft gereinigd. Slechts een paar vierkante kilometer weideland tegenover de tanker is nog niet vrijgegeven voor begrazing.

Het vangen van kabeljauw, wijting en schelvis in het getroffen gebied is sinds 24 april weer toegestaan. Andere, minder "mobiele' vissen in het rampgebied, zijn wel verontreinigd. Zo zijn schelpdieren en kreeften nog van vangst uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de vooraad van vijftien zuidelijke van de 63 Shetlandse zalmkwekerijen die door de olieverontreiniging moet worden vernietigd.

“Vissers hebben al genoeg problemen aan hun hoofd en deze ramp had ons dan ook beter bespaard kunnen blijven”, zegt Brian Isbister van de Shetlands Fishermen Association. De visindustrie is de belangrijkste bedrijfstak op de Shetland-eilanden. In de visserij werken 1.500 mensen die jaarlijks voor zo'n zeventig miljoen gulden vis aanvoeren.

Isbister geeft toe dat de schade veel minder groot is dan was voorzien. Maar hoe groot de werkelijke kosten zijn, daar laat hij zich liever niet over uit. Het juridische gevecht over de afwikkeling van de schadeclaims is nog maar net begonnen en te veel openhartigheid kan de vorderingen schaden. “Zo'n vijftien vissersschepen zijn werkloos. Een voordeel is evenwel dat door het visverbod in sommige gebieden een aantal soorten door de rust zich goed kan herstellen.”

De Shetland-eilanden mogen dan getroffen zijn door een grote olielozing, de vloedgolf van zeshonderd journalisten die de eilandengroep begin dit jaar overspoelde heeft men als veel schadelijker ervaren. “De pech was dat er in januari kennelijk nergens iets interessants aan de hand was. Daarom is de hele wereldpers hier naar toe getrokken. En het stelletje journalisten - rat pack - heeft er alles aan gedaan om de gebeurtenissen zo dramatisch mogelijk te brengen”, vindt Okill.

De directeur toerisme van de Shetland-eilanden, Maurice Mullay, is nog stelliger. “De werkelijke ramp die ons getroffen heeft, was de berichtgeving.” Mullay zegt dat er door sommige journalisten een geheel verkeerde voorstelling van zaken is gegeven. “Mensen in het buitenland weten mij te vertellen dat de bewoners van de Shetlands zijn geëvacueerd. Dat hebben ze immers op de BBC-radio gehoord. The Wall Street Journal schreef tijdens de ramp dat er hier katten en koeien door de lucht vlogen.”

Bij een speciaal compensatiefonds van de olie-industrie heeft Mullay inmiddels zo'n zeven miljoen gulden geclaimd om een reclame-campagne te kunnen financieren waarmee het nieuwe Shetland-imago van een in de olie gedompeld natuurgebied, kan worden weggepoetst. Van het toerisme, na de visserij de belangrijkste bedrijfstak, leven 700 mensen die jaarlijks 80 miljoen gulden omzetten. Dit jaar hoopten de eilanden na tien jaar groei de grens van 60.000 toeristen te passeren. “Maar daar kan absoluut geen sprake meer van zijn. Het eiland is dank zij de lange winterstorm historisch schoon maar het is onheilspelend rustig. De ramp voltrok zich ook uitgerekend in de periode dat mensen hun vakantie boekten.”

Op het computerscherm van de databank in de controlekamer bij de olieterminal van Sullom Voe - de in het noorden van de Shetland-eilanden gelegen grootste olieterminal van Europa - laat het hoofd van de havendienst, captain George Sutherland, zien dat de laatste reis van de Braer tevens de honderdste keer was dat de tanker de eilanden aandeed. Curieus genoeg was de Braer op 5 januari alleen op doorreis van Noorwegen naar Canada en raakte bij de Shetlands in moeilijkheden.

In de Internationale Maritieme Organisatie is na de ramp afgesproken dat tankers vrijwillig een ruimere marge dan de huidige tien mijl in acht zouden nemen bij het passeren van de Shetlands. Maar inmiddels is Sutherland duidelijk geworden dat de meeste schepen zich niet aan die code houden, maar toch voor de snelste route kiezen.

Maatregelen om een nieuwe ramp te voorkomen, zijn nog niet getroffen. Op de Shetlands wordt hard geroepen om het installeren van radar zodat het scheepvaartverkeer nauwlettend in de gaten kan worden gehouden. Sutherland ziet niets in dit plan omdat het je hooguit in staat stelt te zien hoe een schip op de rotsen loopt, radar houdt de ramp niet tegen. “De high tech heeft mogelijk alleen een psychologisch effect. Zoals je een baby een teddybeer geeft om hem te kalmeren.”

Sutherland vertelt de ene na de andere anekdote over ondeugdelijke tankers die Sullom Voe aandoen. Met analfabete personeelsleden die onderling niet kunnen communiceren en zelfs de gebruiksaanwijzing van een tanker niet begrijpen. “Ik kan u de hele dag van dit soort verhalen vertellen”, zegt Sutherland.

Zo lang de wereld niet bereid is om een hogere prijs voor energie te betalen zodat de kwaliteit van de scheepvaart beter en dus veiliger wordt, blijven olierampen zich voordoen, voorspelt Sutherland. Het kost volgens hem hooguit twee cent per liter benzine extra om zulke maatregelen te treffen dat de scheepvaart even veilig wordt als de luchtvaart.

In het dorp Quendale dat door de olieramp in alle opzichten besmeurd raakte, is niets meer te zien dat herinnert aan de gebeurtenissen van zes maanden geleden. De huizen zijn op kosten van de verzekering met hoge drukspuiten gereinigd. De boeren hebben na de ramp gratis voedsel gekregen om de schapen te kunnen voeren. Voor een enkeling is zelfs de bouw van een schuur bekostigd zodat hij kon voldoen aan de verplichting om zijn vee binnen te houden.

De eerste week na de ramp trokken Amerikaanse advocaten door het dorp die de boeren gouden bergen voorspelden als ze schadeclaims zouden indienen. Weinig inwoners zijn op hun voorstellen ingegaan. “Shetlanders zijn geen Amerikanen”, zegt een boerin.

In hun keuken treffen Allistair en Winnie Flaws voorbereidingen voor het avondeten. Toen joeg de storm om het huis en droop de olie langs het keukenraam. Inmiddels oogt het leven een stuk zonniger. De schapen hebben het voorjaar gezonde lammetjes geworpen en in april is een paar huizen verderop een gezonde kleindochter geboren.

“Met ons gaat alles goed”, verzekert Allistair. Hij heeft het wrak van de Braer dat op tien minuten wandelen van zijn boerderij ligt nog steeds niet bekeken. “Never bother. Ik heb het schip al op de televisie gezien”, zegt Allistair. Hij aait zijn hond die spint in de mand.