"Bestuurlijke vernieuwing is vernieling'; Burgemeester Waal van Deventer stapt op

DEVENTER, 1 JULI. “Voor bestuurders wordt de gemeente steeds minder interessant. Tien jaar geleden nam je in een gemeenteraad nog besluiten. Tegenwoordig breng je veel tijd door in vergaderingen van gremia waarvan je je afvraagt: Wat was hier ook weer de bedoeling?”

Dat er teleurstelling doorklinkt in de woorden van Deventers burgemeester C. Waal, wil hij zeker niet verbloemen. Na bijna 25 jaar in het openbaar bestuur, eerst als wethouder van Leiden en vervolgens negeneneenhalf jaar als eerste burger van Deventer, houdt Waal (49) het voor gezien. Het is niet leuk meer om burgemeester in Nederland te zijn, vindt hij.

Enkele maanden geleden werd Waal gevraagd voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam te worden. Gisteren hakte hij de knoop door en schreef zijn afscheidsbrief. Omdat het HBO hem trekt en Rotterdam een “interessante stad” is. Maar de belangrijkste reden dat de PvdA'er Deventer achter zich laat, is de frustratie over de bestuurlijke ontwikkelingen in Nederland.

Waal vindt dat de positie van de gemeente stelselmatig wordt uitgehold en ondermijnd door centralisatie en regionalisering van gemeentelijke taken en bevoegdheden. “Lokaal bestuur was ooit een van de sterke punten van ons land. De machtsverdeling tussen rijk, provincies en gemeenten was duidelijk. Maar het wordt nu steeds minder helder wie wat doet in Nederland.”

De landelijke politiek komt er niet uit, constateert Waal. Wat in Den Haag bestuurlijke vernieuwing heet, zou je beter “bestuurlijke vernieling” kunnen noemen. De zich alsmaar voortslepende perikelen over een nota als BON (Besturen op Niveau) laten dat zien. “De discussies glijden weg in politieke problemen. Ze sturen ons uitgebreide brochures over hoe en waar we blanco paspoorten moeten opbergen, maar de organisatie van het binnenlands bestuur laten ze liggen.”

Waal ergert zich vooral aan de regionalisering van gemeentelijke taken. De vorming van regio's voor politie, brandweer en voor beleidsterreinen als verkeer, vervoer en volkshuisvesting maakt dat gemeenten geen zelfstandige beslissingen meer kunnen nemen op dat gebied. En het zijn vooral de grote gemeenten binnen de regio's die daarvan hinder ondervinden, stelt hij. Ze worden afhankelijk van de nukken van de kleintjes.

Waal is niet tegen grotere bestuurseenheden in Nederland, maar tegen de “halfslachtigheid” die nu heerst. “De regionalisering is onduidelijk, alles blijft in de lucht hangen. De gebiedsgrenzen zijn vaag en verschillende beleidsterreinen overlappen elkaar. Er zijn geen rechtstreeks gekozen regionale bestuurders en dus komt iedereen binnen de overlegorganen alleen voor de positie van zijn eigen gemeente op.”

Het liefst zou hij zien dat Nederland werd opgedeeld in vier of vijf provincies en zo'n 120 gemeenten. Dat zijn werkbare eenheden. “Deventer met z'n 68.000 inwoners is goed als zelfstandige gemeente te besturen. Maar de meeste gemeenten in Nederland hebben minder dan 10.000 inwoners. Op die schaal kun je niet werken.”

In de loop der jaren zag hij dat door deze ontwikkelingen ook zijn taak als burgemeester steeds meer werd uitgehold. Voor een man die houdt van het politieke debat, doelmatigheid en duidelijkheid is de baan te saai en inhoudsloos geworden.

Voor Waal blijft evenwel vast staan dat de toekomst in Nederland is aan “een democratisch, doorzichtig en doeltreffend lokaal bestuur”. Voor een burgemeester is daarbinnen zeker plaats, denkt hij, maar alleen als die rechtstreeks gekozen kan worden door de bevolking. In Deventer moet men vooralsnog nog op de ouderwetse wijze zoeken naar een opvolger.