Als er geen nieuwe WAO komt valt het kabinet

DEN HAAG, 1 JULI. Als kersverse staatssecretaris op een slepend dossier zette J. Wallage de verhoudingen in de Senaat gisteren op scherp. Met het “reserveren” van zijn positie en het noodzakelijke “kabinetsberaad” gaf hij de senatoren aan dat het kabinet volgende week de nieuwe WAO-wet wil die vandaag al had moeten ingaan. Als er geen nieuwe WAO komt, zal er ook geen kabinet meer zijn. De complimenten die Wallage van alle kanten ontving omdat hij zich het WAO-dossier zo snel eigen had gemaakt en hij soepeler weet om te gaan met het parlement dan zijn voorganger, namen niet weg dat hij binnen een maand - en bij zijn première in de Kamer - het machtswoord uitsprak, met de zegen weliswaar van het gehele kabinet.

In de laatste fase van de WAO-estafette zet het kabinet Lubbers-III opnieuw zijn politieke voorbestaan op het spel. Twee jaar geleden - in de zomer van 1991 - dreigde het kabinet te vallen toen het eerst een ingrijpend WAO-besluit nam en PvdA-leider Kok kort daarop een bijstelling namens zijn partij eiste. De PvdA is nog steeds bezig om de gevolgen van het WAO-besluit te verwerken, bij een groot deel van de traditionele achterban is de "vertrouwensrelatie' met de partij die zegt op te komen voor de zwakken gebroken. Maar ook na de WAO-zomer kwam het kabinet in de gevarenzone zodra de WAO op tafel kwam. In mei 1992 eiste de PvdA-fractie bij monde van specialist F. Leijnse een extra bijstelling van het WAO-besluit, namelijk het ontzien van bestaande gevallen.

De Tweede-Kamerfractie van de PvdA bleef zich verzetten tegen een voorstel dat partijleider Kok en zijn toenmalige staatssecretaris op sociale zaken, E. ter Veld, verdedigde. Begin dit jaar viel het kabinet bijna toen CDA en VVD apart gingen onderhandelen over een nieuwe WAO, de PvdA zich verzette tegen de oude plannen en de PvdA-bewindslieden klem zaten. Het kabinet werd op het nippertje gered in de huiskamer van minister De Vries (sociale zaken) in Bergschenhoek door de PvdA- en CDA-top. Te noteren waard is overigens dat in die periode het kabinet tegemoetkwam aan wat ook voor de Eerste-Kamerfractie van de PvdA aanvankelijk de belangrijkste eis was: de bestaande WAO-uitkeringen mochten niet worden verlaagd. Toch kwam vorige maand Ter Veld - de personificatie van het politieke WAO-leed - ten val, officieel wegens communicatiegebreken (ook met de Eerste Kamer) maar volgens sommigen wegens haar beleid. Wallage communiceert beter - zo vindt het Binnenhof - maar hij verdedigt wel hetzelfde beleid.

Ook de laatste WAO-horde blijkt niet eenvoudig nu Wallage al zijn prestige op het spel moet zetten om de voorstellen door de Staten-Generaal te loodsen. De bezwaren van de senatoren waren talrijk, maar spitsten zich toch vooral toe op de positie van de “chronisch zieke werknemers”. De vrije markt, zo meent het kabinet, moet de mensen met een progressief ziektebeeld opvangen, de overheid biedt een basisstelsel aan. Maar verzekeraars gedragen zich op de vrije markt zelden als een barmhartige Samaritaan. “Maar iemand met een handicap is niet vrij”, zo betoogde D66-senator H. Gelderblom. De verzekeraar richt zich op de gezonde werknemers, op de geringe risico's.

Oppositie- en regeringspartijen trokken dezelfde conclusie: de nauwelijks "vrij' te verzekeren mensen mogen niet tussen wal en schip vallen en de overheid moet een bindend akkoord op hoofdlijnen sluiten met de verzekeraars. “Als de markt het gat moet vullen, moet deze ook het gat vullen voor de zwakken”, zo vond PvdA-senator W. van de Zandschulp. Hij zei dat “marktordening nodig is bij marktimperfecties”. Als de markt de chronisch zieke werknemers niet wil opvangen, moet de overheid de bezemwagen in stelling brengen en de verzekeraars verplichten deze groep van ongeveer 17.000 mensen op te nemen. “Als dat kan zonder wettelijke maatregel is dat prima, maar als dat niet kan is een wettelijke ordening nodig”. Zelfs de VVD, doorgaans voorstander van een mini-stelsel, bepleitte een wettelijke regeling die boven het minimum uitgaat. Wallage - pleitbezorger van de vrije WAO-markt - liet niet na daar fijntjes op te wijzen.

Het was opmerkelijk dat na het machtswoord van Wallage de CDA-fractie een hardere houding innam dan de PvdA-senatoren. Van de Zandschulp wilde een “pragmatische houding” innemen. Hij geeft wel de voorkeur aan een bindende overeenkomst op hoofdlijnen maar neemt eventueel genoegen met een “politieke commitment waarin het kabinet zich bindt aan een toereikende oplossing”. Van de Zandschulp wees daarbij ook nog op de “politieke omgevingsfactoren”, een begrip waarmee de PvdA een uitweg lijkt te zoeken zodra zij moet kiezen tussen voortbestaan van het kabinet of het blokkeren van de nieuwe WAO. De PvdA wil een “resultaat” maar kan ook leven met een “resultaatsverplichting”. Het CDA eist bij monde van H. van de Meulen echter “een resultaat”: een bindende overeenkomst op hoofdlijnen en het wil volgende week de WAO afhandelen. Over “politieke omgevingsfactoren” sprak Van der Meulen niet. Gaf de PvdA iets speelruimte aan de onlangs aangetreden bewindsman, het CDA hield de druk op de ketel.

Het sleutelwoord van Wallage was na afloop van het debat ook pressurecooker. Het kabinet zet de senaat onder druk, de senaat het kabinet dat daarop weer de verzekeraars onder druk zet, omdat bij een "nee' van de Eerste Kamer weliswaar het kabinet valt, maar daarmee ook de nieuwe WAO en het nieuwe marktsegment waar de verzekeraars zich rijk kunnen rekenen: de aanvullende verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. De driehoeksverhouding is ingewikkeld: het kabinet heeft twee wederpartijen (verzekeraars en senaat), en de andere twee hebben elk te maken met het kabinet. Het wordt de komende dagen een spel met druk, invloed, Lubberiaanse varianten en de sterkte van knieën. De senaat heeft de afgelopen jaren vaker dwarsgelegen, maar boog telkens toen het kabinet het “onaanvaardbaar” uitsprak. Telkens moest CDA-fractieleider Kaland, die gisteren na een hartoperatie weer in de senaat kwam, buigen. Hij was gisteren een zwijgzame, doch belangstellende aanwezige bij het debat.

Veel hangt af de komende dagen van de onderhandelingen tussen Wallage en de verzekeraars. De staatssecretaris heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat een wettelijke regeling uit den boze is - zonder twijfel met stevige instemming van zijn minister, CDA'er De Vries. De verzekeraars willen wel wettelijke maatregelen voor het stichten van een waarborgfonds. Zo'n fonds zou gevuld moeten worden met een opslag op de premies die andere verzekerden - al dan niet collectief - betalen. Zij vrezen dat vrijwillige akkoorden via "zelfregulering' altijd ondermijnd zullen worden: door nieuwe, eventueel buitenlandse verzekeraars die zich aan het waarborgfonds onttrekken en hun clièntele zo een lagere premie kunnen bieden. Een wettelijke regeling zou bovendien de pensioenfondsen kunnen binden aan deelneming aan het waarborgfonds. De pensioenfondsen, die de meeste de aanvullende verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid voor hun rekening hebben genomen, voelen er niets voor om een probleem dat particulier verzekeraars met chronisch zieken hebben, op te lossen.

Wallage meldde gisteren dat er nog geen zicht is op een akkoord met de verzekeraars. Hij heeft de snelkookpan zelf op het vuur gezet, de komende dagen moet zijn kookkunst blijken.