Zo'n 40 pct "buitenlanders' werkloos; Politiek machteloos tegen verpaupering allochtonen

DEN HAAG, 30 JUNI. Tien jaar terug leek getto-vorming nog on-Nederlands; nu is het een feit. De enorme werkloosheid onder allochtonen is in de oude wijken van de grote steden op straat zichtbaar. Een overschot aan werk trok in de jaren zestig duizenden buitenlandse mannen naar Nederland; nu is één op de drie allochtonen werkloos. Van de Turkse en Marokkaanse beroepsbevolking zit zelfs 40 procent zonder werk. Ter vergelijking: bij de autochtonen bedraagt de werkloosheid zeven procent.

Gisteravond debateerde de Tweede Kamer ruim drie uur lang over de vraag: wat nu? De tijd van de mooie woorden over 'het minderhedenbeleid' is voorbij, nu zijn daden nodig, zei Middelkoop van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Ter discussie stonden twee wetsvoorstellen: één van de oppositie (VVD, Groen Links, D66) en één van het kabinet. Beiden willen het bedrijfsleven en andere arbeidsorganisaties - gemeenten, ziekenhuizen - van een zekere omvang dwingen tot het registreren van het aantal allochtonen dat men in dienst heeft en hoeveel er doorstromen naar hogere functies. Dat zou de ondernemers, hoopt men, meer bewust maken van het (te kleine) aandeel van allochtonen in hun werknemersbestand.

Maar dan komen de verschillen. De oppositie wil dat die cijfers, via deponering bij de Kamer van Koophandel, openbaar worden. Pers en belangengroepen kunnen dan de druk op arbeidsorganisaties die tekort schieten opvoeren. Het kabinet voelt daar niets voor: de regering is voorstander van een rapportage aan de arbeidsbureaus, waarbij deze gegevens echter geheim blijven. Een ander belangrijk verschil met de oppositie is dat het kabinet allochtonen de keuze laat of ze als zodanig door hun werkgever geregistreerd willen worden; bij de oppositie is die registratie voor de werknemer verplicht. Tenslotte stelt het kabinet voor dat bedrijven met minder dan 35 werknemers alleen op verzoek van de arbeidsbureaus hoeven te rapporteren.

De PvdA zit op de wip. Eigenlijk zijn de sociaal-democraten voor de plannen van de oppositie, maar de trouw aan de coalitie staat dat niet toe. PvdA-woordvoerder Apostoulou kondigde daarom gisteravond twee amendementen aan - al diende hij ze nog niet in. De verstrekte gegevens moeten volgens de PvdA “gestructureerd” openbaar worden, in die zin dat allochtonenorgansiaties inzicht kunnen krijgen in de cijfers die individuele bedrijven aan de arbeidsbureaus hebben verstrekt. En men moet niet alleen op verzoek van de arbeidsbureaus rapporteren, maar jaarlijks en verplicht. Als Apostoulou vasthoudt aan zijn amendementen komt hij wel heel dicht in de buurt van het oppositionele wetsvoorstel. Dit tot groot ongenoegen van CDA-woordvoerder Doelman-Pel, die zei dat ze dit als “zeer ernstig” beschouwde.

Jarenlang wachtte de politiek met ingrijpen. Hoe kun je bedrijven stimuleren om meer allochtonen in dienst te nemen? Quotering - elk bedrijf moet een verplicht percentage buitenlanders in dienst nemen - was en is voor een grote meerderheid van de Tweede Kamer slechts een theoretische optie. In een tijd van deregulering en decentralisatie, met een grote nadruk op de eigen verantwoordelijkheid, past zo'n politieke dwangmaatregel niet.

Het wetsvoorstel van de oppositie grijpt terug op het rapport 'Allochtonenbeleid' dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in mei 1989 publiceerde. Daarin werd onder meer gepleit voor een aanpak naar analogie van de Canadese Employment Equity Act. Die wet verplicht werkgevers de deelname van minderheidsgroepen in de arbeidsorganisatie zichtbaar te maken.

Op 14 november 1990 leek het bedrijfsleven zelf voor een doorbraak te zorgen. In de Stichting van de Arbeid spraken de centrale organisaties van werkgevers en werknemers af dat de werkgelegenheid voor etnische minderheden in vijf jaar tijd met 60.000 banen moest stijgen. Dat kon volgens de Stichting zonder overheidsbemoeienis.

Uit de eerste evaluatie, over het jaar 1991, bleek dat de weerklank in het bedrijfsleven zelf uiterst mager was. En uit de tweede evaluatie, die de Stiching van de Arbeid enkele weken terug publiceerde, kwam naar voren dat ook in 1992 nauwelijks vooruitgang werd geboekt. In het centraal akkoord was opgenomen dat het bedrijfsleven zelf 'taakstellende werkplannen' zou ontwerpen om meer allochtonen in dienst te nemen. De meeste bedrijven lieten het afweten.

Inmiddels toonde wetenschappelijk onderzoek aan dat bij sollicitaties wel degelijk wordt gediscrimineerd. Wie van buitenlandse afkomst is moet opboksen tegen een reeks van vooroordelen. De politiek vindt dat nog langer wachten echt niet langer kan. Maar hoe dan actie moet worden ondernomen was gisteravond laat nog niet duidelijk.

    • Kees Calje