Vrouwentennis wordt nog steeds geminacht

LONDEN, 30 JUNI. Opgewonden fietste ze naar huis. Haar vader was de heg aan het knippen toen ze aankwam.

“Hallo schat, waar ben jij geweest?”, vroeg hij. “Naar Wimbledon natuurlijk”, antwoordde ze. “Oh ja, dat is waar ook. Je moest geloof ik de finale spelen, is het niet? En, hoe ging het?” “Eerlijk gezegd, ik heb gewonnen”, zei ze. “Goed gedaan, ik ben heel blij voor je”, reageerde hij, draaide zich om en ging verder met het knippen van de heg. Dat was 1895. Tegenwoordig zitten vaders en moeders behangen met parelkettingen en Rolexen in de box op centre court, wonen ze in een riant landhuis en verplaatsen ze zich in te dure automobielen. De Wimbledon-winnares weet zich verzekerd van een miljoenencontract en veel, niet zelden hinderlijke, publiciteit. Maar qua waardering is het vrouwentennis aanzienlijk minder ingelopen op de mannen sinds in de vorige eeuw Miss Charlotte "Chattie' Sterry de eindstrijd won en thuis zo'n koel onthaal kreeg. Wel heeft de vakbond van het vrouwentennis, de huidige WTA, er voor gezorgd dat het prijzengeld een enorme sprong heeft gemaakt maar ze is er niet in geslaagd de ontwikkeling van het spelpeil in de breedte daarmee gelijke tred te laten houden.

Het is wel de honderdjarige oorlog genoemd, het eeuwige gevecht voor erkenning van het vrouwentennis. Dit jaar staan ze voor de honderdste keer op Wimbledon (sinds 1884) en nog altijd wordt hun toernooi gespeeld in een sfeer van minderwaardigheid. Vier ronden lang nauwelijks voor vol aangezien en op zijn vroegst pas in de kwartfinales, als de beteren tegen elkaar aantreden, beschouwd als een min of meer evenwichtig sportwedstrijd. Maar ook die kwartfinalepartijen op Wimbledon waren in een mum van tijd afgewerkt. De gemiddelde partij gisteren nam net iets meer dan een uurtje in beslag. Binnen drie uur tijd waren de vier tweesetters beslist.

De discussies over het vrouwentennis hebben de regelmaat van eb en vloed in de Thames en de opvattingen erover lopen even ver uiteen. De toewijding en het absolute talent van een relatief gering aantal speelsters is de maatvoering geworden, te vaak wordt voorbij gegaan hoe gemakkelijk topspeelsters de eerste ronden overleven. Hoe verbijsterend zwak hun tegenstand is. Omdat het al zo vaak gezegd is.

Natuurlijk heeft het vrouwentennis een groot aantal grote kampioenen voortgebracht. Suzanne Lenglen, Billy Jean King, Chris Evert, Martina Navratilova, Steffi Graf en Monica Seles hebben indrukwekkende partijen gespeeld. Maar in een toernooi met 128 deelneemsters zijn de eerste acht dagen volstrekt oninteressant. Het is opmerkelijk te zien hoe de publiciteit rond het vrouwencircuit, zoals het reizende circus wordt aangeduid, zich niet zelden richt op de intimiteiten van de speelsters. De Engelse kranten stonden de afgelopen week bol van de berichten over de "stalkers', enge mannetjes die geobsedeerd zijn door een tennisspeelster en haar hinderlijk volgen. Steffi Graf zag zich geconfronteerd met Kurt zum Felde, haar landgenote Anke Huber vertelde de politie dat ze ineens ene Theo in het publiek zag zitten, die haar al een jaar lang volgt, telkens boekt in het hotel waar zijn verblijft, een kamer vraagt op de etage waar ook zij haar vertrekken heeft en haar somtijds lichtblauw satijnen ondergoed stuurt. Prompt kwam Chris Evert verklaren dat in het huis dat zijn ooit huurde bij Wimbledon drie dagen een engerd in een kast huisde voordat hij werd betrapt. En de vrouwenbond van de tennisspeelsters maakte bekend dat dit verschijnsel vrij algemeen is voor de toppers. Wellicht opdat iedereen weet dat ze wel degelijk een - vooral geestelijk - loodzwaar bestaan hebben.

Bovendien verscheen dit jaar het boek Ladies of the Court van Michael Mewshaw, waarin uit anonieme bronnen opgetekende verhalen staan van speelsters die door hun coach sexueel worden misbruikt of door hun ouders worden geëxploiteerd en van hun jeugd beroofd. En over Martina Navratilova verscheen onlangs een nieuw boek dat Love Match (Nelson vs Navratilova) heet en is geschreven Judith Nelson met medewerking van Rita Mae Brown, die beiden een relatie met de tennisspeelsters hebben gehad.

Ook de mannen ontkomen niet aan het gewroet in hun privéleven, maar tijdens een toernooi als Wimbledon zijn die zaken minder overheersend en ligt het accent meer op hun spel, hun voorbereiding en hun tegenstanders. Die ontmoetingen zijn dan ook stukken enerverender. Hun techniek is beter, ze zijn conditioneel sterker. De 36-jarige Navratilova, het toonbeeld van een sportvrouw, moest gisteren nadat ze in de kwartfinale Natalia Zvereva met 6-3 en 6-1 van de baan had geveegd, toegeven dat ze op jacht naar haar tiende Wimbledontitel “minder goed beweegt dan vroeger, maar nog altijd beter dan 99 procent van alle vrouwen. Er zijn er misschien twee of drie die beter bewegen.”

Zodra de vragen een richting opgaan die de kwaliteit van het deelnemersveld bij de vrouwen in twijfel trekt voelt ze zich persoonlijk aangesproken. “Is het goed voor het vrouwentennis dat jij op jouw leeftijd en met een geblesseerde enkel hier de halve finale kan halen?”

“Ja, ik ben een invalide en ik versla ze allemaal nog. Ik denk echt dat het allemaal beroerde speelsters zijn. Ik bedoel dit natuurlijk schertsend. Ik speel even goed als ik altijd heb gedaan en van die enkel heb ik alleen hinder als ik 's morgens uit bed stap. Jullie zouden het als mijn verdienste moeten zien in plaats van alle andere speelsters te kleineren. Ik wil mezelf niet op de borst slaan, maar jullie zouden mij die vraag niet stellen als ik 25 was.”

Navratilova is de waarschijnlijke finaliste. Morgen treedt ze aan tegen Jana Novotna, en behoorlijk goede grasspeelster met de nare eigenschap te verkrampen als het echt spannend wordt er echt om gaat. Zij schakelde de Argentijnse Gabriela Sabatini uit (6-4, 6-3), die hardnekkig bleef volhouden een speltype te hebben dat haar ook op grasbanen succes moet brengen. De andere finaliste komt uit de halve finale van Steffi Graf en de Spaanse Conchita Martinez. Graf versloeg (met 7-6, 6-1) Jennifer Capriati, de 17-jarige die maar niet wil doorbreken. De 21-jarige Martinez (6-1, 6-4 tegen Helena Sukova) kwam vorig jaar op Wimbledon niet verder dan de tweede ronde. Haar opmerkelijkste overwinning was seizoen het open Italiaanse kampioenschap waar ze Navratilova, Mary Joe Fernandez en Sabatini versloeg. Op gravel, haar favoriete ondergrond. Dat ze nu zo ver is gekomen mag een verrassing worden genoemd. Er is dus toch iets aan het veranderen in het vrouwentennis.