V/d Nieuwenhuyzen loste met aandelen mogelijk privé-lening af

ROTTERDAM, 30 JUNI. President J.A.J. van den Nieuwenhuyzen van het bedrijvenconglomeraat Koninklijke Begemann is na de zogeheten "HCS-affaire' verwikkeld in een nieuwe affaire: de handel in eigen Begemann-aandelen. Hij wil geen openheid geven. Een ding wel duidelijk: de president die zijn bedrijf volgens eigen zeggen 'ongelooflijk veel schade' heeft aangedaan door zijn betrokkenheid bij het failliete computerbedrijf HCS heeft opnieuw bloemen geplukt op de rand van de afgrond.

Van den Nieuwenhuyzen blijkt vorig jaar 660.000 aandelen Begemann te hebben gekocht en verkocht. Een handel die gefinancierd werd door 128 miljoen gulden aan leningen van het bedrijf zelf. Van den Nieuwenhuyzen weigert inzicht te geven op welke data en tegen welke koers hij deze aandelen Begemann heeft gekocht.

De president-commissaris ir.W.H. Brouwer van Begemann heeft gewezen op een intern accountantsrapport, dat hem duidelijk heeft gemaakt dat Van den Nieuwenhuyzen niet verdiend heeft aan de handel en niet de modelcode van de beurs heeft geschonden. Zo mocht Van den Nieuwenhuyzen tijdens bepaalde data, bij voorbeeld voor- en na de publicatie van het jaarverslag niet handelen. Van den Nieuwenhuyzen verklaarde zelf gisteren dat hij de beurs heeft ingelicht over zijn aan- en verkopen. Hij verklaart bovendien dat hij zich geheel heeft gehouden aan de Wet Melding Zeggenschap. Zijn belang is nooit boven de 50 procent uitgekomen en niet onder de 25 procent gedaald. Waarom dan toch commotie?

Op de eerste plaats blijft het vreemd dat commissarissen hebben ingestemd met Van den Nieuwenhuyzens privé-handel. De wetgever verbiedt ondernemingen meer dan tien procent eigen aandelen in te kopen. Begemann wilde een belang van 45 procent in versnellingsbakfabriek Volvo Car Sint Truiden VCST ruilen tegen 15 procent eigen aandelen. Dat kon dus wettelijk niet. Om de wet te ontwijken stemden de commissarissen in met een vierhoeksconstructie. Ze gaven een lening aan de president die daar vervolgens 15 procent van de aandelen Begemann van kocht en die ruilde tegen 45 procent VCST. Van den Nieuwenhuyzen plaatste vervolgens de aandelen weer bij Begemann en loste van het geld zijn lening af. Daarmee was de cirkel rond en de deal een succes. Maar klopte de redenering?

Het is interessant na te gaan of hier sprake is van zogenoemde fraus legis, een gekunstelde weg om de wet te ontduiken. De Hoge Raad oordeelde al in 1926 in het beroemde 'drie dagen-arrest' dat niet altijd de letter van de wet geldt, maar soms ook de geest wanneer vaststaat dat de bedenker van de constructie geen ander belang had dat de werking van een wetsvoorschrift te verijdelen.

De stelling van president-commissaris Brouwer dat Van den Nieuwenhuyzen persoonlijk niet beter van de transactie is geworden is vreemd. Nog afgezien van het feit dat president Brouwer pas kort deze functie bekleedt - zijn voorganger mr.A.J.J.M. Takx stapte vorig jaar om onopgehelderde reden op - staat vast dat het niet tot zijn taak behoort om Van den Nieuwenhuyzen privé te controleren. Van den Nieuwenhuyzen hoeft van zijn kant Brouwer geen inzicht te geven in zijn privé-belangen.

Uit het verleden blijkt dat de belangen van Van den Nieuwenhuyzen zo gecompliceerd liggen, dat het accountantsrapport deze in ieder geval niet voldoende in beeld brengt.

Toen de commissarissen eind 1991 hun fiat gaven om Van den Nieuwenhuyzen aandelen Begemann te laten kopen, was er juist sprake van een koersval van het aandeel. De koers was dat halfjaar gezakt met ruim dertig procent tot 117 gulden. Een ondersteuning van de koers kon niet alleen Begemann, maar ook Van den Nieuwenhuyzen privé toen goed gebruiken.

Eind 1991 gaf hij namelijk een verhelderend, maar achteraf zeer door hem betreurd kijkje in zijn privé-keuken. Hij deed dat toen omdat er na verliezen bij privé-beleggingen in HCS en de Krant op Zondag twijfel was gerezen over zijn kredietwaardigheid. Van den Nieuwenhuyzen vertelde toen dat slechts de helft van zijn belang van toen van circa 45 procent in Begemann in onderpand was gegeven aan de banken. Hij had daarvoor vier tot vijfjarige leningen afgesloten, zodat hij niet bij elke koersdaling nieuw onderpand hoefde te verstrekken.

Inmiddels is de koers echter gezakt tot rond de 30 gulden, nog maar twintig procent van wat het was in juni 1991. Het ligt voor de hand dat het onderpand nu niet meer voldoende is voor het verlengen van de leningen. Van den Nieuwenhuyzen moet of moest dus privé-leningen aflossen.

In februari 1992 meldde Van den Nieuwenhuyzen in het kader van de Wet Melding Zeggenschap nog een belang van ruim 49 procent. Dat leek een beetje overeen te zijn gekomen met zijn verklaringen in december. Hij klaagde toen over de lage koers en zei: “We willen ons belang gaarne uitbreiden”.

Beleggers dachten toen dat hij graag aandelen bijkocht, maar in werkelijkheid moet hij toen al met geleend geld van de vennootschap hebben gekocht. Vervolgens blijkt uit zijn eigen woorden dat het belang nooit boven de 50 procent is gekomen, want dan had hij dat moeten melden aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer. Van den Nieuwenhuyzen heeft het geleende geld van Begemann dan ook niet gebruikt voor het aankopen van aandelen, maar waarschijnlijk voor het aflossen van zijn privé-schulden.

Vervolgens heeft Van den Nieuwenhuyzen 15 procent van zijn eigen aandelen Begemann verkocht aan vier Belgische investeringsmaatschappijen in ruil voor de VCST-stukken, waarmee hij bij Begemann zijn lening afloste. Daardoor is zijn eigen belang in Begemann gezakt tot onder de 35 procent. De hele transactie van leningen aan Van den Nieuwenhuyzen, het ruilen van aandelen Begemann tegen aandelen VCST, lijkt daarmee op een privé-schuldsanering van Van den Nieuwenhuyzen.

Met de affaire-HCS verloor de Begemann-topman prestige, omdat hij zijn koosnaam als bedrijvendokter niet waar kon maken. Nog afgezien van de juridische nasleep: hij toonde te kunnen falen in zijn acquisitiebeleid. In de nieuwe affaire is hij wel geslaagd met zijn acquisitie, maar lijkt hij te kunnen falen in het onderscheiden van privé en zakelijke grenzen.

    • WABE van ENK