Tweeslachtigheid politiek beleid is mede-oorzaak PvdA-crisis

De PvdA en de vakbeweging zitten niet op één lijn. De sociaal-democratische aanhang krijgt daardoor tegenstrijdige signalen en instructies: loonmatiging uit het ene kamp en loonsverhoging uit het andere. Dit is de voornaamste oorzaak van de crisis in de sociaal-democratie.

De crisis in de PvdA is natuurlijk niet specifiek Nederlands: ze is wereldwijd. Ze werd voornamelijk veroorzaakt door het feit dat het democratisch socialisme geen pasklaar antwoord had op de plotselinge ineenstorting van het communisme, zoals de propagandisten van de "vrijemarkt-economie' dat wel hadden.

Dat is niemands schuld: de sociaal-democraten hebben de hele twintigste eeuw gebruikt voor de opbouw van de verzorgingsstaat - overigens in nauwe samenwerking met bepaalde christelijk-sociale stromingen en met liberalen zoals Beveridge. Maar het kon niet één verzorgingsstaat worden, het moest via de nationale wetgevingen van verzorgingsstaten gaan, ook al was er overleg en samenwerking via Genève en Straatsburg.

Het kon niet anders of de sociaal-democratische partijen raakten daardoor meer en meer nationaal gebonden aan programma's die door nationale omstandigheden werden bepaald. De belangrijkste sociaal-democraten van deze eeuw, Willy Brandt, Olaf Palme en Joop den Uyl, hebben dat wel gezien, maar konden dat niet op stel en sprong veranderen. Zij bleven steken in het uitspreken van de noodzaak om een programma in drievoud te formuleren: een mondiaal voor problemen als de milieubescherming en de ontwikkelingshulp, een regionaal bijvoorbeeld voor Europa, en een nationaal, maar het laatste hield voorrang. Er zijn ook nu nog sociaal-democraten die in deze richting denken en heroriëntering bepleiten. In ons land bijvoorbeeld Abram de Swaan.

De problemen, waarin de PvdA op het ogenblik verkeert hebben wel iets te maken met deze mondiale problematiek, maar dragen toch een eigen karakter. De belangrijkste - maar niet de enige - achtergrond van de achteruitlopende cijfers in de peilingen lijkt mij op dit moment het feit dat de regering, inclusief de PvdA-leden daarin, en de vakbeweging niet op één lijn zitten.

De leden van de (algemene) vakbeweging vormen de traditionele achterban van de sociaal-democratische partijen en vroeger onderhielden ze ook contact over hun beleid. Nu krijgen de leden van die bonden tegenstrijdige signalen en ook vaak tegenstrijdige instructies: van "hun' politieke partij moeten ze voor loonmatiging zijn en van hun vakbond moeten ze staken voor loonsverhoging. Het meest absurd komt dit tot uiting bij de stakingen van de ambtenaren die tegen het beleid van hun eigen potentiële partijgenoten in moeten gaan. Zolang deze controverse niet is opgelost zal er van eensgezindheid binnen de PvdA geen sprake zijn.

Maar er is meer: de vakbeweging, zoals we die nu kennen, vertegenwoordigt al lang niet meer "het proletariaat': ze is bij uitstek de vertegenwoordiger geworden van wat Michel Rocard in de laatste Den Uyl-lezing "de brede gevestigde middenklasse' heeft genoemd. Dat zijn al diegenen die onder CAO's werken, collectieve verzekeringspremies betalen en premies voor pensioenfondsen. Voor wie daar buiten staan heeft noch de vakbeweging noch de regering veel aandacht. En daardoor vervreemden ook die groepen uit de bevolking van de sociaal-democratie.

Buiten de "brede gevestigde middenklasse' staan ten minste drie categorieën: mensen die er graag in willen, mensen die er juist niet in willen en mensen die er uitgegooid zijn.

De eerste groep bestaat voornamelijk uit schoolverlaters en uit recent aangekomen immigranten. Bij de schoolverlaters, die geen werk kunnen vinden, zullen veel "moeilijke gevallen' zijn: jongens en meisjes, die hun opleiding niet af hebben kunnen maken, die slecht of geen Nederlands spreken, die ziek of gebrekkig zijn. Een dergelijke categorie vraagt bij uitstek om een individuele aanpak en het is dan ook onverstandig om ze bij voorbaat maar vast allemaal over een kam te scheren en hun uitkeringen te korten.

Iets anders valt te zeggen van de korting op de studiefinanciering: er zijn bij de invoering van die financiering - voordat de PvdA in de regering zat, maar zonder hun protest - grove fouten begaan. De belangrijkste daarvan vind ik de aanmoediging om te gaan lenen. Daarvan hebben alleen de banken voordeel, voor de studenten van nu is het een dreigend blok-aan-het-been.

Een aanvulling op de studiebeurs had moeten zijn de mogelijkheid om er op een fatsoenlijke manier zelf bij te verdienen, met werk via bijvoorbeeld een apart uitzendbureau, dat ook zou kunnen controleren. Het feit dat niet aan deze mogelijkheid is gedacht is, dunkt mij, ook weer het gevolg van het negeren van alle arbeid die buiten de CAO-banen ligt: huishoudelijk werk, tijdelijke functies, oproepwerk. Er is genoeg aanbod op deze markt en het zou niet "zwart' hoeven te zijn.

De tweede groep van mensen die werkzaam zijn buiten de CAO-banen, werkt nu juist wel in dit circuit, dat ik het "grijze' noem: het zijn in hoofdzaak getrouwde vrouwen die via hun man verzekerd zijn tegen het enige risico dat hun belangrijk voorkomt: de ziektekosten. Tegen de andere risico's hoeven ze ook vaak niet door hun werkgever verzekerd te zijn, omdat zij minder dan twaalf uur bij één werkgever zijn, en aan pensioenpremies denken ze niet voordat het te laat is. Deze groep is enorm gegroeid na de invoering van de Tweeverdienerswet en dat betekent natuurlijk dat ze geen belasting betalen.

Maar een ander deel van de categorie die in het grijze circuit zit, doet dit wel. Dat zijn de "freelancers', die sterk in opkomst zijn. Daarbij vind je dan tegenwoordig ook de ontslagen ambtenaren, die via onduidelijke "adviesbureaus' de rapporten leveren - geschreven op hun eigen tekstverwerker - die ze vroeger in hun ambtelijke functie maakten. Ze gelden voor de belastingen als "beoefenaren van vrije beroepen' en een pensioen moeten ze zelf maar regelen.

De derde groep, die niet in het CAO-circuit valt, bestaat tot dusver voornamelijk uit gescheiden vrouwen - bijstandsmoeders - die er vroeger alleen via hun echtgenoot toebehoorden. Hun wordt het extra moeilijk gemaakt via de witte arbeidsmarkt terug te keren in dit circuit en de grijze is voor hen riskant omdat ze thuis geen man hebben die de verzekering betaalt. In mijn ogen is de bijstand een fuik waar vrouwen met kinderen nooit meer uitkomen en het was daarom onrechtvaardig om juist hen te bedreigen met kortingen.

Allerlei factoren zijn dus de laatste tijd de PvdA niet ten goede gekomen, maar voor de meeste daarvan is ze niet alleen verantwoordelijk geweest. Daar komt dan nog bij dat er in het beleid dat de huidige regering voert, iets tweeslachtigs zit: aan de ene kant is dat gericht op versobering en beperking, aan de andere kant gelooft men blijkbaar nog steeds aan de terugkeer van een "groei-economie'. Er worden tenminste plannen gemaakt en gedeeltelijk ook uitgevoerd, die rekening schijnen te houden met die groei. En daarbij moeten we, denk ik, vraagtekens zetten.

Ik bedoel niet dat ik vrees dat we de huidige recessie niet meer te boven zullen komen, want ik denk dat ons nog wel een tweede Duits Wirtschaftswunder te wachten staat. Maar ik bedoel wel, dat de bevolkingsgroei in heel Europa zal gaan afnemen en dat we dus rekening zullen moeten gaan houden met een teruglopende consumptie. In Nederland zal in de eerste helft van de eenentwintigste eeuw de bevolking voor een groot (en groeiend) deel bestaan uit ouderen (een kwart zal boven de 65 jaar zijn) en allochtonen. De meesten van hen zullen arm zijn - armer dan de overeenkomstige ouderen en immigranten van nu. En voor die mensen moeten we IJ-boulevards aanleggen, Utrechtse Cityplannen en Betuwelijnen?

Natuurlijk is de PvdA niet alleen verantwoordelijk voor dit onterecht geloof in de terugkeer van de groei-economie, maar ze zou wat meer visie moeten opbrengen dan de andere partijen en wat minder moeten streven naar een "pragmatisch' beleid: pragmatische partijen hebben we al genoeg in Nederland.

Ik kan nog wel meer bevolkingsgroepen noemen die speciale grieven tegen de regering hebben. Allochtonen bijvoorbeeld van wie velen al lang Nederlander zijn en anderen stemgerechtigden voor de lagere bestuursorganen. Hun wordt verteld dat ze moeten "integreren', maar niemand overlegt met hen wat dat proces inhoudt en hoe ver het moet gaan.

De deelname aan deze regering heeft voor de PvdA het negatieve bij-effect gehad, dat een groot deel van de media met de televisie voorop die partij als de zondebok bij uitstek heeft aangewezen. Dat is al begonnen bij de vorige verkiezingen maar komt nu in versterkte mate terug. Enkele zelfbenoemde groot-inquisiteurs blazen elk incident op en suggereren Kok en Rottenberg “Wordt het geen tijd, dat u zelf opstapt?”.

Dit alles doet de PvdA geen goed, maar reikt verder: het schept wantrouwen tegenover het hele politieke bedrijf. Ik denk dat vooral vrouwen zich eraan stoten. Die hebben toch al zo'n moeite met die eindeloze vergaderingen, het steeds opnieuw herhalen van dezelfde argumenten in het jargon van de (voorgelezen) redevoeringen. Dit zal de animo van vrouwen om zich met de politiek te bemoeien of uit gemeenteraden en provinciale staten op te klimmen naar de landspolitiek niet bevorderen. En juist daar hebben we bekwame mensen zo bijzonder hard nodig.

    • H. Verwey-Jonker