Staatssecretaris Wallage dreigt met aftreden

DEN HAAG, 30 JUNI. Staatssecretaris Wallage (sociale zaken) heeft vanmiddag gedreigd met aftreden als de Eerste Kamer niet voor het zomerreces een besluit neemt over de nieuwe WAO.

Hij zei dit nadat hij de Senaat had laten weten dat hij nog geen akkoord tussen kabinet en verzekeraars kon overleggen over een regeling voor chronisch zieke of gehandicapte werknemers.

De Eerste Kamer heeft eerder unaniem om een “bindend akkoord” gevraagd om te bereiken dat ook deze categorie werknemers zich particulier kan bijverzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Zonder zo'n akkoord, heeft de Senaat laten weten, kunnen de WAO-voorstellen niet worden afgehandeld.

De Eerste Kamer besloot na de mededeling van Wallage om de vergadering vanmiddag voort te zetten en haar vervolgens tot volgende week dinsdag te schorsen. Het hangt van de voorstellen die Wallage dan zal doen af of de Eerste Kamer die dag ook over de WAO-voorstellen zal stemmen.

Wallage zei de Eerste Kamer dat hij verder uitstel van de WAO-maatregelen waartoe het kabinet en de Tweede Kamer al hebben besloten niet verantwoord vindt. Letterlijk zei hij: “Ik moet mijn positie reserveren als de Eerste Kamer niet voor het zomerreces dit besluit neemt. Dan is er nader beraad met het kabinet nodig.” De Eerste Kamer komt volgende week voor het laatst bijeen, daarna begint het zomerreces.

Wallage volgde deze maand als staatssecretaris van sociale zaken E. ter Veld op, die ontslag nam na een conflict met de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. De omstreden WAO-maatregelen, waarbij de uitkeringen in duur worden beperkt en voor toekomstige arbeidsongeschikten worden verlaagd, leidden eerder al twee maal bijna tot een kabinetscrisis.

De staatssecretaris weigert pertinent om voor de chronisch zieke werknemers een wettelijke regeling in het leven te roepen die hun een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid garandeert. Dat zou volgens de bewindsman geheel voorbijgaan aan de beperktere verantwoordelijkheid voor dit onderdeel van de sociale zekerheid waarvoor het kabinet nu juist zo bewust heeft gekozen.

De markt moet deze bijverzekering regelen, stelde Wallage, en de gevolgen niet weer gaan afwentelen op de collectiviteit. De uitkering die een arbeidsongeschikte straks wettelijk krijgt - de WAO dus - is volgens hem “sober” maar afdoende.

De staatssecretaris is wel in gesprek met verzekeraars om hen zover te krijgen dat zij zelf een oplossing aandragen. Maar hij omschreef de actuele stand van zaken als “een klassieke sur-place: er is veel beweging, maar er is geen vooruitgang”.

Pag.2: Wallage wijst op risico voor verzekeraars

Wallage wees er op dat de verzekeraars zelf één groot risico lopen: dat is dat de Eerste Kamer de wetsvoorstellen voor de nieuwe WAO afkeurt. Een gevolg daarvan zou zijn dat de bestaande WAO gehandhaafd blijft en daarmee de noodzaak voor werknemers om zich particulier bij te verzekeren, vervalt. Daarmee zouden de particulier verzekeraars dit onderdeel van de markt dus verspelen. Wallage zei dat het kabinet beschikbaar blijft voor verder overleg met de verzekeraars “om te bezien hoe in de marktsector een fatsoenlijke aanvullende verzekering te krijgen is”.

Daarvoor bestaan verschillende suggesties. In het bijzonder wordt gedacht aan een onderling waarborgfonds, dat via een opslag op andere verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid gevuld zou kunnen worden. De verzekeraars hebben steeds op een wettelijke regeling aangedrongen en werden daarin gesteund door een advies dat de Verzekeringskamer deze week aan het kabinet uitbracht.

In de Eerste Kamer hebben alle fracties op een regeling voor de chronisch zieken aangedrongen, maar niet de eis gesteld dat dit een wettelijke moet zijn. CDA-senator Van der Meulen wees gisteren, op de eerste dag van het debat, dat ook collectieve, aanvullende verzekeringen in de praktijk problemen kunnen geven als chronisch zieken daarbij betrokken zijn. Hij noemde als voorbeeld uit de praktijk een bedrijf met tien personeelsleden onder wie één werkneemster met multiple sclerose. Zou zij niet bij dat bedrijf in dienst zijn, dan bedroeg de collectieve premie voor de aanvullende verzekering 3 procent, en nu bleek dat 9 procent te worden.