"Schade regenwoud neemt toe, ondanks afname ontbossing'

De ontbossing in de Braziliaanse regenwouden verloopt minder snel dan verwacht. Dat is het goede nieuws uit een recente studie onder auspiciën van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Het slechte nieuws is dat driemaal zoveel plant- en diersoorten in het Amazonebos worden bedreigd, als oorspronkelijk werd geraamd. Het kappen van vele kleine stukjes bos lijdt tot ernstige schade aan de biotopen: leefgebieden raken van elkaar gesoleerd en de flora en fauna staan bloot aan weer en wind. In het Amazonegebied leeft veertig procent van alle bekende plant- en diersoorten.

Uit het onderzoek blijkt dat in de periode 1978-1988 15.000 vierkante kilometer bos gekapt is en niet driemaal zoveel, zoals eerder werd aangenomen. Dit blijkt uit gedetailleerde foto's van de aardobservatie-satelliet Landsat onder de loupe te nemen. Ze hebben alleen naar regenwoud gekeken. Dit heeft het resultaat gunstig benvloed, want in eerdere onderzoeken werden ook bomen in savannegebieden en op grasvelden meegeteld.

In het Braziliaanse oerwoud komen zeer veel verschillende boomsoorten voor, die slechts deels commercieel interessant zijn. Daarom worden steeds kleine stukjes bos geveld. De grootste schade aan het bos ontstaat overigens niet door het kappen, maar door het wegslepen van de stammen. Verder wordt het broeikaseffect vergroot, doordat boomstammen blijven liggen en gaan rotten, waardoor het "broeikasgas' COvrijkomt. Ook het platbranden van bospercelen die geen bomen met handelswaarde meer bevatten - om landbouwgrond te creëren - heeft dit effect. Volgens de Nederlandse sociaal-geografe M. Ros-Tonen is in Brazilië niet de houtsector, maar deze intensieve landbouw verantwoordelijk voor de grootste schade in het Amazonegebied. Arme boeren hakken een stuk bos om, of branden het plat, bebouwen vervolgens de grond tot het land - vaak al na één oogst - is uitgeput en trekken dan verder. De ontbossing verspreidt zich daardoor als een olievlek door het Amazonegebied.

Brazilië en zeven andere Latijns-Amerikaanse landen hebben deze week een samenwerkingsverband opgericht om over te gaan tot "bosvriendelijker' landbouwmethoden, maar onduidelijk is nog waar de nieuwe organisatie het benodigde geld vandaan moet halen. Milieuorganisaties hebben de Braziliaanse autoriteiten er herhaaldelijk van beschuldigd het kappen van het bos door de vingers te zien.

"Amazonehout' neemt maar een klein deel van de wereldhoutvoorziening voor zijn rekening want het grootste deel is bestemd voor de binnenlandse markten in Latijns Amerika. Het meeste hout voor de wereldhandel komt uit Indonesië en Maleisië, waar hele bossen tegelijk door grote houtfirma's worden ontgonnen voor de export. Het Aziatische hout is lichter, en daarom populairder. Pas als de Aziatische voorraden uitgeput zijn, is volgens Ros-Tonen een toename van de houthandel met het Amazonegebied te verwachten.

Met de houthandel is jaarlijks 7,5 miljard dollar gemoeid. Het kappen van tropisch hout wordt gereguleerd volgens het International Tropical Timber Agreement (ITTA), een in 1983 gesloten akkoord tussen vijftig landen. De overeenkomst moet binnenkort verlengd worden, want hij loopt af in maart volgend jaar. De ITTA-landen vergaderen deze maand in Genève. De organisatie wil vastleggen dat in het jaar 2000 al het hout afkomstig moet zijn uit bossen die op "duurzame wijze worden beheerd': gekapt hout moet worden vervangen door nieuwe aanplant.

Op dit punt bestaat echter onenigheid tussen leveranciers van tropisch hout en de gebruikerslanden. De producenten willen dat niet alleen de houtwinning in tropische streken "duurzaam' wordt gemaakt, maar ook die in de meer gematigde klimaten waar Canada, de VS en Siberië belangrijke producenten zijn. De gebruikerslanden willen dit niet. Vooral Europa verzet zich. Volgens L. van Bueren, directeur van de Stichting Tropenbos, is de oorzaak van het verzet dat nog niet duidelijk is om welk hout het precies gaat. “De eis van de zuidelijke landen is gerechtvaardigd voor zover het gaat om hout uit natuurlijke bossen. In Europa heb je die bijna niet meer. De Europese landen zijn bang dat ook hout uit aangelegde bossen in de discussie wordt betrokken.”

Vooruitlopend op het ITTA heeft Nederland deze maand een convenant met de houtsector getekend om vanaf eind 1995 alleen nog tropisch hout in te voeren uit duurzame bossen. Leiden kreeg gisteren een boomstam-taart van de vereniging Milieudefensie omdat de stad zich bijzonder inspant bij het weren van tropisch hardhout.