Het paradijs voor terroristen

NEW YORK - Het was te voorzien dat de bomaanslag op het World Trade Center, vier maanden geleden (zes doden), tot nieuwe acties in dit genre zou inspireren. Intussen is vastgesteld dat de moslim-fundamentalisten die vorige week donderdag zijn gearresteerd hun - verijdelde - plannen al hadden gemaakt voordat de bom in de garage van het WTC-complex ontplofte. Inspiratie hebben ze niet nodig gehad maar het resultaat van de terreur in februari moet wel een aanmoediging zijn geweest. Tachtig procent van de brandweer en driekwart van het ambulancepark was toen gemobiliseerd; alle aandacht van alle media was dagenlang op de aanslag gericht.

Waren de terroristen nu volgens plan geslaagd in het opblazen van de twee tunnels onder de Hudson, het gebouw van de Verenigde Naties en dat van de FBI en hadden ze daarbij ook nog secretaris-generaal Boutros Ghali en senator D'Amato weten te vermoorden, dan was de chaos in Manhattan ieder voorstellingsvermogen te boven gegaan. In februari kwam het tot arrestaties doordat een van de terroristen pertinent zijn waarborgsom voor een gehuurde auto terug wilde hebben; nu is de ramp voorkomen door een moedige verklikker. Zijn daarmee de terroristen verslagen, of hebben ze opnieuw van hun fouten geleerd?

Uit het gezichtspunt van de terrorist is New York, in het bijzonder Manhattan een paradijs. Nergens is de variatie in verschijning van de mensen groter, nergens trekt het uitzonderlijke in uiterlijk en gedrag minder de aandacht. Boernoessen, tulbanden, baarden, jurken - alle folklore van de aarde loopt op straat en meestal zonder kwade bedoelingen, en in ieder geval zonder kwade bedoelingen die meteen zichtbaar zijn. Controle op uiterlijke kenmerken, als men die al zou willen, is onuitvoerbaar. In grote delen van het gebouw der VN kan iedereen zonder identificatie binnenlopen.

Daarbij komt dat het leven van de stad te ingewikkeld is om ook maar aan een begin van controle te denken. De stad in haar geheel is er ook veel te groot voor: biedt duizenden schuilplaatsen en zoals gebleken is, werkplaatsen voor de fabricage van grote bommen. Nu de Tsjechen geen semtex meer leveren is er een vervangend explosief ontdekt, een mengsel van kunstmest en dieselolie, waarvoor geen gevaarlijke smokkel nodig is en dat men zelf in zijn garage zonder veel moeite in grote hoeveelheden kan maken. En zoals is gebleken: Manhattan biedt voor terroristen de grootste rijkdom aan spectaculaire doelen. Tenslotte worden arrestanten volgens de wet behandeld, krijgen een openbaar proces en worden in tegenstelling tot in veler land van herkomst, niet gemarteld.

Deze overwegingen leren dat er althans met een redelijke kans op nieuwe pogingen tot terrorisme rekening moet worden gehouden, en ook dat niemand goed weet wat daartegen kan worden ondernomen. Bij dit grote vraagstuk voegt zich dat van Saddam Hussein. Het geeft iets minder dan driekwart van de ondervraagde Amerikanen wel voldoening dat de kantoren van zijn geheime dienst door viervijfde van het aantal afgevuurde raketten is getroffen, maar het regime van de dictator is opnieuw niet beschadigd, en wie weet, zelfs versterkt. Hij heeft zijn strijdkrachten weer op volle sterkte gebracht, werkt aan nieuwe wapens en tart de controle van de VN. Hij is geen Gaddafi die met een luchtaanval in het gareel kan worden gebracht (wat bij de Libische leider op den duur trouwens ook niet heeft geholpen zoals door Pan Am vlucht 103 is bewezen). Zelfs door een complete verloren oorlog is hij niet verslagen.

Het vraagstuk van het fundamentalistisch terrorisme in New York verschilt van het probleem-Saddam maar ze komen hierin overeen dat ze een bedreiging voor de Verenigde Staten zijn en dat de Amerikaanse buitenlandse politiek er geen antwoord op weet. Saddam is een bedreiging van buiten, niet doordat hij een gevaar voor de Amerikaanse veiligheid zou zijn, maar door zijn permanente, tartende, blijkbaar onkwetsbare aanwezigheid. Aan een hervatting van de Golfoorlog kan niet eens worden gedacht en alle pogingen na de Golfoorlog om hem te isoleren en ten val te brengen zijn mislukt. Dit ergert de publieke opinie en het maakt de buitenlandse politiek onzeker.

Het terroristisch fundamentalisme is een bedreiging van binnen. De Amerikanen zijn gewend aan veel geweld in eigen huis (de bom in het WTC ontplofte terwijl in Waco, Texas, een godsdienstwaanzinnige de wereld zijn oorlog verklaarde, en nu is, een dag nadat het nieuwe complot werd ontdekt, een "seriemoordenaar' gearresteerd die volgens eigen zeggen zeventien slachtoffers op zijn geweten heeft), maar deze bedreiging is wezenlijk anders: niet endemisch, vreemd en ongrijpbaar. Dat behalve Amerikaanse doelen ook het gebouw van de VN en de secretaris-generaal op de lijst van de terroristen stonden wordt volgens specialisten op dit gebied verklaard uit het feit dat het fundamentalisme in New York oorlog voert tegen de eigen niet-fundamentalistische regeringen als de Egyptische en de VN zelf, die als instrument van Washington en een goddeloze organisatie worden gezien. Alles draagt ertoe bij, het geheel van de nieuwe vraagstukken ingewikkelder te maken.

Als bewijs van besluitvaardigheid ziet de aanval op de geheime dienst van Bagdad er goed uit maar er wordt een complex van onzekerheden mee aan het oog onttrokken. Clinton is zijn werk begonnen als president die de binnenlandse vraagstukken zou oplossen. Die opgave heeft hij onderschat. Nu laat de buitenlandse politiek hem niet met rust. Daar treft hij een agenda aan, voor een deel niet door zijn voorgangers afgewerkt, en voor een ander deel bestaande uit het probleem van het internationaal terrorisme op Amerikaans grondgebied: een nieuw fenomeen.

In dit totaal overschaduwen de Amerikaanse preoccupaties en het strikt Amerikaanse belang alle andere. Daardoor wordt het waarschijnlijk dat de buitenlandse politiek van Washington minder internationalistisch en meer Amerika-centrisch zal worden. Het woord Bosnië is hier trouwens vrijwel uit de media verdwenen.

    • H.J.A. Hofland