Harry Cleven is nieuw Waals talent

Abracadabra. Regie: Harry Cleven. Met: Philippe Volter, Thierry Fremont, Clementine Celarie, Thierry Van Werveke. In: Amsterdam, Desmet.

Sinds een paar jaar ontpopt Wallonie zich tot een bakermat van onverwacht filmtalent. Recente debuten als Jaco van Dormaels Toto le heros en C'est arrive pres de chez vous van het Namense trio Belvaux, Bonzel en Poelvoorde onderscheiden zich van de vermoeidheid uitstralende Europese kwaliteitscinema door hun frisse originaliteit, morbide woede en volstrekt zuivere toepassing van cinematografische middelen. In dat rijtje van bovendien sterk regionaal gewortelde, en dus universeel aansprekende Waalse filmers past ook de uit het Luikse afkomstige Harry Cleven. Deze protege van Van Dormael is eigenlijk acteur en ontdekte zijn capaciteiten als regisseur door het leiden van een workshop in de gevangenis van Namen. Zijn eerste speelfilm Abracadabra, eerder dit jaar vertoond tijdens het Filmfestival Rotterdam, is minder brutaal en compleet dan beide hierboven genoemde titels, maar verraadt dezelfde aardse kwaliteiten.

Abracadabra is een Belgisch-Luxemburgs-Franse coproduktie, maar die combinatie lijkt dit keer niet uitsluitend ingegeven te zijn door het verlangen subsidie te kunnen putten uit het coproduktiefonds Eurimages. De Belgische regisseur, de deels Franse acteurs en de Luxemburgse lokaties vloeien in dit geval samen tot een natuurlijke, geografische eenheid. Het verhaal speelt zich af in, maar wordt ook gedicteerd door, de herfstige treurigheid van een regio in verval. De godvergeten strook, beheerst door mijnen in onbruik en werkloze negentiende-eeuwse schoorstenen, strekt zich over de landsgrenzen uit van Calais (waar Xavier Beauvois zijn hier nog uit te brengen pareltje Nord situeerde) via het Namen van C'est arrive pres de chez vous tot de hoogovens van Esch-sur-Alzette. Daar groeiden de drie broers op uit Clevens wonderbaarlijk natuurlijke, maar niet strikt realistisch vertelde anekdote. Phil (Philippe Volter), de oudste, heeft weekendverlof uit de gevangenis om zijn moeder te begraven. Hij wordt afgehaald door de extroverte en materialistisch ingestelde Chris (Thierry Fremont) en de kreupele benjamin Naze (Thierry Van Werveke). Nog voor ze het kerkhof bereiken stelt Chris al voor een kraak te zetten, maar Phil heeft zich voorgenomen zijn vervroegde invrijheidstelling niet in gevaar te brengen. De drie "losers' zijn gezamenlijk sterk, want complementair: de emotionele jongste, de middelste regelaar met zijn grote bek en de verantwoordelijke oudste. Bovendien kan Phil toveren: hij beheerst goocheltrucs met vuur en bankbiljetten en kan Naze laten lopen zonder krukken door het uitspreken van Abracadabra.

Ieder afzonderlijk loopt in zeven sloten tegelijk, zelfs de bij nader inzien toch niet zo beginselvaste Phil, die door roeien en ruiten gaat wanneer hij zijn geliefde Martha (Clementine Celarie) terugvindt in de armen van neef Rex, een verachtelijke poelier die rust en economische zekerheid biedt. Dan neemt het verhaal een melodramatische wending die, ondanks enkele minder geslaagde scenes _ een komisch bedoelde liefdesverklaring tussen de kalkoenlapjes, een gewelddadige ontknoping aan zee _ de film niet meer kapot weet te krijgen.

Cleven bewandelt met bravoure het smalle pad dat tussen een stuk of wat genres kronkelt: de gangsterfilm, de zwarte komedie, het surrealisme, de road movie, het liefdesdrama en het neo-realisme van Rocco en zijn broers. Hij wordt geholpen door een scherp oog en oor voor zijn landschap en voor de non-verbale kracht van het geschetste milieu. Een hecht doortimmerd scenario, alsmede bewonderenswaardig subtiele en natuurlijke acteerprestaties doen de rest. Vanzelf, lijkt het wel, zoals in elke goede film.