"Den Haag heeft unieke kans uit te groeien tot stad van allure'

DEN HAAG, 30 JUNI. Den Haag is een ietwat saaie stad met een hoge werkloosheid, een slechte concurrentiepositie, een schrijnend ruimtegebrek, een overschot aan langdurig werklozen en lage inkomens, die bovendien wordt omringd door profiterende randgemeenten. Dat concludeert prof.dr. A. van der Zwan, president-directeur van The World Software Group en ingezetene van Den Haag. Hij schreef op verzoek van het gemeentebestuur een beschouwing over de toekomst van de stad en gaf het de titel "Den Haag: Een stad van allure'.

Zover is het nog niet. Vijftien jaar lang heeft Den Haag geleden onder “trendmatige afkalving” op sociaal, economisch, financieel en cultureel gebied. De sociale- en de stadsvernieuwing werden uitbundig aangepakt, tussen Centraal Station en Grote Markt werd bouwplan op bouwplan gestapeld. Maar toch ontbreekt het burgemeester en wethouders, zo concludeert Van der Zwan na vele gesprekken, aan “een totale visie” op de stad. Allure krijgt een stad niet door “bakstenen en cement te combineren”. Ondanks de vele nieuwbouwprojecten ziet Van der Zwan de stad nog niet “bruisen”.

Met veel van de typische grote-stadsproblemen als werkloosheid, verpaupering, woningnood en onevenwichtigheid van de bevolkingsopbouw staat Den Haag er aanzienlijk slechter voor dan de andere drie grote steden. Als niet drastisch wordt ingegrepen stijgt het aantal werklozen in het jaar 2002 tot zeker 50.000 op een inwonertal van 439.000. Van der Zwan ziet in Den Haag “een proletariaat van uitkerings-afhankelijken” ontstaan. In sommige wijken, zoals de Schilderswijk en de Stationsbuurt, is bijna de helft van de bewoners afhankelijk van een uitkering. “Niet-werken dreigt voor grote groepen Hagenaars de norm te worden.”

In tegenstelling tot Amsterdam, Rotterdam en Utrecht groeide de werkgelegenheid in Den Haag vrijwel niet sinds 1985. Inmiddels is een nieuwe recessie begonnen. Alleen de dienstensector sprong er in de tussentijd in positieve zin uit, al bleef de Haagse groei onder meer door het ruimtetekort achter bij de "andere drie'. In de bouw, de industrie en de handel werd de situatie van kwaad tot erger.

Een ruime meerderheid van de Haagse werklozen is volgens het onderzoek zeer laag geschoold, waardoor maar weinigen aan de slag komen. Het kantoorwerk dat in Den Haag wordt gecreëerd is doorgaans alleen weggelegd voor hoger opgeleiden die na een succesvolle sollicitatieprocedure neerstrijken in Den Haag of, als het tegenzit, in een randgemeente.

Eén van Van der Zwans initiatieven om de werkloosheid te bestrijden is de oprichting van het "Haags Werkbedrijf', een op te richten uitzendorganisatie die jonge werklozen in vaste dienst neemt. Het Werkbedrijf moet zich richten op enkele duizenden jongeren in de bijstand.

Het idee achter het Werkbedrijf is de werklozen voor een aantal jaren vast in dienst te nemen, waarmee een baan en een inkomen zijn gegarandeerd. Van der Zwan denkt niet alleen aan werk in de traditionele buurtprojecten die zijn ontstaan met de sociale vernieuwing, maar ook bij commerciële bedrijven. In de commerciële sector zijn volgens Van der Zwan voldoende klussen te doen waarvoor een onderneming geen mensen in dienst wil nemen. De gemeente zou het Werkbedrijf moeten helpen bij het zoeken naar dit soort werk. De werknemers van het Werkbedrijf behouden hun bijstandsuitkering, maar zouden een toeslag moeten krijgen voor het werk dat zij doen. Het college van B en W wil na de zomer al een bedrijfsplan voor het Werkbedrijf presenteren.

Een sector waarin Van der Zwan werk ziet voor jongeren is het toerisme. Den Haag mag met de kantorensector een eenzijdige economische structuur hebben, maar dat hoeft geen belemmering te zijn voor het uitbreiden van andere activiteiten. De gemeente ontbeert - zeker wat betreft het toerisme - een “specifiek beleid”. Toch is het toerisme na de dienstensector de tweede pijler waarop de Haagse economie rust. Den Haag heeft met name de zakelijke toerist - de congresganger en de cursist - te weinig conferentie- en hotelruimte te bieden in vergelijking met andere steden.

Den Haag, zo vindt Van der Zwan, heeft de “unieke kans” om uit te groeien tot een stad van allure, een kwalificatie die op dit moment alleen buitenstaanders aan de stad verbinden. Om dat te veranderen moeten de problemen in de oude wijken harder worden aangepakt; voor mensen met hogere inkomens en studenten uit voorsteden moeten respectievelijk duurdere en betaalbare woningen worden gebouwd; Den Haag moet meer evenementen organiseren, betere congresfaciliteiten aanbieden. Het winkelcentrum moet regionaal concurrerend zijn, het zakencentrum internationaal concurrerend.

Het college van Den Haag moet groot durven denken, vindt Van der Zwan. “Binnen het college”, schrijft hij, “bestaat een bijna tastbare angst voor het grote gebaar en het hoge profiel”. Te veel college-leden zijn “in het verleden op hun gezicht gegaan” met “hoog opgespeelde programmapunten”.