Arthur Dunkel hekelt bij zijn afscheid de "Oude Wereld'

GENÈVE, 30 JUNI. Scheidend topman Arthur Dunkel van de GATT (Algemene Overeenkomst voor Tarieven en Handel) heeft gisteren de grote handelsblokken terechtgewezen wegens hun klachten over concurrentie uit nieuwe "booming' naties. Hij prees daarentegen de landen in Azië en Latijns-Amerika als “de motoren van de wereldhandel”.

Dunkel zei dat de "Oude Wereld', waartoe hij ook Japan en de VS rekende, in een “naar binnen gerichte stemming” verkeert, terwijl de Aziatische landen, waaronder India, zich openstellen.

“Het is buitengewoon om mensen te zien klagen over concurrentie uit ontwikkelingslanden, terwijl het juist deze landen zijn die de wereldhandel levend houden,” aldus de 60-jarige Dunkel. De GATT-topman draagt na dertien jaar morgen zijn functie over aan de voormalig Ierse EG-commissaris Peter Sutherland.

Dunkel zei, terugkijkend, het gevoel te hebben de zaak van de wereldhandel te hebben bevorderd. Hij onderstreepte dat de grote handelsblokkende begin volgende maand tijdens de top van de G-7 in Tokio “hun werk moeten doen” en zeker moeten stellen dat de Uruguay-ronde met succes wordt afgerond. “De wereldeconomie en onze maatschappij heeft dat nodig.”

Volgens de vertrekkende GATT-topman is de zakenwereld aarzelend, omdat het niet weet hoe het wereldhandelssysteem er uit gaat zien. “Ze weten niet wat voor anti-dumpingheffingen er komen of hoever de markt voor diensten open gaat,” aldus Dunkel. Daarom is het welslagen van de Uruguay-ronde zo belangrijk om het vertrouwen te herstellen en ervoor te zorgen dat de machine die groei en banen creëert weer gaat draaien.”

Dunkel toonde zich optimischer dan eerder, toen in de VS en de EG steeds meer geluiden klonken over bescherming van landbouw en industrie. “Er was een heel lawaai van stemmen die spraken over de noodzaak van protectie, maar de daden zijn beperkt gebleven. Er is geen werkelijke breuk gekomen in het peil van liberalisering, ondanks de sterke druk. Ik zou zeggen dat het schip de sterke wind van het protectionisme weerstaat.” (Reuter, AP)