Albanie; Griekenland; De vloedgolf keert terug

Albanië houdt zijn hart vast. De aanhouding, vorige week vrijdag, van de Griekse priester Chrisostomos Maidhonis in de Albanese stad Gjirokastër is voor de Griekse regering een welkome aanleiding geweest actie te ondernemen tegen de honderdduizenden Albanese illegalen in het land: meer dan twaalfduizend Albanezen zijn sinds zaterdag opgepakt, de eersten zijn gisteren de grens overgezet, klagend over de weinig zachtizinnige manier waarop ze door de Griekse politie van de straat zijn geplukt. En daar blijft het niet bij, want Athene liet gisteren weten dat àlle illegale Albanezen het land uit moeten.

De betrekkingen tussen Griekenland en Albanië zijn sinds de doorbraak van de democratie in Albanië niet erg hartelijk, maar wel redelijk correct geweest. De Grieken hebben vanaf het begin problemen gehad met de toestroom van illegale Albanezen, die 's nachts in zombie-patrouilles de grens oversteken om in de Griekse steden een schamel dagloon te verdienen met werk waar de Grieken zelf zich te goed voor voelen - maar die ook verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de kleine criminaliteit in Griekenland. Daarnaast blijven de Grieken moeilijk doen over de behandeling van de Griekse minderheid in zuid-Albanië (60.000 zielen sterk volgens Tirana, 250.000 volgens Athene) - al lijken die bezwaren soms veel zwaarder aangezet dan de klachten die vertegenwoordigers van die minderheid zelf te berde brengen. Een van hen prees eerder deze maand juist de concessies die de regering van president Sali Berisha en premier Aleksander Meksi hebben gedaan. Er was sprake van “vergissingen”, zei hij, maar er was ook sprake van “positieve ontwikkelingen” en vooral van “een democratische dialoog”.

Sinds de arrestatie van archimandriet Maidhonis, die volgens de Albanezen had gepleit voor de aansluiting van het gebied van de Griekse minderheid in Albanië bij Griekenland, zijn de relaties dramatisch verslechterd. Direct na de arrestatie besloot de Griekse minister van buitenlandse zaken Papaconstantinou af te zien van een voorgenomen bezoek aan Tirana en begonnen de Grieken de illegale Albanezen op te pakken. Dat leidde tot consternatie in Tirana, waar president Berisha zich indirect tot de VN wendde met een dringend verzoek in te grijpen. De uitwijzing van Maidhonis was een ,voorwendsel” voor de Griekse autoriteiten om zich eindelijk te ontdoen van de Albanese illegalen, aldus Berisha. Sindsdien heeft het kwade protestnota's over en weer geregend, zijn ambassadeurs terugetrokken en zijn de media zowel als de autoriteiten in beide landen in hun verbale commentaren steeds verder gegaan. Zo verweet het Albanese ministerie van buitenlandse zaken “politieke en clericale kringen in Griekenland” de “anti-Albanese hysterie op te zwepen ter maskering van hun pogingen om Albanië te helleniseren”.

De consternatie in Albanië over de dreigende terugkeer van de 100.000 tot 300.000 illegalen is niet verwonderlijk. Die gastarbeiders in Griekenland houden in wezen heel Albanië in leven. Het gaat Albanië economisch iets beter dan een of twee jaar geleden, vooral door de privatisering van de landbouw. Maar Albanië is nog steeds het armenhuis van Europa, voor het overleven volledig aangewezen op buitenlandse hulp. De belangrijkste bron van deviezen-inkomsten is het geld dat de Albanese gastarbeiders in Italië (75.000) en Griekenland naar huis sturen: 400 miljoen dollar per jaar. Die gastarbeiders stuurden vorig jaar bovendien 21.000 auto's, 71.000 televisietoestellen naar huis - en 103.000 koelkasten, twee keer zoveel als in de vijftig jaar daarvoor het land waren binnengekomen.

Een zeer groot deel van de bevolking van Albanië is aldus voor het fysieke overleven aangewezen op de bijdrage van de landgenoten die zich elke ochtend op de pleinen van de Griekse steden aanbieden voor een klus-voor-één-dag. Als de Grieken er inderdaad in slagen al die gastarbeiders naar Albanië te deporteren, heeft dat dramatische gevolgen voor de Albanese economie: voor de gedeporteerden is geen werk en te weinig voedsel beschikbaar, voor hun gezinnen vallen de enige beschikbare inkomsten weg en de Albanese staat loopt kostbare deviezen mis.

Ook de Griekse economie kan overigens als gevolg van de actie schade lijden, niet alleen omdat het werk van die gastarbeiders blijft liggen, maar ook omdat de gezinnen van de gastarbeiders de in Griekenland verdiende drachmes vaak besteedden aan uit Griekenland gemporteerde consumptieartikelen. De Griekse export naar Albanië zal aldus een klap krijgen van de massale deportatie van de Albanezen.