Weer publiek voor eigentijdse muziek; Radioorkest speelt Lou Harrison met spanning en tempo

Concert: Radio Filharmonisch orkest o.l.v. Dennis Russel Davies m.m.v. Chieko Shirasaka-Teratani, sopraan. Programma: S, Mackay: Tilt; L. Harrison: Tweede symfonie; H. Górecki: Derde symfonie. Gehoord: 27/6 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 30/6 20.15 uur Radio 4.

Een succesvol Holland Festivalconcert met drie Nederlandse premières van eigentijdse muziek, bijgewoond door de drie componisten in een goeddeels met twintigers en dertigers gevulde Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw: het lijkt erop dat de historische breuk die eerder deze eeuw optrad tussen componisten en publiek zich nog tijdens het fin de siècle herstelt.

Het publiek was weer terug in de concertzaal en had kennelijk gewonnen, want wat er zondagavond klonk was zeker niet de vermaledijde atonale, dodekafonische, seriële of elektronische pling-plong-muziek van de laatste zes decennia. Deze muziek van Steven Mackay, Lou Harrison en Henryk Górecki is al even post-modern als het publiek, waaronder wat skinheads, èn de voornamelijk in Duitsland werkende Amerikaanse dirigent Dennis Russel Davies, voorzien van een paardestaartje net als heel wat andere heren in de zaal.

Men kwam natuurlijk voor de onder liefhebbers van klassiek èn pop zo populaire Derde symfonie. Deze Symfonie der klaagzangen (1976) - van Górecki was de culminatie van de aandacht van het Holland Festival voor deze Poolse componist. Het heet dan wel dat bijna een uur langzame muziek ongewoon en gedurfd is, maar Haydn deed al hetzelfde in Die sieben letzte Worte des Erlösers am Kreuze. Górecki combineert het recept van twee bekende filmmuzieken - het Adagietto uit de Vijfde symfonie van Mahler en Morricone's Once upon a time in the West - langzame strijkers en een sopraanstem erboven.

Het is allemaal luchtige zwarigheid, die in deze uitvoering niet eens een onthecht contemplatief karakter kreeg. Chieko Shirasaka-Teratani zong met een donkerder en vibrato-rijkere stem dan Dawn Upshaw dat doet op de cd. En Davies bracht het hier al eerder geanalyseerde stuk zó langzaam en vooral zó strak en schematisch dat de strijkersfiguren ontaardden in eindeloos gezaag. Wat uiteindelijk eventueel etherisch gevoelig zou kunnen werken klonk nu concreet en hardvochtig. Na afloop werd Davies uitvoerig geknuffeld door Górecki, dus het had kennelijk toch zijn zegen.

De Amerikaanse muziek voor de pauze was vooral onderhoudend en herkenbaar, door het Radio Filharmonisch Orkest ook met animo gespeeld. Tilt van Steven Mackay is een kwartier durende collage van stijlcitaten en muzieksoorten - serieuze èn lichtere. Er zijn veel effectvolle contrasten met een wat naëf karakter. Een politiefluitje en een fietsbel ironiseren de musique concrète, verder lijkt het vrolijke geheel met zijn heldere ostinato-basis een hommage aan Strawinsky's Petroesjka.

De Tweede symfonie, de uit 1975 daterende Elegiac Symphony van Lou Harrison (1917), kan men beluisteren als een verhevigde, geconcentreerde New Age-muziek. De oriëntaalse verwijzingen worden zó binnen de perken gehouden dat ze bijna plichtmatig klinken.

In vergelijking met Górecki's Derde symfonie is hier sprake van een stevig stuk met spanning en tempo. Ook in de elegische delen Tears of the Angel Israfel I & 2 ontbreekt eindeloos gezwijmel; Praises for Michael the Archangel is een deel met veel stellig suggestief klinkend koperwerk en het slot - The sweetness of Epicurus - is net geen plakkerig smeltende toffee: er is meer te kauwen dan te zuigen.

    • Kasper Jansen