Verslagenheid groot na verlies Richard Krajicek; Een spannende, opwindende nederlaag

LONDEN, 29 JUNI. De verslagenheid was enorm. Rohan Goetzke, de coach van Richard Krajicek, zag er nog nooit zo aangeslagen uit. Terwijl hij zich moeizaam een weg baande door de menigte die na de enerverende partij van de Nederlander tegen de Amerikaan Andre Agassi het centre court verliet, sloeg begeleider Ted Troost zijn arm om de teleurgestelde, bijna boze Australiër.

“Hij heeft niet goed gespeeld”, zei Goetzke na de drie sets nederlaag gisteravond. “Zoveel breekpunten afdwingen en ze toch niet benutten...” En hij zocht de eenzaamheid op om de uitschakeling op Wimbledon te verwerken. De tennisser zelf was ook flink aangeslagen. “Er zijn van die dagen dat je alle belangrijke punten mist.”

De klemmende vraag na deze partij uit de vierde ronde van de open Engelse tenniskampioenschappen is of Krajicek niet te veel pech had om gewoon als pech af te doen. Of dat beetje geluk dat je op gras nu eenmaal nodig hebt, zoals Agassi beweerde, niet juist het verschil uitmaakt tussen de toptennisser en de kampioen. Of Krajicek toch niet gewoonweg te veel beperktheden heeft om een grand-slamtoernooi te winnen zonder alle omstandigheden mee te hebben. Het zou klinken als een hard en onrechtvaardig oordeel. Te veel voorbijgaan aan de sterke punten die hij wel degelijk heeft, aan de ontwikkeling die hij in een jaar tijd heeft doorgemaakt.

Want vorig jaar, toen was hij nog de blaag met zijn brutale opmerkingen over het niveau van het vrouwentennis. Een dankbaar onderwerp voor de boulevardbladen. Nu had hij zich volwassen gedragen, een tikje saai ook voor iemand met zijn temperament. Hij had streng gereageerd toen ze hem nog aan dat voorval wilden herinneren. Beoordeel me op mijn tennis, had hij bij het begin van het toernooi gezegd. Keurig werkte hij zijn partijtjes af. Tegen Niklas Kulti, Jacco Eltingh en Laurence Tieleman. Geen tegenstanders die internationaal tot de verbeelding spraken, en zo leefde hij in de schaduw tot zijn confrontatie met Agassi. Een sleutelduel voor hem en de Amerikaan.

Een spannende, opwindende partij. Maar wel gewoon een nederlaag in straigth sets: 7-5, 7-6 (9), 7-6 (10). Zijn service, de granieten ondergrond van zijn spel, liep zoals hij mocht verwachten. Hij sloeg 23 aces in de partij, in de laatste game van de tweede set zelfs vier stuks, waarvan één op zijn tweede opslag. “Als iemand een eerste opslag kan slaan met een snelheid van meer dan 200 kilometer per uur, kun je alleen maar hopen dat die een beetje in de buurt van je racket terecht zal komen”, zei Agassi.

Pag 10: "Je weet tevoren dat het publiek op zijn hand is'

De Amerikaan had reden om met enige ongerustheid naar het treffen uit te zien. Twee keer eerder was hij gestuit op Krajicek: in 1991 op Wimbledon en toen gewonnen, in maart van dit jaar in Florida waar de Nederlander won. Daar, in Key Biscayne, stapte Krajicek de baan op met een aura van onoverwinnelijkheid boven zich. Nu was het meer door-de-weekse zelfverzekerdheid. Op dat punt was zijn tegenstander hem al de baas.

Voor de Wimbledon-kampioen is het centre court zijn theater. Daar kan hij de clown uithangen, het publiek bespelen, inspiratie zuigen uit de bezoekers die niet alleen komen voor zijn razendsnel genomen returns en passeerslagen, maar ook voor zijn gekoketteer met Barbara Streisand, de aanwijzingen van John McEnroe, de verhalen over zijn afgeschoren borsthaar en zijn beginnende buikje dat trouwens na een weekje tennis op gras al behoorlijk aan het verdwijnen is.

“Je weet tevoren dat het publiek op zijn hand is”, reageerde Krajicek. “En dat ze gaan gillen en fluiten als hij van shirt wisselt op de baan... Hij vindt dat leuk en ik heb er niet echt last van.” Last had hij vooral van Agassi de tennisser. De speler die iedereen voor de gek heeft gehouden, verteld heeft twee maanden geen racket te hebben aangeraakt. Die nu uit die wolk van geheimzinnigheid tevoorschijn stapt om in dat ene toernooi, het mooiste en tevens meest bizarre ter wereld, te schitteren. Wat Greg LeMond deed in het wielrennen, zich volledig concentreren op dat ene monument (de Tour de France), daar met een kennelijk onoverbrugbare achterstand aan beginnen om in de wedstrijd te groeien naar een hoogtepunt, brengt Agassi in het tennis in praktijk.

Zo'n houding kun je je uitsluitend veroorloven als je barst van talent. Sinds Agassi op Wimbledon verscheen lijken z'n armen eerder bionisch dan op onderdelen geblesseerd. Zijn reflex is van een verbijsterende snelheid. Daarom slaat hij de ballen sneller en zuiverder dan anderen. En als Krajicek met dat imposante lijf oprukte naar het net om de koning van de passeerslag in verwarring te brengen, koos hij voor een slag in de richting van diens lichaam. “Want”, zei Agassi, “dan staan zulke jongens zichzelf in de weg. Dat is zo ongeveer het enige nadeel van groot zijn.”

Krajicek had vijf games nodig om gewend te raken aan de sfeer van het centre court met zijn dertienduizend zitplaatsen. In die tussentijd verspeelde hij zijn eerste opslagbeurt en brak hij de service van Agassi. In de elfde game had de Nederlander een breekpunt, dat hij onbenut liet om vervolgens zelf ondanks twee aces zijn service en daarmee de set in te leveren. Drie mogelijkheden om de service van Agassi te breken had hij ook in de tweede set, maar ook die bleven ongebruikt zodat Agassi in de tie-break alsnog op een 2-0 voorsprong kon komen.

Twee onbenutte breekpunten van Krajicek in de derde set zorgden er voor dat het opnieuw een tie-break werd. Een bloedstollende tie-break waarin eerst Agassi matchpunt had, Krajicek de set kon binnenhalen daarna met een magistrale stopvolley op 8-7 kwam en de partij een andere wending kon geven, maar toen een op het oog vrij eenvoudige volley net buiten de lijnen plaatste. Meer kansen wilde Agassi hem niet geven en hij maakte de partij uit.

Krajicek besprak zijn optreden na afloop met de analytische koelheid van een schaker. In de kleine interviewruimte keek het jongenshoofd het zaaltje in. “Mijn service liep goed, mijn returns waren goed genoeg en alleen mijn voetenwerk kan nog beter.” Hij had het gevoel gehad dat hij kon winnen, tot het laatste ogenblik. “Het ging niet slecht dit jaar. Ik kom volgende keer met meer plezier terug.” Moet hij, zoals Paul McNamee ooit deed, langdurig van het toneel verdwijnen om heel intensief te werken aan verbetering van zijn zwaktste onderdelen? Of zijn zijn service en zijn volley zo sterk ontwikkeld dat ze die mindere punten kunnen compenseren? De US Open in september is de volgende test.

    • Peter de Jonge