Turkije wacht na aanslag gespannen af

ANKARA, 29 JUNI. Niet alleen in de toeristenoorden langs de Turkse zuidkust, maar in heel Turkije heerst vandaag een sfeer van gespannen afwachting naar aanleiding van de bomaanslagen van zondagavond in Antalya, aan de Middellandse Zeekust.

Het Turkse ministerie van toerisme heeft een crisisteam samengesteld, dat zich bezighoudt met de situatie in de toeristenoorden. Verder zijn in de belangrijkste toeristensteden als Alanya, Antalya, Fethiye, Mugla en Marmaris verhoogde veiligheidsmaatregelen getroffen. Vanuit Ankara en andere grote steden zijn door het ministerie van binnenlandse zaken extra veiligheidsmensen naar de regio gestuurd. Niet alleen het verkeer over de weg, maar ook de lucht- en zeeverbindingen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Bovendien zijn er extra politieboten ingezet om een oogje te houden op de schepen die via Griekenland en Grieks-Cyprus de Turkse kust aandoen. Ankara sluit niet uit dat de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), waaraan de aanslagen worden toegeschreven, van hieruit nieuwe aanvallen zou kunnen ondernemen.

De vraag is of dit slechts een incidentele actie is van de PKK of dat de extreem-linkse bevrijdingsorganisatie hiermee de daad bij het woord voegt nadat zij eerder deze maand Turkije de "totale oorlog' had verklaard. PKK-woordvoerders in Duitsland hebben overigens alle verantwoordelijkheid voor de aanslag van de hand gewezen.

In de Turkse pers wordt vandaag melding gemaakt van een stroom van annuleringen door buitenlandse toeristen. Met name in Duitsland staan de telefoons van de reisbureaus roodgloeiend. Mensen proberen ofwel hun vakantie naar Turkije te annuleren, ofwel een andere bestemming te boeken. Duitsland is de belangrijkste markt in West-Europa voor de Turkse toeristenindustrie. Van de 7 miljoen vakantiegangers die vorig jaar Turkije bezochten, kwamen maar liefst 1,2 miljoen uit Duitsland.

De populaire krant Hürriyet (vrijheid) werpt in een vette kop op de voorpagina een ander licht op de zaak. Volgens het dagblad maakt PKK-leider Abdullah Öcalan (bijgenaamd Apo) met deze aanslagen duidelijk dat zijn dagen zijn geteld. Er wordt een vergelijking gemaakt met de Armeense bevrijdingsorganisatie ASALA, die in 1983 een aanslag uitvoerde op het Parijse vliegveld Orly, waarbij acht doden vielen. Volgens de Hürriyet prees ASALA zich met deze actie zelf uit de markt.

Het engelstalige Turkish Dailey News is heel wat kritischer. Een hoofdartikel stelt dat de tijd rijp is om nu eindelijk eens een politiek te ontwikkelen met betrekking tot het Koerden-vraagstuk in Turkije. “We moeten ons realiseren dat het niet genoeg is om de PKK voortdurend in een kwaad daglicht te stellen en te roepen dat we de Koerdische identiteit erkennen. Laten we rond de tafel gaan zitten om een beleid uit te stippelen.”