Tekens

Aankomst in Arles: 19.40 uur. Naar de camping. Daar wachten Henk Strijbosch en anderen, oude en toekomstige bekenden. Ze zijn op excursie met studenten uit Nijmegen, allemaal tweedejaars biologie en voor het eerst, meldt Henk, meer meiden dan jongens. We zullen zien.

Onder het eten gaat het over treinreizen en Van Gogh, wijn en tomaten, muggen en zeearenden.

Op de drempel van de nacht maken we een ommetje. Eerst een lange laan met platanen, dan de stegen en pleintjes van de oude stad. Het lantaarnlicht geeft de gladgepleisterde muren een bijzondere bleekheid.

Overal tegen deze muren zitten gekko's. Net lettertekens. Soms schieten ze toe in verband met een insekt of een rivaal. En dan vormen ze weer een ander letterteken.

Fluwelen ogen hebben ze, en een aardig alligatorbekje. Ze zijn bezaaid met stekelachtige uitwassen, die in werkelijkheid (Henk krijgt er natuurlijk toch een te pakken) wonderlijk zacht aanvoelen. Al even wonderlijk is het gevoel van hun hechtschijfjes. Een beetje jeukerig. Door dit soort pootjes is zelfs glas voor gekko's te begaan.

Middenin de stad, middenin het donker: een romeinse arena, een verbijsterend stelsel van uit natuursteen gestapelde bogen. Dat noemen we oud en het imponeert omdat het nog bestaat.

Veel ouder is de blauwdruk van gekko's. En zij bestaan ook nog.

    • Koos van Zomeren